Bij het heengaan van prof. H. R. Rookmaaker
1977-03-25
Op een stralende woensdagmiddag, 16 maart jl., werd prof. H.R. Rookmaaker begraven te Eek en Wiel, nadat een passende herdenkingsdienst was gehouden in de N.H. Kerk, waarbij ds W. Rietkerk woorden heeft uitgesproken die in bovenstaand artikel zijn weergegeven.- Jaargang 21
- nummer 12
Onbeschrijfelijk is de verlammende leegte die het onverwachte overlijdensbericht bij velen heeft opgeroepen. Wie zal al het werk dat hij verzette en waarmee hij zo intens bezig was voltooien? Alles lijkt zo onaf! Wie kan hem vervangen als geestelijk en organisatorisch leidsman van het l' Abriwerk in Nederland? Wie is een waardig opvolger van degene die twaalf jaar als kunsthistoricus aan de Vrije Universiteit pionierswerk verrichtte? Om maar niet te spreken van de droefenis die dit heengaan in het gezin Rookmaaker, zijn nabestaanden en verwanten heeft veroorzaakt en zijn sporen zal nalaten.
Door de grote opkomst van talloze meelevenden die voor deze, laatste eer uit alle windrichtingen waren samengestroomd besefte ik niet alleen welk een invloed deze man in honderden. ja waarschijnlijk wel duizenden levens moet hebben uitgeoefend, maar vooral hoezeer de Here machtig is door de instelling van diegene die zich met hart, ziel, geest en kracht op Hem oriënteert. In de ruim dertig jaren die prof. Rookmaaker na de tweede wereldoorlog, waarin hij tot het geloof in Christus was gekomen. mocht werken, heeft hij veel gezaaid en nog tijdens zijn leven is daarvan ontkiemd en gewas opgekomen.
Rookmaaker was reformatorisch christen. Hij was dat nadrukkelijker dan alleen protestants. maar toch ook weer algemener christelijk dan in de strikte zin gereformeerd: Het ging hem om hoofdzaken.
In de beleving, verwerking hij in zekere zin een pragmatisch en als drager van het geloof was politicus. Hij was zich niet alleen bewust van zijn historische plaats in de geschiedenis en van zijn taak t.a.v. het reformatorisch erfgoed, ook in persoonlijke gesprekken ging het hem steeds om een fundamentele keuze: het radicaal discipelschap van Jezus Christus. In die richting werkte, dacht, sprak en schreef hij.
Ik zei: pragmatisch politicus en wil dit toelichten aan zijn woordkeus.
Als aanhanger van de reformatorische wijsbegeerte van de professoren Dooyeweerd en Vollenhoven heeft hij nooit verzwegen dat hij zich maar moeilijk kon thuis voelen in het intellectualistische en moeilijk toegankelijke idioom van deze wijsbegeerte. Hij trok daar de consequentie uit door de zaak waarop het z.i. aankwam niet te verdoezelen, maar anderzijds ook voor de jongste student verstaanbaar te zijn. Het boek "Modern Art and the Death of a Culture" draagt de kenmerken van deze keuze, die hem helaas door sommige collegae niet altijd in dank werd afgenomen.
Maar de zaak des Heren stond voor Rookmaaker voorop en verspreiding van zijn gedachten in brede kring was in zijn ogen belangrijker dan een goede ontvangst in de elitaire intellectuele wereld.
Deze keuze weerspiegelt voor een deel zeker de belangrijkste intentie van zijn streven. Als overtuigd christen was prof. Rookmaaker van mening dat de kerk van de 20e eeuw het contact met de jonge generatie verloren had en daar ook weinig aan deed. De kerk bekommerde zich nauwelijks om de ernstige en diepe levensvragen die jonge studenten opwierpen, en vaak onbeantwoord moesten laten. Dit gegeven baarde hem grote zorgen. Enerzijds zag hij dat de gereformeerde wereld te weinig vrijmoedig leefde vanuit het Evangelie, anderzijds dat men het geestelijk leven te zeer beperkte tot het strikt religieuze en daardoor allerlei vragen in verband met cultuur en kunst liet liggen.
Rookmaaker was niet bang voor de moderne kunst. Integendeel.
Intensief betrokken bij haar moderne uitingen en ingaand op haar vragen die veel dieper reikten dan het esthetische vlak, stelde hij onbarmhartig maar met kennis van zaken en Bijbels inzicht aan de kaak wat de toets van Gods geboden niet kon doorstaan.
Prof. Rookmaaker heeft jonge christenen geleerd in te gaan op de vragen van de cultuurwereld, ze serieus te nemen en ze door de Geest geïnspireerd te beantwoorden.
Velen, die op het punt stonden met de kerk te breken of dit reeds gedaan hadden, heeft hij mogen terugroepen, bewaren en een vernieuwd richtsnoer in handen geven. Een cultuurarm geworden gereformeerd kerkvolk heeft hij met nieuwe ogen leren zien. Vooral aan hem is het te danken dat al eerder in de Angelsaksische wereld maar toch ook in Nederland christenen zijn opgestaan die zich niet langer schamen voor hun artistieke talenten en hun werk, dwars tegen de avant-gardistische tendensen in, aan de Here willen opdragen. Wij blijven hem in Christus hier dankbaar voor.