GRENZELOOS NAIEF
1977-04-01
Er bestaat een gereformeerde organistenvereniging, genaamd G.O.V. maar dat wist u al. Deze vereniging is in 1931 opgericht. Vierde de vorige maand haar 46, verjaardag en verkeert inblakende gezondheid, dank u. Wilt u nog meer weten? De vereniging heeft tot doel: de bevordering van een juiste verzorging van het muzikale deel van de eredienst en al wat het peil en de waardering van het orgelspel in het algemeen ten goede kan komen: dit alles op grondslag van de Heilige Schrift, zoals die is samengevat in de drie formulieren. Dat ook u, zelfs als u geen organist bent, hiermee te maken hebt zal u wel duidelijk zijn: immers ook u behoort tot de nieuwtestamentische orde van zangers en speellieden.- Jaargang 21
- nummer 13
De G.O.V. was tijdens de kerkscheuringen van 1944 e.v.j. een der zeer weinige verenigingen (vermoedelijk de enige) die haar kerkelijk uiteengedreven leden bijeen mocht houden. Op de historische vergadering van 10 augustus 1944, waar in de Haagse Lutherse Kerk de Acte van Vrijmaking en Wederkeer werd voorgelezen, waren vijf van haar zes bestuursleden present. Korte tijd later waren vier bestuursleden vrijgemaakt, twee bezwaard. Het bestuur had. naar de wereld gesproken, alle kaarten in handen om de "synodale" broeders weg te sturen en een raszuivere vrijgemaakte vereniging uit te roepen.
Het bestuur deed dat echter niet. Het dacht er niet aan de collegiale trouw zonder oorzaak te schenden. Het bestuur genoot adviezen van prof. C. Veenhof en prof. dr. K. Schilder. Zijn voorzitter in die jaren was toevallig uw huidige rubriekschrijver: zijn secretaris was onze bekende en geliefde broeder R. Huizinga van Rijswijk.
De G.O.V. verbreedde haar basis. waardoor synodale en vrijgemaakte organisten gelijke rechten en plaats behielden in hun gezamenlijke vereniging. Zij legde vast dat de diep betreurde kerkelijke scheur in haar gelederen zo nodig ter sprake mocht worden gebracht. En zij zag dit werk bekroond met veel zegen van boven, grote bloei, een goede naam, kostelijke activiteiten en maandelijkse ontmoetingen van verdeelde broeders van hetzelfde huis: ook toeloop van Christelijke Gereformeerde collega's en andere leden. Het vorig jaar overschreed het ledental de duizend.
Welke activiteiten bijvoorbeeld? De G.O.V. maakte tal van organisten zich bewust van hun taak, zette hen aan tot studie, bracht hen in kringen bijeen, vermeerderde hun kennis geen beetje, nam op verzoek van kerken vergelijkende examens af. reikte moeizaam verdiende diploma's uit, gaf aan honderden kerken advies en bijstand bij aanschaf van orgels of bij organistenkwesties - kortom: belastte zich met al die speciale zaken. welke een kerkeraad. hoe goed ook overigens. boven het hoofd gaan. In al deze diensten stelde zij het heil der kerken voorop: de materiële positie van de organist werd steeds en stelselmatig en bewust achtergesteld. Dit om te voorkomen dat men in de G.O.V. een bedrijfsvereniging zou zien. Als een ander het niet doet moet schrijver dezes het maar eens zeggen, die als voorzitter (van 1942 tot 1963), als mederedacteur van haar maandblad Organist en Eredienst en als verenigingslid deze ontwikkelingen van nabij en met grote blijdschap heeft meegemaakt.
Als uw memorie ver genoeg terug gaat zult u weten dat in die naoorlogse jaren om de haverklap een nieuwe vrijgemaakte vereniging werd opgericht. Zowel politiek als economie als jeugd als andere sectoren van kerk, staat en maatschappij werden opnieuw opgezet. Het was dan ook niet gemakkelijk om de G.O.V. heel te houden; tegen de heersen/de windrichting in te gaan. Zo trachtte men ook wel eens een nieuwe, vrijgemaakte organistenvereniging op te zenen. Door echter duidelijk te stellen: dat de G.O.V. volledig ruimte bood voor vrijgemaakte organisten en dat versplintering gewoonweg kwade trouw zou betekenen - werden de plannen stilgezet.
Maar enkele jaren geleden, nadat de verdachte elementen uit de vrijgemaakte kerken waren gewipt, is het toch tot een Vereniging van Gereformeerde Kerkorganisten (V.G.K.) gekomen. Haar doel: het bevorderen van een goede en stijlvolle verzorging van het muzikale gedeelte van de eredienst, het bestuderen van de door de Bijhel gestelde normen hiertoe en het verbeteren van positie en/of aanzien van de organist in betrekking tot zijn predikant en kerkeraad. Alles "genau wie bei uns" zeggen de Oosterburen, zo niet letterlijk dan toch woordelijk.
En lid van die V.G.K. mogen worden: zij die organist of hulporganist zijn (geweest) bij een der Gereformeerde Kerken. Maar als schrijver dezes, die bijna vijftig jaar aaneen bij drie soorten gereformeerde kerken organist en zangleider is geweest, zich bij de V.G.K. zou aanmelden ... zou hij worden teruggestuurd! Eerlijk. Tenzij de clausule "organist geweest zijn" zou worden toegepast op de jaren, vóór dat de kerk van Nunspeet uit het kerkverband was gestoten.
Naar de letter zou het dan mogelijk zijn in haar gelederen door te dringen. Maar het zou tegen de geest van de V.G.K. zijn naar ik meen: die alleen "binnenverbandse" kerken als Gereformeerde Kerken erkent en zelfs dit bijvoeglijk naamwoord niet aanvaardt. Maar noch door geweld, noch door list zou ik mij willen aansluiten bij een vereniging. die zich zo pedant aandient, zo volmaakt overbodig opstelt en zich zo farizees afzet tegen haar oudere zustervereniging. Dat is verder haar zaak.
Mijn zaak is echter, dat de V.G.K. in haar orgaan (III-3-19) mijn naam boven een artikel plaatst. En de zaak die de schrijver W. Zomer, secretaris der V.G.K. aansnijdt is, meen ik, van algemeen belang; zowel voor echte gereformeerden als voor buitenverbandse woestijnbewoners.
Want die gaat over de vraag: is een kerkelijk-geijkte vereniging bij voorbaat goed en braaf en feilloos? en is dus een niet kerkelijk-geijkte bij voorbaat gedoemd tot horizontalistische ondergang?
Het bezwaar van coll. Zomer komt hier op neer. De G.O.V., zegt hij, voer "vroeger" zo'n goede koers. En hij grondt dat op twee artikelen van schrijver dezes uit 1947 en uit 1956. Hij vraagt dan: "zou het huidige bestuur van de G.O.V. nog wel eens denken aan dat principiële beleid van vroeger? Mensen kunnen veranderen, principes kunnen zich wijzigen, maar ... " en hij eindigt zijn bodemloze verdachtmaking met een toepasselijk psalmvers.
Die verandering zou wel door coll. Zomer zijn opgemerkt - maar met name niet door schrijver dezes. Dat zou daaruit blijken, dat de oudvoorzitter Milo op een jaarvergadering van de G.O.V. een kort slotwoord sprak luidende: "alles was volgens hem nog als vroeger: dezelfde problemen, dezelfde doelstellingen, echter hier en daar wat andere gezichten".
Kijk, die paar onnozele woorden. door een notulent samengetrokken, hadden nooit gezegd mogen worden. Coll. Zomer vond die woorden van Milo "grenzeloos naïef". Want alles wás niet als vroeger. Dat was schrijver dezes geheel ontgaan! De G.O.V. luisterde nu naar "een Feestrede van een professor, die een aantal niet op de Schrift gefundeerde z.g. prioriteiten poneert". Dat was dan prof. dr G. N. Lammens geweest. En de G.O.V. "verzet zich niet meer tegen de liturgistische en oecumenische" (hebt u dat?) ...dwalingen van deze tijd"; "verweert zich niet tegen liturgistisch gedoe en spant zich in om een horizontalistische liederenbundel ingang te doen vinden". De heer Zomer zegt: ..mijn opvattingen met betrekking tot de Gereformeerde liturgie heb ik voor een belangrijk deel te danken aan het werk van de G.O.V. in het verleden". (Geen dank, beste collega.) "Thans merkt men in Organist en Eredienst niets meer van enige toetsing aan Schrift en Belijdenis". En zo voort.
Ziet u? Coll. Zomer heeft zijn vorming in de G.O.V. gehad, heeft daar gegeten en gedronken, heeft zich omgekeerd, zijn nest bevuild, en vloog toen naar reiner sferen, naar zuiver-Gereformeerde hoogten.
Om van daar uit de G.O.V. aan te klagen wegens verraad aan haar beginselen, blijkende uit ... zie boven. En om te schetteren dat collega Milo "zo grenzeloos naief" dit alles niet doorziet - wat zijn scherpe oog wel waarneemt.
U kunt deze dingen bejammeren. Toch kunnen we er ons niet van afmaken. Zulke dingen behoren helaas tot het leven van gereformeerde kerkmensen als de pijl bij de boog, als de hamer bij het aambeeld.
Ook die oppervlakkige waarneming en dat snelle meedogenloze oordeel.
Ook die krenking ten aanzien van de oudere vereniging. waar men zijn opleiding en vorming genoten heeft. Ook die veroordeling van de ander - die een "Schriftuurlijke" basis moet leveren voor eigen zaaksgerechtigheid.
Oppervlakkig zeiden we. Want in datzelfde Organist en Eredienst stond een hoofdartikel van schrijver dezes dat besloot met zijn volledige "laatste woord":
"Pijnlijk is het te vernemen, dat de basisverbreding van kort na de oorlog een paar honderd organisten niet aan de vereniging heeft kunnen binden. Wanneer de vereniging niet zo sterk voor de behandeling van het Nieuwe Liedboek had gekozen, zou zij organisten uit kerken, waarin dat nieuwe Liedboek nog niet aan de orde is, niet van zich hebben vervreemd.
Aan de andere kant is het verheugend te bemerken, dat onze vereniging nog steeds een gezond asyl biedt aan alle organisten. die in zo ruim mogelijk verband het goede voor Jeruzalem zoeken.
Summa summarum: in onze vereniging leeft nog altijd openhartigheid, zonder dat spijkers op laag water worden gezocht. Er is een hartverwarmende bezieling ren aanzien van de eredienst. Er komt een steeds groter kwantum geschoolde organisten. En de vereniging behoudt haar goede, vertrouwde gezicht dat, zonder kunstmiddelen, nog niet veroudert".
De juist afgetreden voorzitter der G.O.V., coll. H. K. W. Frenkel van Rinsumageest, is destijds door schrijver dezes voorgesteld als de geschikte opvolger om deze unieke vereniging te leiden. De G.O.V. is daar 14 jaar lang niet in teleurgesteld. Coll. Frenkel heeft de stem van de Schrift steeds duidelijk laten klinken in woord, besluit en daad van de vereniging.
Nu is hij opgevolgd door coll. Jan Pasveer. De G.O.V. en de gereformeerde kerken in Nederland, in de ruimste en oecumenische zin genomen, kunnen ook met hem gelukkig zijn. De G.O.V. gaat rustig verder, haar kompas op hetzelfde doel als “vroeger" gericht, haar papieren in orde, de Bijbel op zak.
Maar verder gaan is wat anders dan stilstaan. En verder gaan is wat anders dan in een kringetje ronddraaien. En verder gaan is helemaal niet: op een afstand, schetterend van kritiek, dezelfde problemen aanpakken,
dezelfde zaken ter hand nemen, dezelfde activiteiten ontwikkelen, die de G.O.V. al dertig jaar geleden heeft afgehandeld.
Dat moet coll, Zomer, dat moet zijn V.G.K. nog leren. Zo lang zij dat niet zien en toch fiolen van toorn uitgieten zijn ze grenzeloos naïef.