RILLANDIA
1977-03-18
U weet natuurlijk met dichte ogen de plaats Rilland op de kaart aan te wijzen. Niet? Nu, ergens midden tussen Bergen op Zoom en Goes kunt u het vinden. Bij de binnenkomst op het eiland Zuid-Beveland, juist: daar.- Jaargang 21
- nummer 11
Nu, in dat Rilland, zo schreef een Zeeuwse krant onlangs. werd iemand spontaan gehuldigd door de dorpsbevolking. Men liep te hoop.
Een straat werd naar hem genoemd. De fanfare kwam er aan te pas, een actie-comité had de touwtjes in handen. de jeugd kreeg haar deel van de feestvreugde, de bevolking liep uit mitsgaders de kreti en de pleti. En op de royale krantenfoto ziet u de heer en mevrouw Van Damme (hij in stemmig pak. zij stralend in zebrapatroon en met bloemen) onder het nieuwe straatbordje: "Boer M. Van Dammelaan".
Daaronder, voor de belangstellende, de nadere kwaliteiten van de vernoemde: schrijver, Soembakenner en boer.
Zo. nu weet u over wie we het hebben. Jazeker. over onze broeder M. van Damme uit Rilland, van wiens hand u wellicht de studie “Wetten ten Leven" kent en van wie u nog vorig jaar enkele bijdragen in dit goede blad hebt gelezen.
Br van Damme is een royale man. die het toch voor zichzelf nauw neemt. Hij zou een zonaanbidder zijn geworden. zegt hij zelf. als hij niet tijdig met God de Heere bekend was gemaakt. Hij staat zeer dicht bij de natuur en leeft daarom dicht bij de Schepper. Zijn religie is geen pseudo-theologie - maar een praktijk der godzaligheid. Geen woorden maar daden. schijnt hij te denken. En levende temidden van de stoffelijke overvloed van het Westen benauwde hem de armoede op onze zendingsvelden. Daar moest wat aan gedaan worden, meende hij.
En op een goede dag in september, de oogst binnen zijnde, reisde Van Damme weg naar Soemba. Ging op zijn eentje eens wat aan ontwikkelingshulp doen.
Hij had werktuigen en zaaigoed en zo vooruit gestuurd met de boot.
Daarbij een trekker en een ploeg, niet te vergeten. Zelf kwam hij per vliegtuig op de zendingspost van ds P. P. Goessens bij Waingapoe aan. Daar vond hij verder zijn weggetje wel. De wereld is niet zo groot. Hij ploegde en egde, zaaide en pootte mais en soyabonen en meer kostelijk voedsel. Daar stonden de bruine broeders van te kijken: gaat dat zo? Het was een wonder in hun ogen. In enkele uren werd een stuk land klaar gemaakt. waar een 170 bruine zielen weken lang over plachten te doen! Zij zagen het maar doorgrondden het niet.
Toen heeft Van Damme zijn medemensen haarfijn uitgelegd. hoe je snel en economisch kunt werken met modern materieel. Om meer uit de bodem te halen, meer spijze voor de hongerigen te verwerven en tot enige welvaart te komen.
Zie, dat is nu letterlijk ontwikkelingshulp. Al jaren geleden hoorde ik van een professor, die vanuit Zuid-Amerika aan zijn moeder schreef: laten ze ophouden geld te sturen, want dat komt niet terecht; laten ze goede vaklui sturen, die de bevolking hier de akkerbouw kunnen leren.
En steeds meer mensen. wie de nutteloze welvaart verdriet, gaan er een deel van hun leven zelf wat aan doen. Want geluk is niet een zaak van je giroboek - maar van persoonlijke hulp. Welvaart breng je niet met geld - maar met bijgebrachte vakbekwaamheid en overgedragen werkdrift.
Zo zag br Van Damme dat zitten. En zo dééd hij het ook meteen maar. Kosten voor eigen rekening uiteraard. Wat een wonder dat zijn dorp hem, toen hij na drie maanden terugkwam, meteen maar in de bloemetjes zette. Een laan werd naar hem genoemd - nu ja, voor een week, voor een dag. En een pinteke bier gevat, allez zulle, het liep tegen carnaval en een mens wil wel eens wat.
“Dan moet je zulke dingen niet al te ernstig nemen", zegt br Van Damme begrijpend. En nederig. Maar het was niet voor de eerste maal, dat deze schrijver, Soembakenner en boer zijn geloof toonde in daden van naastenliefde. Ongevraagd en buiten alle kranten om kwam mij al vele jaren geleden het volgende verhaal ter ore.
Het speelde in de tijd vlak voor de zogenaamde "vrijmaking" in onze kerken. Een van onze predikanten was als eerste geschorst en hield een huissamenkomst. Afzetting volgde. Onze predikant zou brodeloos zijn geworden om den gelove. Want zo kwetsbaar is het “beroep" van predikant, sociaal gesproken. Een gemeente kan totaal en gezamenlijk vergeten. dat zij haar predikant de schriftelijke garantie in zijn beroepbrief heeft gegeven: dat hij met zijn gezin zonder zorg van het Evangelie zou kunnen leven. Als hij "fout" gaat. heeft hij zijn rechten verspeeld; dan moet hij maar niet "fout" gaan. Want zo zijn onze manieren.
Br Van Damme kende die manieren niet. Hij had gezworen tot zijn schade en toch veranderde hij niet. U mag de naam van deze broeder nu verder vergeten - maar u moet voor uw leven onthouden, dat zulke wonderen voorkomen in het rijk Gods. Morgen kan de Heere God ú nodig hebben voor zijn wonder en dan staat u er niet meer zo groen tegenover.
Ja, geld is een bizonder goed, zei meen ik prof. dr P. A. Diepenhorst.
En gelijk had hij. Want geld dat stom is maakt recht wat krom is. Voelt u? Niet alleen kunnen we slechte dingen met geld camoufleren - maar soms ook worden slechte dingen met hulp van geld ten goede gekeerd. "Met hulp van de onrechtvaardige mammon". zegt het Evangelie.
Want geld blijft symbool van de Mammon. de god van de levenszekerheden.
Daarom kun je aan de besteding van geld zien ... hoe het karakter van zijn eigenaar is.
Aan het verloop van een beekje, een bergstroom, zie je het verloop van het terrein. En als je vaak aan de oever van geldstromen hebt gestaan. krijg je kijk op het menselijk karakter. Men hoeft werkelijk niet naar Washington. om een Watergate-schandaal te zoeken; niet naar London voor een Perfumo-verwikkeling: niet naar Burbank Cal. voor een Lockheed-affaire. Vlak bij ons, in onze naaste omgeving, in de geur van het kerkelijk leven, bruisen de geldstroompjes. Spelen hun rol in de kerkelijke politiek. In alle richtingen. Maken recht wat krom is, maken wit wat zwart was. Worden ten goede gebruikt en ten kwade. Geldmensen zouden u daar boeiend over kunnen vertellen.
Maar hier is iets gebeurd, dat het daglicht kan lijden. En het is niet ter ere van broeder Van Damme, dat dit verhaal geschreven wordt maar ter ere van de Gever van alle goeds. de eigenaar van goud en zilver mitsgaders alle vee op duizend bergen. Hij stelt ons in staat iets van ons bezit en onze kracht en ons intellect beschikbaar te stellen voor onderontwikkelden. Hij leert ons wel te doen aan alle mensen; inzonderheid aan de huisgenoten des geloofs.