Theocratie
2012-06-09
‘De rechterstoelen staan daarbinnen’ – een frase uit de oude berijming van Psalm 122 waarvan ik vermoed dat we hem vaak gedachteloos gezongen hebben.- Jaargang 56
- nummer 12
De NBV heeft het heel mooi vertaald: ‘Daar (in de tempel) zetelt het gerecht, daar troont het huis van David’. Wat wordt ermee bedoeld?
Het koninklijk paleis stond in Jeruzalem dicht bij de tempel, of bij de tent op de plaats waar onder Salomo de tempel zou komen. Het lag er zuidelijk van, aan de rechterhand voor ieder die naar het oosten keek, zich oriënteerde.
De Here God zei dus eigenlijk tegen David toen die de troon besteeg: ‘Zet u aan mijn rechterhand …’ (Psalm 110:1). En David ervoer dat als een belofte en als een gebod. De Here God strekte vanuit Sion Davids scepter uit, zoals diezelfde Psalm 110 zegt (vs. 2) en dat is eigenlijk hetzelfde als wat in de 122e Psalm staat. Die scepter werd als het ware gedompeld en gedoopt in het geheimenis van de verzoening. David mocht en moest (omschrijf ik) zo regeren dat het meest eigenlijke van de Here God voor Davids onderdanen herkenbaar zou zijn. Dat wil zeggen dat Israëls koningen vanuit de verzoening mochten en moesten regeren. Dat was de ware theocratie.
Streng regime?
Theocratie of Godsregering – daarmee is een heikel onderwerp aangesneden; ‘du sprichst ein groszes Wort gelassen aus’ (Goethe). We weten dat een partij als de SGP in de politiek aan die Godsregering wil vasthouden. In onze tijd van secularisatie houdt bijna iedereen daar zijn hart bij vast, bang dat het daarbij alleen maar zal gaan om de strengheid van Gods wet. Strenge straffen voor homoseksuelen, aborteurs en euthanasisten. Er zijn er trouwens die ver van het gedachtegoed van de SGP vandaan ook pleiten voor scherpere veroordelingen, hogere boetes en gevoeliger straffen. Het gaat er bij de gerechtshoven veel te zachtzinnig aan toe, vinden zij.
Eigenlijke van God
Maar zijn dat nu de dingen van waaruit het meest eigenlijke van de Here God aan de dag treedt? O, zegt u, ik merk het al, u wilt van God een Joris Goedbloed in de hemel maken. Dat niet. Maar ik zeg wel dat de wet niet het meest eigenlijke van God is. De belofte gaat voorop, de wet is er pas ‘430 jaar later bij gekomen’ (Galaten 3:17).
En de belofte zegt dat God met heel zijn hart uit is op vergeving en verzoening.
Maar hoe zou je dat politiek moeten vertalen? De ongebondenheid der mensen moet toch bedwongen worden, zoals artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt? Daar kun je toch niet zomaar de vergeving op loslaten?
Móét dus de theocratie het niet zoeken in harde maatregelen?
Evangelie van de hoge prijs
Ik meen toch een weg te zien die veel verder omhoog voert. Aan de kerk is het Woord van God toevertrouwd.
Daar moet de diepgang van de verzoening en de prijs die voor de vergeving betaald is worden verkondigd. Nooit kan daaraan de verwondering ontbreken. En behalve de verwondering ook de beschaming niet, dat wij met onze zondige aard en gedrag de hoge prijs van Christus’ bloed hebben nodig gemaakt. Ik denk even aan de blijde gebeurtenis van de inwijding van de tempel door Salomo, beschreven in 1 Koningen 8. ‘Koning Salomo nu en de gehele vergadering van Israël met hem, die bij hem samengekomen was vóór de ark, offerden schapen en runderen, niet te tellen noch te berekenen vanwege de menigte’ (vs. 5). Op het eind van het hoofdstuk wordt preciezer over 22.000 runderen en 120.000 stuks kleinvee gesproken (vs. 63). Hoezo blije gebeurtenis, bij zo veel onschuldig dierenleed? Had de Schepper in den beginne deze beesten soms niet goed genoemd? En hoezo een blij evangelie dat spreekt van de dood van Gods Zoon voor de zonde der wereld? Had de Vader van Christus soms niet gezegd: ‘Deze is mijn geliefde Zoon’? ‘Verheugt u met beving’, zegt Psalm 2. In de kerk worden wij onder de indruk gebracht van wat Gods liefde gekost heeft. Het overwegen daarvan maakt onze wederliefde in de richting van God en de naaste oersterk.
Zoeken naar zachtheid
Wie nu uit de kerk onder die prediking vandaan komt om de samenleving binnen te gaan en daar verantwoordelijkheid voor te nemen, die zal volhardend zoeken naar middelen om die liefde in beleid om te zetten. Hij zal trachten naar zoveel mogelijk, of bescheidener: zo on-weinig mogelijk theocratie. Het gaat daarbij om een mentale instelling.
Natuurlijk kan het er niet om gaan met de gerechtigheid de hand te lichten. Strengheid is niet te vermijden. Maar in de strengheid kan naar zachtheid en verzoening en liefde worden gezocht. Als de rechterstoelen nooit meer naar binnen gaan, de kerk in, al is het maar eens per week, dan zullen het zetels van wrede repressie worden. Daarom zullen we, in plaats van de baldadigheid alleen maar te bestraffen, proberen de oorzaken daarvan bloot te leggen en weg te nemen (om maar iets te noemen). Er ligt in onze samenleving nog een schat van christelijk mededogen, ook bij hen die zich kerkelijk niet meer laten bijvoeden.
Daar moeten we een beroep op doen, daar moet vanuit de kerk aan gewerkt worden. Mensen die in de kerk geleerd hebben onweerstaanbaar lief te hebben moeten onder de mensen elk vonkje van die liefde dat nog onder de sintels smeult aanblazen tot een krachtige vlam.
Kan het wel zonder?
Godsregering of theocratie is in onze geseculariseerde tijd onmogelijk en artikel 36 van de NGB moeten we maar vergeten. Ik heb het zelf ook wel gedacht. Maar laten we zo de mensen niet in de steek die er toch nog hun best voor blijven doen? En kunnen we wel zonder? Ware Godskennis in het aangezicht van Jezus Christus is als bruisende wijn die het vat uit wil. Het heeft toch wel iets dat de regerende David per se aan Gods rechterhand wou zitten. En het heeft nog veel meer dat Christus nu aan de rechterhand van zijn Vader zit. Of moeten we er maar in berusten dat God die heilrijke rechterhand van Hem heeft teruggetrokken (Klaagliederen 2:3)? En dat de zetels ten gerichte zich helemaal niets meer aantrekken van het evangelie van de vergeving en van de verzoening?
Drs. Henk de Jong is emeritus predikant van de NGK Zeist.