Je raakt er niet op uitgekeken! (Efeze 3: 14-19)

1983-09-09
  • Jaargang 27
  • nummer 33
Cel met een venster
,,Een gevangene schrijft.” Goed - maar wat schrijft een gevangene? Voor mij ligt een boek van Dietrich Bonhoeffer, de Duitse theoloog die in april 1943 te Berlijn werd gearresteerd en op 9 april 1945 in Flossenburg werd opgehangen wegens medeplichtigheid aan de aanslag op Hitler.

,,Verzet en Overgave" heet het boek. Het bevat brieven, gedichten en aantekeningen uit de gevangenis. Gedateerd 5 september 1943 (Berlijn) schrijft Bonhoeffer: "Van de voorlaatste nacht hoeven we elkaar niet veel te vertellen.
De aanblik van die huiveringwekkende nachtelijke hemel zal ik nooit meer vergeten... Het is eigenaardig, dart: je in zulke uren uitsluitend door de gedachte beheerst wordt aan die mensen, die de inhoud van je leven uitmaken. Dat het persoonlijke op de achtergrond treedt, ja in 't geheel niet meer voor je bestaat. Dan merk je pas, hoe sterk toch het eigen leven met dat van andere mensen vervlochten is. Hoezeer het centrum van ons bestaan buiten onszelf ligt en hoe weinig juist het is, dat wij op zichzelf staande enkelingen zouden zijn."
Hij doet me denken aan Paulus, van wie we verschillende brieven uit de gevangenis kennen. Waarover schrijft deze gevangene? Heel weinig over zichzelf - heel veel over de gemeente van Christus en Gods wonderbaarlijk reddingsplan.
Hij is daar in de brief aan de Efeziërs zo intens door geboeid, dat zijn betoog overgaat in een gebed: ,;Om die reden buig ik mijn knieën coor den Vader ... dat Hij u geve..." (Ef. 3 : 14-21).

Dagelijks uitzicht
Wat moge God de Efeziërs geven blijkens dit ,,Paulinisch Onze Vader”? Allereerst dat ,,zii met kracht gesterkt worden door Zijn Geest in den inwendigen mens."
Ons spraakgebruik kent een door Paulus niet voorziene variant inzake ,,de inwendige mens". Maar wat bedoelde Paulus zèlf met die uitdrukking?
De leefwereld van Paulus en de Efeziërs (Rome, Griekenland en heel de Helleense wereld) was één groot schouwtoneel van beelden. Beelden van mensen en goden-in-mensengedaante.
Beeldende kunstenaars ontwierpen een ideaal-beeld van het menselijk lichaam. Zó indrukwekkend dat bij, herontdekking de Renaissance hier op teruggreep en ze opnieuw onder onze aandacht bracht. Beelden van mannen en vrouwen sierden de tempels en andere openbare gebouwen - mensen in optima forma. Denk ook maar eens aan de Griekse athleten op de toenmalige Olympische spelen: pracht- en krachtfiguren. Stumpers of stakkers zijn er niet bij. Geen gehandicapten, geen mismaakten, geen slaven, geen gevangenen. Alelen, maar harmonisch gebouwde gestalten, waar de pracht en kracht van uitstraalt.
Daar moeten we waarschijnlijk aan denken als het gaat om de uitwendige mens: ,,wat een stuk" zouden ze tegenwoordig zeggen.

Een nieuwe kijk
Maar om die kracht en pracht en praal en harmonie gaat het Paulus niet. Hij doelt op een andere kant van het mens-zijn, voor hem rijzen op de gestalten van mensen die van binnen uit' kracht uitstralen. Hij beperkt zich niet tot enkele fraai gebouwde exemplaren van het menselijk geslacht als alleen waardevol, zoals de sterren en superstarts van onze tijd, Nee 't gaat hem om allen, ongeacht of het mannen of vrouwen zijn, kinderen of ouderen, slaven of vrijen, gehandicapten of mensen recht van lijf en leden.
Staan die alleen sterk? Gaat er kracht van uit?
Paulus is een gevangene, maar hij is niet machteloos en doet niet zielig. Hij doet - tot in de gevangenis - wat hij kan. Niet de Efeziërs bemoedigen hem maar hij bemoedigt hen. Zoals wanneer je met angst en beven op ziekenbezoek gaat en er zelf gesterkt vandaan komt.
Hoe dat kan? Door je aan je eigen haren op te tillen? Door een bovenmenselijke krachtsinspanning?
Nee - door de Geest. Dat is volgens Jezus' eigen woorden door de kracht van boven (Hand. 1 : 8).
En dus door die Geest die aan de gemeente geschonken is. Wat fijn als de gemeenteleden met hun ambtsdragers van deze Geest vervuld zijn en deze kracht uitstralen. Zij staan hun mannetje in de geestelijke strijd om het bestaan.

Unieke tempel-woning
Dit ,,vervuld van de Geest” leidt tot het ,,vol van Christus”. Of zoals Paulus schrijft: ,,Opdat Christus door het geloof in uw harten woning maken." Elders (Gal. 2 : 20) omschrijft Paulus dat zo: "en ik leef (d.i.) niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij". Een uitlegger noteert hierbij: als Christus in ons woont, zullen we daar terdege rekening mee moeten houden. Hij heeft recht op een Hem respecterende behandeling. Wat Hem behaagt, moet prijsgegeven worden.
Wat Hem behaagt, moet tot elke prijs worden gedaan. Wij dienen onder alle omstandigheden bereid te zijn te doen wat Hij van ons vraagt. Christus woont in onze harten om daarin Zijn heerschappij te openbaren. In het geloof houden wij rekening met Hem: staan we voor beslissingen, dan vragen we onze Heer (niet: ons hart!): wat wilt U, dat ik doen zal?
Christus' heerschappij wordt openbaar doordat de gemeente door Hem als woning is gekozen. Vergeten we niet dat de Efeziërs, dat de gemeenteleden In Paulus' tijd godentempels ("woningen"!) ontwaarden waar ze maar keken. In Athene stond een altaar op de hoek van elke straat.
De gemeente van Christus hééft geen tempel, zij is tempel en woning van haar Heer en God. Van haar straalt de kracht van de Geest uit en in haar wordt de gestalte van Christus zichtbaar. Zo overtreft zij, in deze wereld alles, zelfs een wereldwonder als de tempel van Artemis. Zij overtreft het Helleense harmonie-model van mens en samenleving. De gemeenteleden mogen vrijen zijn of slaven, gehandicapten of mensen die gaaf en gezond zijn. Maar samen met alle heiligen komen de proporties van deze Godswoning aan het licht. En dan heeft Paulus in de beschrijving aan drie dimensies niet genoeg.
Lees maar: "geworteld en gegrond in de Liefde (het fundament) zult gij dan, samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is... " Je hoeft, als 't goed is, niet ver te kijken om Christus' majestueuze woning te zien: in de gemeente! Wat een verantwoordelijkheid voor ieder... Maar ook: wat een glorieuze aanblik - een blijvend wereldwonder. Want zo ga je ,,kennen de liefde van Christus (zij krijgt gestalte) die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle liefde Gods. Vol van de geest, vol van Christus, vol van God - wat een majestueuze tempel is de gemeente!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief