Heidendom?

2012-06-09
  • Jaargang 56
  • nummer 12
Nee, hij is geen optimist, Jan van Butselaar. In het Christelijk Weekblad van 27 april schetst hij hoe door de opkomst van de islam en door de seksschandalen in de Rooms Katholieke Kerk de afkeer van religie in onze dagen groter lijkt dan ooit. Zelfs een complete terugkeer naar het heidendom lijkt niet onmogelijk:

Van tijd tot tijd heb ik het gevoel dat we hier in ons goede vaderland al aardig op weg zijn, de weg terug naar het heidendom. Nee, ik heb het niet over de groeiende aanwezigheid van moslims en andere religieuze groepen in ons land; dat zijn uiteindelijk slechts minderheden die een exotische indruk maken en zo verzekerd zijn van veel media-aandacht. () Erger is een andere trend. Met de afkeer tegen alle christelijke impulsen in onze cultuur lijkt onze ethiek terug te vallen in puur heidendom. Ouders die hun kinderen volgens een bepaald religieus stramien opvoeden, moeten oppassen: binnen de kortste keren regent het klachten bij jeugdzorg die vervolgens met argusogen gaat toezien of dat geen mishandeling is. Bij de rechtspraak wordt de roep om wraak gehoord en krijgt erkenning. () ‘Heb uw naaste lief’ wordt steeds vaker vervangen door ‘wantrouw uw naaste, zeker als het een allochtoon, illegaal of Oost-Europeaan is’. De tien geboden worden tien museumstukken waarover men lachend zijn schouders ophaalt. Christelijk onderwijs moet onder het juk van liberaal fundamentalisme door; christelijke hulpverlening mag alleen als er niks christelijks meer gebeurt. () Terug naar het heidendom? Het wordt me wat kil in deze wereld, waar het loflied steeds minder en zachter moet klinken, waar mijn buurman mijn vijand moet zijn, waarin ik zelf god ben en niemand anders. Het wordt me wat kil vanwege zakelijke berekeningen, onmenselijke voorwaarden, zorg zonder hart. Het zou zomaar kunnen. Een volgende regering die godsdienstvrijheid afschaft, evangelisatie verbiedt, christelijke scholen onder heidens toezicht plaatst, preken controleert en ‘ongehoorzame’ dominees gevangen zet... () Soms denk ik ook dat het zo’n vaart niet zal lopen. Mensen zijn gewoontedieren, cultuur verandert maar heel langzaam. () Ook zie en hoor je soms ineens hoe het evangelie zich niet gemakkelijk van de kaart laat vegen.
In een van de vele rechtbankverslagen waarop we tegenwoordig worden vergast, vond een journalist het meest kwalijke dat de verdachte geen berouw toonde: precies, na de zonde dient berouw te volgen. Ook vergeving, maar die komt niet van de aardse rechter.
Jongeren van politieke partijen willen best inleveren, maar de hulp aan arme landen moet blijven bestaan: de verre naaste. Een mevrouw met ringetjes in haar lippen en wenkbrauwen, die de lift voor me openhoudt: ‘het zou toch een schande zijn als ik dat niet deed?’ Oftewel, de nabije naaste. En zelfs, als het erop aankomt, naar de kerk, om te rouwen, om te trouwen, om je leven op wat anders te bouwen dan drijfzand.
Je kunt je afkomst kennelijk niet zo gemakkelijk verloochenen.
Voor de kerk is deze culturele fase een hele uitdaging. Alles en iedereen wordt doodgegooid met de leus dat de kerk krimpt, dat we een minderheid zijn, dat jongeren niet meer gaan.
Een collega zei me onlangs dat zijn gemeente groeit, onder andere met ‘herintreders’, maar dat niemand dat wilde geloven. Inderdaad, we zullen moeten accepteren dat we een minderheid zijn. We zullen onder ogen moeten zien dat een terugkeer naar het heidendom mogelijk is, met alle uitsluiting die daarbij hoort.
Maar wat niet krimpt of minder of krachteloos wordt, is de boodschap van Gods liefde in Jezus voor alle mensen. Hoe meer we verliezen, hoe duidelijker we dat zullen moeten vertellen.
Soms wordt dan het naderende heidendom doorbroken door groei, geestelijke groei, numerieke groei zelfs.
Juist nu hebben we een kerk nodig die ‘schulp’ vervangt door ‘sterkte’. ’t Is toch Pasen geweest?

In hetzelfde blad heeft ook Gert Marchal het over de rol en de taak van de kerk. Vanuit de opdracht van Jezus aan Petrus om de schapen te weiden en te hoeden (Johannes 21) schrijft hij:

Er is geen plaats waar met zo veel eerbied over mensen wordt gesproken als in de gemeente van Christus. Mensen zijn het eigendom van Hem, de Goede Herder, die zijn leven voor hen gaf.
() In het spoor van deze Herder zijn mensen herder voor elkaar. In het kerkenwerk heet dat pastoraat. Omzien naar elkaar in Christus’ naam, om Christus’ wil. Het is van levensbelang voor de gemeente van Christus.
Ik denk dat de leegloop, het gebrek aan spirit in zo veel kerken vooral te wijten is aan de teloorgang van het pastoraat. Er wordt eindeloos vergaderd, er zijn allerlei overlegstructuren, er verschijnen ontroerend mooie beleidsplannen, maar als al deze dingen ten koste gaan van het pastoraat, is dat de dood in de pot.
Het is en blijft een wonder: onbaatzuchtig omzien naar elkaar. Ook in dit opzicht is de kerk een unieke tent op de markt van het leven.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief