Nog eens de "scheppingsdagen"
1977-03-18
Een herinnering- Jaargang 21
- nummer 11
Ook deze week wil ik nog iets vertellen over de discussie die een halve eeuw geleden over de "scheppingsdagen" is gevoerd.
En ik wil speciaal daarbij weer Prof. Schilder aan het woord laten komen.
De discussies daaromheen waren erg verward. Onderscheidingen als "eigenlijk of oneigenlijk". “Letterlijk of niet-letterlijk", “werkelijk of niet-werkelijk", "hogere of lagere werkelijkheid" werden door elkaar gehaald. Men ziet kans, zo schreef Schilder eens, om in een paar zinnen alle mogelijke filosofische onderscheidingen een reidansje te laten uitvoeren!
Schilder attendeert er op dat we in de kwestie 'van de scheppingsdagen helemaal niet te doen hebben met "hogere" of "lagere werkelijkheid". "Een dag van 24 uur of van 25 uur of van 240 uur of 2400 uur, enz. enz. - zulk een dag is toch altijd een periode in de gewone "werkelijkheid", een begrip uit de "tijd", een heel gewone werkelijkheid, volstrekt geen "hogere werkelijkheid".
En dan spreekt Schilder zijn opponent zó aan: "Gij kunt toch weten, dat ieder onder de "mannen van Assen", die in gemoede meent, dat die dagen door de Schrift zelf niet bedoeld zijn als dagen van op de minuut af 24 uur, dit gevoelen aan de Schrift zelf ontlenen wil... Gij, brochureschrijver, gij meent, zo maar in een enkel zinnetje te mogen zeggen, dat de "Asser mannen", die de "dagen" van Genesis 1 anders dan als 4-uurs-dagen nemen, geen enkel deugdelijke grond uit de Schrift kunnen aanvoeren.
Gij zijt ten dezen in uw binnenste heel stellig verzekerd.
Het kan zijn, dat gij gelijk hebt, al wekt uw redeneermethode niet bepaald het volste vertrouwen.
Maar, met uw verlof, U weet natuurlijk, dat degenen, die hier in aanmerking komen (o.a. Bavinck en A. Noordtzij, C.V.) toch wel getracht h ebben hun opvatting als door “de Schrift zelf geëist of toegelaten, te bewijzen."
Er zijn onder hen drie groepen.
Er zijn er die zeggen: “de eerste drie dagen stonden los van de positie van de aarde, tegenover de zon, daarom zijn althans die eerste 3 dagen misschien geen “gewone" dagen van thans, dagen, door de zonne-stand beheerst, geweest; en, als 3 maal het woord "dag" betekenen kan iets anders dan 24 uur, dan kán het ook zo zijn in 4 andere gevallen, óf: de zevende dag is geen gewone dag (onbepaalde duur); uit welke opvatting (b.v. door De Wekker verdedigd) anderen besluiten: maar als één keer op de 7 het woord “dag" niet is: 24 uur, dan behoeft het de andere keren ook niet zo te zijn; óf: een “dag" aan noord- of zuidpool is geen 24-uurdag altijd; en toch heet dat een “dag", en valt die “dag" in de gewone, helemaal niet “hogere'", werkelijkheid; waarom zou dan in Genesis 1, dat zijn standpunt neemt, niet bij de aequator, niet op enige breedtegraad van de planeet Aardemniet aan noord- of zuid-pool, maar uit het standpunt van Godmdie het heelal stèlt, en tussen miljoenen hemellichamen ook de Aarde in beweging zet, waarom zou in Genesis 1 dan het begrip "dag" ook niet kunnen zijn een ander d.w.z. langer (of korter, dat kan ook) tijdsbestek dan onze zonnedag?"
Schilder voegt hier in een noot aan toe: “Wat waren dat voor "dagen" voor de zon de aarde beheerste?
Dagen voor het éne halfrond? Of voor het andere?
Dagen die licht en donker geleidelijk deden opschuiven? Calvijn (op Gen. 1 : 3) weet het niet en acht het ook nutteloos. verder te vragen."
Nadat dit alles betoogd te hebben, verklaart Schilder dat principieel aan, de Schrift recht gedaan blijft, als drie dingen vaststaan: “1 e. dat geen enkele voorstelling ingang vindt in ons gelovig denken, tenzij dan, dat men in gemoede meent aan de Schrift deze te mogen ontlenen of ze met de Schrift te kunnen verbinden; 2e. dat wetenschappelijke onderzoekingen, die buiten de Schrift omgaan nooit een bindende meetstaf voor ons gelovig denken zijn (AANLEIDING kunnen, mogen, en moeten ze zelfs altijd zijn voor nadere toetsing van ons inzicht, omdat wij ons kunnen vergist hebben in onze bewering: dit zegt de Schrift, maar maatstaf mogen ze nooit zijn; zodat, wanneer het zéker is: dit en dat is door de Schrift geleerd, geen enkele wetenschap zich ooit als rechter over de Schrift stellen mag); 3e. dat de werkelijkheid, waarover men spreekt, de werkelijkheid blijft van de tijd, waarin wij met alle schepsel hier op aarde leven, en van de ruimte, waarin de wereld door God geplaatst is."
Aan deze voorwaarden is, aldus Schilder, door die “mannen van Assen" welke in de Scheppingsdagen niet dagen van 24 uur zien, voldaan "in hun (overigens geheel officieus) spreken over Genesis 1."
Schilder voegt aan deze woorden nog dit toe: "Laat mij het nu kras mogen zeggen: iemand kan een waarheid zeggen maar tot die waarheid komen door een onlogische redenering in een overigens principieel verkeerd opgezet betoog. En een ander kan een onwaarheid verkondigen. door een onlogische. inconsequente redenering in een overigens principieel zuiver betoog. In zulk een geval is de eerstgenoemde man, die op dat ene incidentele punt gelijk heeft, principieel een ketter, en is de tweede, die in dat incidentele geval ongelijk heeft, principieel een orthodoxe."
De grote beslissende vraag is “langs welke wegen hun redenering gaat, hoe zij principieel staan tegenover het openbaringsbegrip der Heilige Schrift, en in hoeverre ze bereid zijn, of niet bereid zijn, te bukken voor wat de Schrift zegt, zodra eenmaal duidelijk gebleken is, dit of dat zegt de Schrift uitdrukkelijk."
Tot zover Schilder over de kwestie-scheppingsdagen.