Kleine vacante gemeente of gideonsbende?
2012-06-09
Is een walvis beter dan een octopus? Waarom zou een kleine gemeente dus jaloers naar een grotere moeten kijken?- Jaargang 56
- nummer 12
Maar dan moeten we wel leren om anders te kijken naar kleine gemeenten. En we moeten ze leren kennen. Cijfers, vragen en presentatie van drie gemeenten.
Begin 2011 telden de NGK veertig gemeenten met minder dan 280 leden.
Deze gemeenten kunnen een beroep doen op financiële steun vanuit het landelijk verband (tenminste in theorie).
Laten we dat kleine gemeenten noemen. Veertig gemeenten van de ongeveer 91 in totaal. Of noemen we kerken met minder dan 160 leden klein? Die zijn namelijk zo klein dat ze dat beroep op financiële ondersteuning niet meer mogen(?) doen. Tenzij ze een adoptiekerk vinden. Minder dan 160 leden: dat zijn er nog altijd 24 …
In een vorige Opbouw hebben we de trend van kleine kerk al onder de loep genomen. De conclusie was dat het inherent is aan kleine kerken dat ze kwetsbaar zijn. En dat ons hele kerkverband dus kwetsbaar is. Kleine kerken verliezen leden. Die trend is het afgelopen jaar niet gekeerd. Van de 40 kerken met minder dan 280 leden verloren er in het afgelopen jaar 28 opnieuw leden. Goed nieuws: in totaal kwamen er meer leden bij – 213 – dan eraf gingen – 124. De groei is wel onevenredig verdeeld: Doetinchem, Hoorn, Rijnwaarde, Steenwijk en Nijmegen zijn bijna volledig verantwoordelijk voor de groei. De 124 verlies zijn verdeeld over de verschillende gemeenten. Van de 24 met minder dan 160 leden, verloren er 17 samen 79 leden. Numerieke groei is daar alleen te zien bij Nijmegen (36), Culemborg (9) en Zeist (6). Maar opnieuw is het beeld er vooral een van sluipende krimp, die kleine gemeenten langzaam maar zeker erodeert.
Supersize me?
Kunnen we het tij keren? Voordat we die vraag beantwoorden, eerst een andere vraag: is een olifant beter dan een muis? Is een walvis beter dan een octopus? Onzinnige vragen, maar als het gaat om kerken, zien velen een grote kerk als beter of succesvoller dan een kleine kerk. Maar muizen kom je wereldwijd tegen en olifanten alleen in delen van Afrika en Azië. Als het echter om kerken gaat, zien we vaak alleen de sterke kanten van een grote kerk. Op een kwartiertje rijden met de auto is een grote gemeente met een geweldig combo. Als lid van een kleine kerk kan dat je jaloers maken. Of bezorgd: ‘Hebben onze jongeren dat niet nodig?’ Datzelfde lid kan trouwens ook bang zijn. Samenwerking met zo’n grote gemeente klinkt enerzijds aantrekkelijk, maar anderzijds zou je als garnaal zomaar opgeslokt kunnen worden door die walvis … Misschien komt verlangen naar groot ook wel voort uit het verlangen om alles bij het oude te laten, of net even beter te laten verlopen. Nieuwe leden zijn dan vooral welkom om de gemeente voort te laten bestaan.
Het lijkt wel in ons denken ingebakken dat het enige verschil tussen gemeenten bestaat uit een verschil ik ledental. En dat groter beter is. En dat Wieringermeer dus een soort Madurodam van Amersfoort is. Laat ik een voorbeeld geven. Ik ging voor in een middagdienst waar zeven leden van een gemeente aanwezig waren, exclusief koster, ouderling van dienst en organist. Normaal tel ik nooit, maar dit was niet te missen. Ik vroeg of we misschien in een kring de dienst konden doen, iets persoonlijker en interactiever.
‘Nee, dominee, doe maar zoals we gewend zijn.’ Ik heb zelfs een keer op een metershoge kansel gestaan met vier mensen in de kerkzaal. Een van de vier was een meisje dat die ochtend voor het eerst naar de kerk was geweest, en ‘s middags terugkwam. Ze was die ochtend geraakt door de preek, door de koffie achteraf en het gesprek dat we hadden. ‘s Middags was ze getuige van een toneelstukje. Want, dat was het toch: kerkje spelen.
Misschien is het verschil tussen een kleine kerk en een grote kerk niet het verschil tussen een chihuahua en een Deense dog. Misschien zit het verschil wel dieper en lijkt het meer op het verschil tussen een walvis en een octopus.
En dan is de vraag naar wat beter is, onzinnig. En moeten we andere vragen stellen.
Andere vragen
Waarom noemen we een gemeente zonder dominee vacant? Desnoods veertig jaar, zoals Wieringermeer? Is die gemeente al een generatie lang defect of incompleet? Menen we het, als we tegen een kwart(!) van onze gemeenten zeggen: ‘Wij gaan u niet financieel ondersteunen om uw defect op te lossen. U bent blijvend gehandicapt.’ Zouden we kleine gemeenten niet zo kunnen organiseren dat ze niet meer georganiseerd zijn rond de klassieke predikant, zoals wij die nog steeds opleiden? Niet langer afhankelijk zijn van preekvoorziening, maar gericht zijn op God, elkaar en haar omgeving.
Zouden kleine kerken zich samen misschien meer in een netwerk kunnen organiseren? Dat lijkt inderdaad veel op een sterkere regiovergadering, maar waarom niet? Als kleine kerken hun eigenheid ontdekken en daarvoor durven te kiezen, kunnen ze elkaar ook versterken.
Zouden we sommige predikanten niet kunnen omdopen tot ‘apostel’?
Zo’n apostel zou kunnen rondreizen van gemeente naar gemeente, en een gemeente voor een kortere periode intensief kunnen bijstaan of toerusten bij een verandering, een verdieping of een project. Zoals Paulus rondreisde met zijn apostolische teams.
Zouden we steun niet veel meer afhankelijk van roeping moeten maken dan van aantallen? Waarbij ik besef dat roeping in eerste instantie enorm subjectief kan zijn.
Zouden we als kerkverband geen zendingsgebied kunnen adopteren?
Noord-Holland, of juist Noord-Brabant en Limburg. En beseffen we hoe weinig christenen er in die streken wonen? Onze financiële steun is nu voornamelijk kerkhistorisch gefundeerd.
Wat weerhoudt ons om daarbij ook strategische keuzes te maken?
Voorthuizen-Barneveld heeft een relatie met het gemeentestichtingsproject Oase in Amsterdam en Bunschoten-
Spakenburg met Hoop voor Noord.
Welke grote gemeente durft een relatie aan met Neede of Maastricht? Ede?
Wezep? Oegstgeest? Of misschien moeten we het wel andersom formuleren: welke kleine gemeente wil een grote adopteren? Want het geloof in grote gemeenten kan wel een impuls gebruiken.
Zou een kleine kerk niet meer op een gideonsbende kunnen lijken, of op een apostolisch team, een groep verspieders of de twaalf van Jezus, dan op het volk in de woestijn of de menigte die Jezus naliep?
Wie stelt de vragen?
Maar misschien stel ik de verkeerde vragen. Misschien is het wel belangrijker om die kleine gemeenten eerst te leren kennen, en hen de vragen te laten stellen. Dat getuigt van een meer missionaire houding. De ander liefhebben begint met luisteren naar de ander.
In dit artikel stellen zich daarom drie kleine kerken voor. Zij zijn de NGK, in ieder geval voor een groot deel. Trots en transparant stellen ze zich voor, bewust van hun afhankelijkheid van Gods genade.
Vanwege de leesbaarheid hebben we gekozen voor een uniforme presentatie.
We hebben daarvoor de gemeentescan van Robert Warren gebruikt (zie kader). Het is een scan die niet gericht is op aantallen maar op gezondheid van een gemeente. De scan daagt lezers natuurlijk uit om de drie gemeenten met elkaar te vergelijken. En dat is prima, zolang we beseffen dat elk van de scans maar door twee gemeenteleden is ingevuld en zij ook maar een beperkte introductie hebben gehad. Het doel van de scan is wel om verlangen op te roepen. Niet zozeer naar numerieke, maar vooral naar kwalitatieve groei.
Het verlangen om te zoeken naar Gods wil en bezield te zijn door het geloof in de opgestane Heer.
Wieringermeer
Wieringermeer is een streekgemeente in de kop van Noord-Holland. Tot 1972 had ze een eigen predikant. Ze is dus veertig jaar vacant. De gemeente heeft op dit moment 65 leden. Meer over Wieringermeer weten? Zie de rubriek Wereldwijd in ditzelfde nummer.
Desiree Vos – Ik ben geboren in een dorpje aan het IJsselmeer: Wijdenes. Opgegroeid in een evangelische gemeente.
Op mijn 21e getrouwd met Anthonie en gaan wonen in zijn geboortedorp Middenmeer.
Nu 25 jaar oud, werkzaam als secretaresse bij een advocatenkantoor.
Met mooi weer geniet ik erg van met de boot varen en waterskiën
En voor wie geïnteresseerd is: de 25 gemeenten uit het onderzoek scoren op alle zeven kenmerken een 5 of een 6.Mijn tekst: Psalm 62:8 – God is mijn redding en eer, mijn machtige rots, mijn schuilplaats is God.
Klaas van Bergen – Ik ben 76 jaar en dus met pensioen. Mijn liefhebberij is de tuin om het huis. Een hobby waarbij je de Heer dicht bij je weet in het groeien en bloeien van bloemen en planten. Mijn houvast is Romeinen 8:31-39 – Als God voor je is, wie zal tegen je zijn. Zijn vrede is in mij.
De scans van Desiree en Klaas komen aardig overeen. De scan als geheel geeft een positief beeld van de gemeente.
Beiden vinden dat juist doordat de gemeente zo klein is, ze aanvoelt als een grote familie, met een grote betrokkenheid naar elkaar. Bij problemen of ziekte staat de gemeente biddend om de betrokkenen heen. Dit is dan ook wat beiden aangeven als een sterk punt van de gemeente: het gemeente-zijn. Desiree mist af en toe wel leeftijdsgenoten.
Praten over het sterke punt brengt gelijk het zwakke punt naar voren; wij moeten oppassen, doordat wij het zo gezellig hebben met elkaar, dat wij niet te veel naar binnen gericht zijn, maar open blijven staan voor nieuwe mensen.
Dit is echter een punt dat de gemeente de laatste twee jaar onder ogen heeft gezien en waar we op dit moment druk mee bezig zijn om hier verandering in te brengen. Er is een plan opgezet om een meer missionaire gemeente te worden en door middel van dit plan willen wij ons meer naar buiten richten en ons kenbaar maken in Wieringerwerf.
Onze kerk is gerenoveerd. Door middel van een open dag in juni, met diverse activiteiten (workshops, orgelconcert, koor, barbecue, sport en spel) willen wij de mensen in de buurt de gelegenheid geven om onze kerk te bekijken.
Daarnaast starten we in september met een maaltijdenproject. Maandelijks willen wij voor alleenstaanden, minder bedeelden en iedereen die het gezellig vindt om te komen een maaltijd verzorgen. We hopen zo de mensen in de omgeving beter te leren kennen en Gods liefde uit te dragen.
Dit plan is een duidelijk zaadje dat op het moment aan het uitgroeien is tot een mooie vrucht. We hebben als gemeente gekeken wat we nog kunnen doen en beperken ons tot deze taken en willen dit graag, met Gods zegen, goed uitvoeren.
Door het kleine ledenaantal heeft ieder lid ook wel een taak op zich genomen.
Doordat er zo veel taken zijn die vervuld moeten worden, zijn wij als gemeente erg taakgericht bezig en vergeten we soms onze gaven te benutten.
Door de kerkenraad wordt echter wel de ruimte gegeven om je gaven te benutten en nieuwe ideeën zijn dan ook altijd welkom.
Wij hopen met Gods hulp nog lang als gemeente te mogen samenkomen en samen te belijden dat onze hulp is in de naam des Heeren.
Neede
Neede ligt tussen Deventer, Doetinchem en Hengelo. De NGK Neede telt 106 leden. Sinds 2006 is Charlie Lodewijk er voor 50% predikant. Charlie is een predikant van de nieuwe generatie – hij heeft ook een carrière in het onderwijs.
Onlangs werd hij adjunct-directeur van een locatie van het Greijdanus – een school voor voortgezet onderwijs.
Roelof Holdijk – Ik ben 38 jaar, vorig jaar getrouwd met Renate en waarschijnlijk bij het verschijnen van deze Opbouw net vader geworden. Ik ben varkensboer, wat tegelijk werk en hobby is. In de kerk heb ik op dit moment niet veel taken, maar ik ben vijf jaar ouderling en vier jaar diaken geweest. Ik ben geboren en getogen in de NGK Neede. Mijn favoriete Bijbeltekst is Psalm 150: ‘Alles wat adem heeft, loof de Heer.
Halleluja!’
Het andere gemeentelid wilde liever niet met naam genoemd worden, maar zij is 68 jaar, houdt van kaarten maken, quilten, fietsen en van bloemen en planten.
Haar favoriete tekst is Psalm 133: ‘Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen’.
Zij is erg dankbaar voor wat de Here in haar leven heeft gedaan en gekregen. Ze kent de blijdschap van God in haar hart.
De twee gemeenteleden uit Neede hebben hun scans niet met elkaar vergeleken.
Wel gaven ze een toelichting bij hun eigen scans. Roelof: ‘Bij het invullen van de scan ontdekte ik een duidelijke tweedeling.
Onze onderlinge verhouding en het organisatorische zit over de hele linie goed. We zijn een warme gemeenschap van mensen die op elkaar betrokken zijn. Ook organisatorisch hebben we de dingen op orde. We doen ook niet meer dan haalbaar is.
Na een moeilijke periode met daarin een losmaking hebben we daarin vooruitgang geboekt en zijn we als gemeente gezegend met een goede betrokkenheid op elkaar en is er plek voor iedereen. Ook voor mensen met een geloofsbeleving die wat anders is dan de traditionele gereformeerde.
Dat geeft een heel trouwe gemeenschap.
Maar wat er, denk ik, ontbreekt is honger naar meer van God, meer van Hem willen weten en bezieling.
Ik denk ook dat daar het gevaar voor de gemeente in ligt. We zijn gemeente in een omgeving met maar weinig christenen, en daardoor staat jong en oud bloot aan de verleidingen van de wereld. We hebben een diepe bezieling nodig en moeten zoeken naar Gods leiding om dicht bij Hem te blijven. God is nog altijd dezelfde en wil ook tot ons spreken. Om het lichaam van Christus te zijn hebben we elkaar nodig en daar zouden we elkaar meer in kunnen en ik denk ook moeten opbouwen. Een goede basis daarvoor, de gemeenschap, hebben we. Als we samen op zoek gaan naar Gods wil, ons willen laten reinigen en heiligen door Hem in het bloed van Jezus en elkaar ondersteunen en opbouwen denk ik dat mensen in onze omgeving ook zullen zien dat we met God leven.’ De zuster uit de gemeente merkte het volgende op: Sommige gemeenteleden praten makkelijk over hun geloof, maar dat geldt niet voor de meesten. Vaak geven we geen duidelijk geloofsgetuigenis af. We zijn weinig actief naar buiten en dat kan beter, ook al zijn we wel degelijk aanwezig. Er gaat wel stimulans van diverse personen uit.
Een positief punt is luisteren naar elkaar en meer gemeenteleden betrekken bij het uitvoeren van bijzondere diensten. Dat gaat goed vooruit.
We gaan op een integere manier met elkaar om. We bidden voor elkaar en ondersteunen elkaar waar nodig. Er heerst een goede saamhorigheid. We kunnen elkaar opbouwen in de liefde.
Als de gemeente dan uit volle borst kan zingen: ‘Jeruzalem, hier geeft de Heer zijn zegen, hier woont Hij zelf, hier wordt zijn heil verkregen en leven tot in eeuwigheid’, dan wordt het warm rond mijn hart.
We houden ons aan de liturgie die de NGK voorstaat. Daar zal een gast zich bij neer moeten leggen. We hechten grote waarde aan onze eigen identiteit. Daar is duidelijk vooruitgang te zien. We hebben veel taken verdeeld over gemeenteleden.
Loosdrecht
De gemeente van Loosdrecht is een streekgemeente met 117 leden. De leden wonen in Loosdrecht en omliggende gemeenten, zoals Hilversum, Blaricum, Huizen, Kortenhoef en Nederhorst den Berg. De gemeente is gesticht op 23 oktober 1835, kort na de Afscheiding en komt sindsdien samen in het kerkgebouw aan de Oud-Loosdrechtsedijk.
De gemeente is vacant sinds september 2010. Patrick van Henten – Ik ben 34 jaar, vader van drie geweldige zoontjes en werkzaam als Business Analist. Hoewel ik mijn hele leven in Hilversum gewoond heb, voel ik me echter deels Loosdrechter omdat ik, in verband met kerk en familie aldaar, een groot deel van mijn jeugd in dat kleine dorpje heb doorgebracht.
In mijn vrije tijd verken ik graag hardlopend de omgeving. Mijn favoriete Bijbeltekst: Spreuken 3:6, ‘Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.’
Josje Erkelens – Ik ben 57 jaar en als geboren en getogen Amsterdamse ben ik al meer dan dertig jaar lid van deze streekgemeente.
Sinds 2006 ben ik getrouwd met Hans Doeve, die ik in de kerk van Loosdrecht heb leren kennen. Als gevolg van de ziekte ME ben ik gestopt met mijn werk in de gezondheidszorg. Ik zing als sopraan in Toonkunstkoor Hilversum en fotografeer veel en graag. Maandelijks stel ik het kerkblad samen. Mijn tekst is: ‘Weest in geen ding bezorgd.’ (Filippenzen 4:6) Zowel Josje als Patrick hebben zich wel eens afgevraagd of de gemeente van Loosdrecht nog kan blijven bestaan. Zij zien de bezieling door het geloof eigenlijk maar bij een paar gemeenteleden, die dat echt uitstralen en doorgeven. De gemeente realiseert zich al wel dat het gebrek aan bezieling mede een oorzaak kan zijn van het teruglopende ledental.
Er is daarom in 2007 een start gemaaktmet een plan voor gemeenteopbouw.
Het uitgangspunt was dat we eerst moeten werken aan geloofsopbouw van de gemeenteleden zelf, in de hoop dat dat uitstraalt naar buiten en andere mensen zal trekken. Het plan is onder andere uitgewerkt in een 33-dagen-periode, waarin gemeenteleden binnen gemêleerd samengestelde groepen met elkaar een boek bespraken. Aansluitend is er een werkgroep publiciteit ingesteld, die de activiteiten van de kerk kenbaar maakt via verschillende media. Als de omgeving weet dat je er bent als kerk en wat de activiteiten zijn, kun je in contact komen met mensen buiten de kerk. Patrick vindt daarom dat er vooruitgang is bij de naar buiten gerichte blik, mede ook door de Alpha-cursus, waarin ze hebben samengewerkt met andere kerken. Josje vindt die blik naar buiten niet zo sterk aanwezig. Zij mist vooral het zoeken naar de taak van de kerk in de samenleving. Omdat ze een streekgemeente zijn, is dat wel moeilijker; als je in Hilversum woont, ken je immers de maatschappelijke problemen in Loosdrecht niet.
De gemeente is sterk in de betrokkenheid met veraf. Ze heeft een jarenlange trouwe band met dominee Bérenyi in Hongarije en enkele jongeren zijn naar Zuid-Afrika geweest om daar te werken.
De gemeente van Loosdrecht is een hechte gemeenschap en binnen de gemeente is ruimte voor iedereen. De gemeente voelt als een uitgebreide familie waarvan de leden betrokken zijn bij elkaars wel en wee. Die familieband bestaat door de verbondenheid in het geloof. Zonder kerk zou die familie er niet zijn.
Nu de gemeente sinds twee jaar vacant is, neemt ze vooral praktische zaken ter hand en ligt het proces van gemeenteopbouw eigenlijk stil. Misschien kan deze scan aanleiding zijn om het gemeenteopbouwplan weer nieuw leven in te blazen. Om weer verder te werken aan de omgang met God, met elkaar en met anderen. Dan blijven we een kerk die gezien mag worden met een boodschap die gehoord mag worden.
| Zelf aan de slag De gemeentescan van Warren leent zich uitstekend om als gemeente gezamenlijk in twee of drie gemeente- of wijkavonden beleid te formuleren. Gemeenteleden kunnen hun gemeente scannen, totalen zien, verschillen en overeenkomsten, sterke en zwakke punten met elkaar bespreken. En daar vervolgens actie op ondernemen. Meer hierover weten? Neem contact op met Pieter Kleingeld, pieter.kleingeld@kabelfoon.nl. Verder lezen? Robert Warren – Handboek gezonde gemeente. </kader> Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Maassluis en Missionair Consulent van de NGK. |
| Gemeentescan Robert Warren In een Anglicaans bisdom in Engeland met 260 gemeenten liep de kerkgang in vijf jaar met 16% terug. Opmerkelijk genoeg groeiden 25 gemeenten tegen deze trend in met 16% – een totaal verschil van 32%. Wat was daar aan de hand? Deze 25 bleken enorm divers. Sommige waren groot, andere klein. Sommige charismatisch, andere liberaal. Sommige hadden extraverte of visionaire voorgangers, andere hadden reflecterende, ingetogen voorgangers. Sociale achtergrond, locatie, stad en platteland en activiteiten verschilden enorm. Uiteindelijk bleken de gemeenten overeen te komen in hun houding. Zo was geen van de gemeenten uit op numerieke groei. Sommige kleine groepen wel, maar niet allemaal. Waarin ze wel overeenkwamen was dat ze functioneerden als warme en gastvrije gemeenschappen. Aan de hand hiervan formuleerde Robert Warren (geen relatie met Rick Warren) zeven kenmerken van een gezonde gemeente: 1. Bezield zijn door geloof 2. Een naar buiten gerichte blik 3. Zoeken naar Gods wil 4. De kosten van verandering en groei onder ogen willen zien 5. Functioneren als een gemeenschap 6. Ruimte scheppen voor iedereen 7. Zich beperken tot een paar taken en die goed doen In dit artikel hebben gemeenteleden hun gemeente gescand op basis van deze kenmerken. De getallen verdienen daarbij nog een extra toelichting: 1 = zwak, belemmerende factor 2 = minimaal aanwezig 3 = enigszins merkbaar aanwezig 4 = er is vooruitgang 5 = duidelijk merkbaar aanwezig 6 = sterk punt! |