Redactioneel woord op de Opbouw-vergadering van 26 maart 1977 te Utrecht
1977-04-15
- Jaargang 21
- nummer 15
Op onze laatste redactievergadering de vraag besprekend. hoe wij onze lezers tegemoet zouden treden op de jaarvergadering van de persvereniging "Opbouw", vonden wij goed, dart wij het voortaan wat anders zouden aanpakken: dat wij niet meer vragen van de lezers zouden afwachten, waarop we dan om beurten zouden antwoorden, zoals we dat eerder wel deden, maar dat één van ons -- te beginnen dit jaar met degene, die in het redacteurkolommetje bovenaan staat -- een korte inleiding zou houden, waarin de bedoeling van het redactiebeleid bondig onder woorden zou worden gebracht. Om zo enige leiding te geven aan het gesprek daarover.
Welnu, ons blad bedoelt de oprouw te dienen van ons gereformeerde leven. Zo leest u het in de kop. Dat is ook precies wat wij willen. Gereformeerd is: alles op zij zetten wat het luisteren naar Gods Woord in de weg staat.
Steeds is dat in de geschiedenis weer gebeurd, dat men onder de schijn van te luisteren naar Gods Woord in werkelijkheid zich meer afstemde op de gangbare mening.
Het woord gereformeerd zegt dat men zich gevaar bewust is en dat men altijd weer met nieuwe oren, de profeet zegt: met besneden oren, wil luisteren naar de stem van de Goede Herder zelf.
Helaas is voor meerdere kerken en christenen 'gereformeerd' een woord geworden, dat naar het verleden wijst. Toen en daar is de kerk ge-re-for-meerd en dan komen er jaartallen en plaatsen.
Zeker isdat een betekenis van het woord 'gereformeerd'. Maar daar mag het niet bij blijven. Permanente reformatie -- dat zit ook in het woord 'gereformeerd' gesloten. Daarom zit er ook een program voor de toekomst in.
Gereformeerd zijn is zeker teruggrijpen naar het oude, het vasthouden aan het oude, aan dat oude namelijk dat de Here God ons reeds in het verleiden aan inzicht in zijn woord heeft geschonken.
Maar het is tegelijk ook een naar de toekomst gericht zoeken naar de wil van God: het goede, het welgevallige en het volkomene.
Dus maakt het woord Gereformeerd dankbaar, maar niet voldaan. Dankbaar voor wat de Here ons geschonken heeft maar niet voldaan, omdat er altijd weer zoveel op ons afkomt, dat wij met behulp van het oude niet goed kunnen benaderen. Waarom een nieuw zoeken en tasten nodig is, onder gebed en smeking.
De Here Jezus heeft eens gesproken over de Schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het koninkrijk der hemelen. Die zal, zegt Jezus, uit zijn voorraad nieuwe en oude schatten te voorschijn brengen. In dit woord van de Heiland herkent zich de gereformeerde, Wiens taak het is te werken aan de opbouw van het gereformeerde leven.
Dit verklaart ook, waarom men in ons blad oude zowel als nieuwe, nieuwe zowel als oude dingen zal aantreffen, soms los naast elkaar, soms in gesprek met elkaar.
Dat laatste, dat gesprek, dat zou ik de eer van ons blad willen nemen.
Als wij in dit gesprek niet slagen, als wij het uit de weg gaan of als we het niet christelijk en broederlijk voeren, dan is de eer weggevoeId. Lurkt het ons onder de zegen des Heren wel, dan biedt ons blad in al z'n schamelheid en onbeholpenheid iets unieks in kerkelijk Nederland.
Natuurlijk, elk blad publiceert wel eens een discussie, daar is niets uniekst aan. Maar bij Opbouw behoort het gesprek wezenlijk tot de opzet van het blad. En kom daar eens om in onze tijd van polarisatie, in onze tijd waarin verontrusting en moderniteit van elkaar af en in zichzelf krullen als de twee helften van een stuk afgerond karton, dat doormidden geknipt is.
Als er ooit één tijd geweest is, die heit christelijk gesprek tussen 'oud' en 'nieuw' noodzakelijk gemaakt heeft, dan is het onze tijd, -- is onze opvatting. Daarom zoeken wij het ook. En wij ge!loven dat Jezus Christus zelf onze gespreksleider wil zijn, door zijn Geest en Woord. Hij heeft gezegd: Ik ben niet gekomen om wet en profeten te ontbinden, maar om die te vervullen.
En met dit woord doet Hij recht aan wat 'oud' ten diepste ter harte gaat. De zorg van 'oud' is immers dat in deze tijd wet en profeten wèl ontbonden worden.
Jezus verstaat deze zorg. Maar de Heiland heeft óók qezeqd: gij hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is... , maar Ik zeg u... En naar dit 'maar Ik zeg u.. .' gaat de belangstelling van 'nieuw' uit.
Wat zegt Christus nu precies op al die problemen waar de vroegere generaties geen weet van hadden ? Wat ligt er allemaal nog onontgonnen in de Schrift, waar vroeger over heen gelezen is en dat we nu met nieuwe ogen beginnen te lezen, omdat 't wel als voor onze tijd geschreven lijkt?
'Oud' en 'nieuw', wat staan ze vandaag wantrouwig en vijandig tegenover elkaar! Voor een zeer groot deel is dat de schuld van 'nieuw'. Nieuwe inzichten, behalve dat ze vaak fout zijn, zijn niet nederig, ootmoedig, in de vreze des Heren naar voren gebracht.
Paulus zegt: de kennis maakt opgeblazen.
Dat is het: 'nieuw' heeft 'oud' vaak gekrenkt door verachting.
'Nieuw' beschouwde 'oud' vaak als achterlijk. 'Nieuw' is vaak knapper, praat gemakkelijker, maar heeft dat meestal niet in liefde aangewend. 'Nieuw' kan zo ongeduldig, onbarmhartig en onpastoraal zijn. Vandaar dat bij 'oud' zoveel gewondheid zit, die het echte gesprek onmogelijk maakt. Terwijl het echte gesprek noodzakelijk is. Want 'nieuw' heeft niet zomaar gelijk omdat het oog heeft voor moderne problemen.
En 'oud' heeft ook niet zomaar gelijk omdat hert bekende taal gebruikt. 'Nieuw' moet 'oud' uitnemender achten dan zichzelf en 'oud' moet 'nieuw' uitnemender achten dan zichzelf. Dan ontstaat er een sfeer waarin de kerkelijke argumenten gehoond kunnen worden.
Dan is het ook met erg dat, als die argumenten genoemd zijn, men de zaak waarover het gesprek gevoerd wordt, eens een poosje op z'n beloop laat. Het gesprek is geen oorlog die gewonnen of verloren moet worden: het is zelfs geen spel dat met een winnaar of verliezer moet eindigen.
Het is een stuk gemeenschapsoefening, afgewisseld door lange pauzes, waarin beide partners zich ten uiterste inspannen om de argumenten van de ander geestelijk aan zich toe te laten.
Daarbij moeten wij ons niet laten opjutten door andere kerken of bladen, die uit de verte onze vrijheid bespieden, die wij in Christus Jezus hebben. Eén onzer heeft wel eens eerder in ons blad gezegd, dat wij ons in geweten van hen moeten losmaken. En dat niet uit liefdeloosheid. maar omdat wij warm geworden zijn voor de taak die wij opgekregen hebben. Deze taak: in een tijd van polarisatie tussen verontrusting en modernisme de vragen die zijn opgekomen niet uit de weg te gaan, maar ze beter te beantwoorden dan thans aan beide kanten geschiedt. Als wij deze taak gelovig ter hand nemen, dan zullen de kinderen van hen die ons nu veroordelen, eens God danken om wat we 'gepoogd hebben.
De redactie