Ter herdenking van Prof. dr H. R. Rookmaaker

1977-03-25
  • Jaargang 21
  • nummer 12


Toespraak op zijn begrafenisdag na lezing van Openbaring 14: 1-13

Er worden ons in Openbaring 14 twee visioenen beschreven: het eerste visioen van Johannes heeft betrekking op de bruiloft van het Lam.
Wij zien daar (vs 1-5) Jezus Christus als het Lam Gods, op de berg Sion, te midden van zijn gemeente, de 144000 vrij gekochten. Tranen worden afgewist en een nieuw gezang wordt aangeheven. De geschiedenis vindt zijn voltooiing.
Tegenover de heerlijkheid van dit eerste visioen is het tweede visioen schrikwekkend. Het beschrijft de val van het grote Babylon. het laatste stadium van een kultuur, die God de eer niet geeft; een stad, die zich verslingert aan vreemde minnaars, maar de liefde van haar eigen man en maker versmaadt.
Twee visioenen, twee wegen, die we in kunnen slaan. twee richtingen, die we kunnen kiezen.
Hiertussen staat dan dat wondere intermezzo van een engel. in het midden van de hemel. met een eeuwig evangelie.
Dit hoofdstuk leert ons voor alles één ding: er blijkt een patroon te zijn in de veelkleurige en vaak zo onbegrijpelijke en verwarrende gebeurtenissen die ons omgeven.
Dat is het wat prof. Rookmaaker zo heeft gefascineerd in de bijbel: Gods hand in de geschiedenis. Dat is de titel die hij gaf aan een serie lezingen in l'Abri die hemzelf altijd heel lief waren: Gods hand in de geschiedenis.
Zo is hij ook christen geworden. Nooit is hij gereformeerd geweest, in de slechte zin van het woord, waarschijnlijk wèl omdat hij pas op latere leeftijd in een concentratiekamp tot geloof kwam. "Tot dan toe" vertelde hij ons eens in een meer persoonlijk gesprek -"eigenlijk in heel mijn jeugd tot dan toe was het alsof ik door en soort matglas van de werkelijkheid gescheiden was - het was alsof ik er geen greep op kon krijgen -diffuus en verwarrend."
Daar heeft het lezen van de bijbel in het concentratiekamp bij hem de grote verandering ingebracht. Gods Woord gaf hem de bril waardoorheen hij de werkelijkheid toen voor het eerst kon zien zoals die was; als echte door God geschapen werkelijkheid, met structuur, met Christus als het centrum, met een plan, met diepte en toekomst, zinvol, niet in zichzelf ......-maar omdat zij rust in de hand van God, die de geschiedenis leidt. Dat betekende voor Prof. Rookmaaker iets heel praktisch, de kunst en de krant en de bijbel lagen bij hem naast elkaar.

Prof. Rookmaaker heeft er heel zijn leven aan gegeven om op het vlak van kunst en kultuur uit te werken en inhoud te geven aan dat wat hier in vs. 6 het eeuwige evangelie heet. Hier in vers 6 wordt tussen de twee visioenen (de twee wegen van Ps. 1) visionair in één brandpunt alle moeizame werk geconcentreerd en samengevat dat door mensen gedaan is om aan ieder volk en alle stam en natie de blijde boodschap te brengen.

Vlak voor hij zijn boek "Modern art and the death of a culture" eindigt zegt Prof. Rookmaaker Our calling is to live in freedom and love. To fight against sin. to stand for Freedom and humanity. It is to show love and compassion not only towards those who love us, but for modern man who has lost the track, who cries out for humanity, for love and Freedom and truth without ever finding them.
Is is not for us tot condemn, for God is the Judge, but to pray and work for them, meet them openly and without reproach ... as Greec to the Greecs and as Jew to the Jews. (Het is onze roeping in vrijheld en liefde te leven. tegen de- zonde et vechten. te staan voor vrijheid en menselijkheid. Het is onze roeping liefde en bewogenheid te tonen, niet alleen tegenover hen die óns liefhebben, maar voor de moderne mens, die het spoor bijster is geraakt, die schreeuwt om menselijkheid,
Liefde, vrijheid en waarheid, zonder ze ooit te vinden.
Het staat niet aan ons om te oordelen, want God is de rechter, maar wij moeten voor hen werken en bidden, ze openlijk en zonder verwijt ontmoeten ... in de houding zoals Paulus die beschrijft als voor de Grieken een Grieken voor de Joden een Jood ... - blz. 250). Dat heeft Rookmaaker voor ogen gestaan en dat heeft hij gedaan, zeker niet volmaakt, maar hij hééft het gedaan.

Het eeuwig evangelie wijst tussen de twee visioenen in de weg. De mens is niet gedetermineerd. de geschiedenis is niet een noodlot. Er is een keus te maken: er liggen twee wegen open. Vrees van nu af aan God en geeft Hém eer: “dat is het waarvoor Christus gekomen is''- om ons daartoe te brengen. Aan die boodschap maakte Rookmaaker zijn leven dienstbaar aan de V.U. en I'Abri.
Is het niet erg onmodern ......-om zo te spreken van "oordeel" en ,,the death of a culture"?
Onmodern? Niet voor wie de moderne kunst kent ......-die is apokalyptisch als nooit te voren.
Rookmaaker behoefde niet Openbaring te citeren om die dreiging onder woorden te brengen: hij kon ook volstaan met "Desolation row" van Bob Dylan.

Het is voor ons onvoorstelbaar hem te moeten missen ......-met zijn indirekt. zijn ondergrondse bewogenheid ......-want hij had een geheel eigen emotionaliteit, die trouwens niet ieder begreep. Helt is onvoorstelbaar hem te moeten missen, met zijn pijp en zijn hekel aán kaarslicht, zijn opgewektheid. Het is onvoorstelbaar hem te moeten missen met zijn enorme energie, zijn enthousiasme voor Mahalia Jackson, zijn voorliefde om als een soort disc-jockey uit zijn vele platen goede en slechte jazz, blues en beat te laten horen, zijn toers in de musea, zijn gesprekken en adviezen. zijn leiding in het Nederlandse l'Abri, zijn lezingen "all over the world".
Bovenal is het onvoorstelbaar hem te moeten missen als echtgenoot, als vader, als vriend, als mens.
Toch heeft mevrouw Rookmaaker geen moment gewild dat deze samenkomst een rouwdienst zou zijn. Juist vanwege het slot van dit gedeelte uit de bijbel (vs. 13). Het eindigt namelijk met een heel individuele belofte. Het is de stem van Jezus zelf die Johannes dwingt te schrijven: zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Dat wil zeggen: zij zijn niet te betreuren, te berouwen, te bewenen, zij zijn gelukkig te prijzen. Dat staat er en dat willen wij doen.
Wie in een kultuur staat, die apokalyptisch is, is gelukkig te prijzen.
als hij na een vruchtbaar leven in de Here sterven mag. Te vroeg, zeggen wij. Voor God te goeder uur, zingen wij straks. (Gez. 267).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief