Reactie op de blog van Bram Wattèl

2012-06-09
  • Jaargang 56
  • nummer 12
Van Bram Wattèl zouden meer predikanten zich mogen wijden aan een promotiestudie. Het zou zijns inziens het predikantswerk in onze kerken ten goede komen. Het artikel prikkelde me tot een enkele kanttekening, maar maakte tegelijk opnieuw de gedachte los of we het met de predikantsopleiding niet over een andere boeg zouden moeten gooien. Vandaar dit artikel van een werker in de kerk, voor wie de geruisloos gevulde collectezak van Bram Wattèl te laat komt. Een proefschrift zal er niet meer van komen. Maar een artikeltje als dit wil nog best!

Eerst maar eens een paar kanttekeningen.
Daarbij is nuchterheid het eerste wat bovenkomt.
We vormen als Nederlands-gereformeerden een klein, in mijn ogen zelfs veel te klein, kerkverband. De aardige kant daarvan is dat we het met tien(!) gepromoveerden in onze predikantenkring – als je de emeriti, zendelingen en VU-hoogleraar Janse meetelt – helemaal niet gek doen. Zeker als je bedenkt dat de kansen op een universitaire baan voor een gepromoveerde NGK-theoloog minder groot lijken dan voor iemand van CGK-, GKV- of PKN-signatuur.

Weinig schouders
Een tweede kanttekening raakt de andere taak, die Bram Wattèl jarenlang toegewijd, maar met pijn in het hart heeft vervuld. Dan heb ik het over zijn werk binnen de Vertrouwens- en Advies Commissie, ofwel de deur naar de ziekenboeg van de NGK.
Veel van onze predikanten werken op of over de rand van hun mogelijkheden, waarbij ik niet als eerste denk aan de academisch-intellectuele. Dat heeft al meer dan een decennium heel veel verdriet en ellende gegeven en bovendien ook veel tijd en energie onttrokken aan onze kerken. En dat in alle geledingen: van gemeente, kerkenraad en predikant(sgezin) tot aan STAGG, VAC, regio en LV. Een bijkomend gevolg van deze kerkelijke sores is dat de regionale en landelijke taken op de schouders zijn komen te liggen van een steeds kleinere groep predikanten. Ik moet eerlijk zeggen dat dit pijnpunt met al zijn bijwerkingen mij onvergelijkbaar veel meer zorgen geeft dan het aantal (niet-) gepromoveerden in onze kerken.

De opleiding
Ook de predikantsopleiding raakt aan de energiebalans in onze kerken en dat is mijn derde punt. Het artikel van Wattèl bracht me opnieuw tot de gedachte dat de NGP met alles erop en eraan een orgaan is dat te veel energie onttrekt aan het nu dienstdoende collectief van predikanten.
Ik kan het kort zeggen: van mij mag de NGP worden opgeheven. Zelfs zo’n beperkte opleidingspoot is een te grote broek voor ons kleine kerkverband.
Zeker als je niet blijft staan bij het hier en nu, maar een tien of vijftien jaar vooruitdenkt. Dan is het grootste deel van onze dienstdoende predikanten met emeritaat en de instroom zal die uitstroom bij lange na niet compenseren. We zullen dus zeker met het oog op de toekomst op korte termijn moeten snoeien in landelijke en regionale taken ten gunste van het gemeentewerk.

Kampen of ...?
Deze overweging hangt samen met ontwikkelingen aan de TU Kampen.
Deze theologische universiteit van de GKv is de laatste twee decennia uitgegroeid tot een instituut waar open, toegewijd en op hoog academisch niveau wordt gewerkt (zo is mijn ervaring met de cursussen Permanente Educatie Predikanten). Geleerd en vroom! Open ook voor samenwerking, waar dat mogelijk is. De CGK Apeldoorn is mijns inziens te klein. Bundel de krachten, zou ik zeggen. Is de CGK daar nog niet aan toe, hef de NGP op en ga verder in Kampen. We zijn welkom. Met de hartelijke wens dat de CGK dat voorbeeld volgt. En laten er vooral ook samenwerkingsverbanden met de VU worden gezocht! Waarbij er zelfs een kans is – zo las ik in het ND van 23 mei – dat de TU Kampen verkast naar een ‘echte’ universiteitsstad.
Reden te meer om als NGK aan te haken en mee te denken.

Academische theologie
Net als Wattèl ben ik er van harte voor dat (een deel van de) predikanten een universitaire studie afronden.
Soms denk ik wel eens: voorafgegaan door een hbo-studie theologie, om zo degenen af te vangen die voor het praktische werk van predikant onvoldoende geschikt zijn. Hbo-opleidingen hebben dat beter door dan de universitaire, zo is mijn indruk. Maar daarna – als het even kan – die universitaire kop. Mocht de overheid het niet financieren, dan is het prachtig als er van die stille kerkelijke geldpotjes beschikbaar zijn. Met – wie weet – een enkeling die een promotiestudie doet. Allemaal best.

Relevant en actueel
Prima dus, deze vorming van het analytisch intellectueel vermogen.
Maar de vraag is voor mij wel of actuele en relevante prediking (maar niet minder: betrokken pastoraat of aantrekkelijke catechese) wel zo strak gerelateerd is aan een universitaire theologische opleiding. Laat staan of een promotiestudie van hoog wetenschappelijk gehalte voor het praktische predikantswerk wel zo veel oplevert. GKv-predikant Jos Douma – overigens een gepromoveerd theoloog – komt voor het preken met het advies om dicht bij het Woord, dicht bij jezelf en dicht bij de mensen te blijven. Dat lijkt me voor de rest van het gemeentewerk ook niet gek, want deze drieslag zal niet van de grond komen zonder voldoende communicatieve vaardigheid, enig relativeringsvermogen en misschien zelfs een vleugje humor. Met af en toe eens een goed theologisch boek, een PEP-cursus of een paar maanden studieverlof kom je vervolgens een heel eind. En het is voor de meeste predikanten haalbaarder dan een academisch proefschrift.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief