Efeziërs 1:3 enz.

1977-04-22
  • Jaargang 21
  • nummer 16
'Amsterdams' kan twee dingen betekenen: (a) zich bevindend in Amsterdam, Amsterdamse grachten; of (b) afkomstig uit Amsterdam, Amsterdamse diamanten.
Wat betekent nu het bijbelse woord 'hemels': (a) in de (hemel, of (b) uit de hemel?
In het nieuwe testament wordt 'het woord op twee manieren gebruikt: bijvoeglijk en zelfstandig.

Bijvoeglijk.
De Hebreeënbrief spreekt over de hemelse roeping en de hemelse gave (3: 1,6: 4). Beide ontvangt men op aarde. Zij bevinden zich niet in, maar zijn afkomstig uit de hemel.
In 1Corinthe wordt Adam tegenover Christus gesteld: Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, ten zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen.
En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen (15 : 48-49). Ook hier gaat het om de afkomst, zoals blijkt uit vers 47: De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel.
Ook bij het hemels koninkrijk, het hemelse vaderland en het hemelse Jeruzalem (2 Tim. 4 : 18, Hebr. 11 : 16, 12: 22) gaat het om de hemelse komaf, namelijk van de nieuwe aarde.
Met hemelse lichamen (1 Cor. 15: 40) worden blijkens vers 41 bedoeld: zon, maan en sterren, de hemellichamen. Het gaat over de geschapen werkelijkheid, niet over de woonplaats van God.

Als het woord zelfstandig wordt gebruikt, kan men in theorie alles aanvullen. In het grieks staat namelijk alleen 'het hemelse' (enkelvoud) of 'de hemelse' (meervoud). Men kan dus denken aan (a) hemelse plaatsen, de hemel, maar ook aan (b) personen, dieren, planten, dingen, die van hemelse komaf zijn.
Jezus heeft het over 'het hemelse' (Joh. 3: 12).
Dit kan de wedergeboorte-van-nu of de wederherstelling-van-straks betekenen. Maar in beide gevallen gaat het om zaken van hemelse komaf, Paulus heeft het over hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, letterlijk: hemelse en aardse en benedenaardse (Filipp. 2 : 10).
Dat zijn personen of machten die inderdaad in de hemel zijn. Maar met de hemel wordt dan niet bedoeld de woonplaats van God, maar de bovenste laag van de geschapen werkelijkheid.
Volgens de Hebreeënbrief was de tabernakel een afbeelding en schaduw van de hemelse (8: 5).
In 9: 23 staat een onzijdig meervoud: het gaat over hemelse dingen, .niet over de hemel.

Het woord 'hemels' wijst dus altijd op dingen of personen die uit de hemel afkomstig zijn. Het betekent nergens de hemelse plaatsen, de hemel zelf.
Toch wordt in de brief aan Efeze steevast vertaald met: hemelse gewesten (NV), hemel, lucht (SV), zie 1 : 3,1 : 20, 2: 6, 3: 10, 6 : 12.
Op één plaats (1 : 3) hebben alleen Luther en Calvijn: hemelse góéderen!
Ook op de andere plaatsen ligt de vertaling 'goederen, dingen' voor de hand. Zij werkt zeer verhelderen.

Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons (op aarde) met allerlei geestelijke zegen in de hemelse dingen gezegend heeft in Christus (1 : 3).
God heeft Christus uit de doden opgewekt en Hem gezet aan zijn rechterhand, in de hemelse dingen oppermachtig (1 : 20).
God heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse dingen in Christus Jezus (2: 6).
In de hemelse dingen wordt door de gemeente de veelkleurige wijsheid Gods bekend gemaakt aan de overheden en de machten (3: 10).
Wij hebben te worstelen tegen de boze geesten in de hemelse dingen (6 : 12).
Blijft de vraag, wat Paulus met die hemelse dingen bedoelt ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief