Het "gevaarlijke" boek (1)

1977-04-22
  • Jaargang 21
  • nummer 16
Op school komen de leerlingen onherroepelijk in aanraking met literatuur: het begint al met de verhalen en gedichten op de lagere school en het gaat door tot de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs.
Voor de meeste examens moeten de leerlingen een lijst inleveren van boeken die zij gelezen en bestudeerd hebben en het is zo goed als ondenkbaar dat niet elke week opnieuw allerlei boeken ter sprake komen in de klas.
Hebt u enig idee van wat uw kinderen te verwerken krijgen? Ik hoop uw belangstelling daarvoor te wekken; ik stel mij voor wat Informatie te geven over Nederlandse literatuur, speciaal die ian na de tweede wereldoorlog en over problemen waarvoor de lezers (dus ook uw kinderen) kunnen komen te staan.
Het is vooral mijn bedoeling dat u zich zelf ook eens bezig zult gaan houden met walt uw kind leest en dat u als oudere ook in déze dingen uw kind wilt helpen.

Gevaarlijke boeken
"Of de boeken zijn strijdig met de Schrift -- en dan zijn ze gevaarlijk of ze zijn ermee in overeenstemming -- en dan kunnen we ze missen." Toevallig had degene die deze merkwaardige woorden in lang vervlogen tijden sprak.
nogal wat in de melk te brokkelen en het gevolg was dat een grote hoeveelheid boeken op de brandstapel terecht kwam.
We kunnen ons hoofd schudden over de dwaze consequentie van deze redenering: wat zouden bij voorbeeld onze theologen moeten beginnen zonder hun bibliotheek?
Toch hebben we in het algemeen wel het idee dat boeken gevaarlijk kunnen zijn. Hoe gevaarlijk?
Dat weten we misschien niet zo goed. Maar wel is de mening tamelijk gangbaar dat met name "moderne" boeken "vies" zijn.
En ook al hebben we nooit iets van hem gelezen, we kennen vrijwel allemaal de naam van zo'n "moderne" schrijver, al is het maar van horen zeggen: Jan Wolkers.
Nu is het natuurlijk niet iets nieuws: ook ónze ouders dachten van boeken die in hun tijd "modern" waren: zo niet vies, dan in elk geval gevaarlijk. Als je als jongen van een jaar of vijftien in de bibliotheek een boek van Zola wilde hebben. (hoe lang heet een boek eigenlijk "modern"?) dan keek de juffrouw van de uitlening je onderzoekend aan: "Mag jij dat wel lezen van je ouders?"
Maar wie heeft in zijn jeugd niet eens zulke "gevaarlijke" boeken gelezen? Wat niet mocht, had aantrekkingskracht. Kent u nog dat gedichtje van Hiëronymus van Alphen:

Jantje zag eens pruimen hangen,
o, als eieren zo groot!
't Scheen dat hij ze wou gaan plukken.

Schoon zijn vader 't hem verbood!

Misschien herinnert u zich nog dat onze brave Janneman de verleiding weerstond:

Zou ik ongehoorzaam wezen?
Neen!"

Helaas, helaas. Onze ouders en grootouders hebben afkeurend gesproken over "die jeugd van tegenwoordig", en ook wij beklagen ons over de nú opgroeiende jongeren. meestal ook nog in de vaste overtuiging dat wij nu meer gelijk hebben dan onze ouders destijds.
Terecht betwijfelen wij of een verbod om een bepaald boek te lezen wel de gewenste gevolgen zal hebben. En de kans is groot dat wij nogal moeite zullen hebben met het antwoord op de vraag naar de reden van zo'n verbod.
Enkele weken geleden vroeg een jongen uit 4 Havo mij of hij Turks Fruit van Wolkers mocht lezen.
Hij bedoelde natuurlijk of ik het voor zijn literatuurlijst zou accepteren.
Bij het volgende gesprek bleek dat zijn vader het boek zelf bezat en toen heb ik hem aangeraden het advies van zijn vader te vragen. O. hij was er zeker van dat zijn vader geen bezwaar zou maken. Ik heb toen gezegd: "Lees het dan maar. als je vader het goed vindt, maar vraag je vader dan ook eens met je over het boek te praten." De jongen verzekerde mij dat hij met zijn vader prima over zulke dingen kon praten en ik heb hem tenslotte gezegd dat hij dan te benijden was: gefeliciteerd met zo'n vader.
Uw kinderen zullen zulke gesprekken hogelijk waarderen. En het is goed dat u zich ook eens afvraagt:

Wat doen ze eigenlijk op school?

Op vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs, zeker op mavo, havo, atheneum en gymnasium, wordt aandacht geschonken aan literatuur. In de klas worden verhalen en gedichten behandeld, er wordt over van gedachten gewisseld en er wordt een bepaalde uitleg gegeven. Hoe dat tegenwoordig meestal gaat, hoop ik u in een later artikel te vertellen: nu wil ik er vooral op wijzen dát er in de klas literatuur behandeld wordt, en dat daarbij ook "moderne" en "gevaarlijke" boeken aan de orde komen.
Vraagt u uw kinderen daar wel eens naar?
Natuurlijk komt niet alleen maar moderne literatuur aan de orde.
Belangrijke werken uit het verleden verdienen ook nu nog onze aandacht en ook daar kunnen heel wat "gevaarlijke" boeken bij zijn.
Wie zich met letterkunde bezig houdt, ook uw kind dus, krijgt te maken met allerlei levensbeschouwingen waarvan gezegd kan worden: ze zijn strijdig met de Schrift -- en dus gevaarlijk. Daarom is het van groot belang hoe dlie boeken gelezen en besproken worden.

Wie heeft het laatste woord?
Dat er in het schijnbaar zo onschuldige gras soms venijnige adders verscholen zitten, wil ik nu eens demonstreren aan de hand van één van onze oudste en bekendste verhalen: Van de Vos Reinaerde. Aan het eind blijkt dat Reinaert iedereen bedrogen heeft: de haas is opgegeten, de bekering en de vroomheid van Reinaert waren gehuicheld om aan het gerecht te ontsnappen, de beer en de wolf (leden van de Hoge Raad!) liggen verminkt in de gevangenis te kreunen, de geestelijke blijkt een bange, domme oplichter te zijn, de koning heeft zich om laten kopen: het is allemaal list, leugen en bedrog. Dan treedt uit de achtergrond een dier naar voren dat we in het verhaal nog niet hebben ontmoet: de luipaard Firapeel. Hij neemt het initiatief. Hij sust de koninq die in machteloze woede staat te brullen en hij regelt de schadevergoeding met de slachtoffers: de ram Belijn wordt vogelvrij verklaard, hij wordt de rechteloze prooi voor wolf en beer. Werkelijk rècht wordt er niet gedaan: werkelijk rècht bestaat niet in dit verhaal; het heersende recht is dat van de sterkste of van de slimste Wie is die Firapeel? Wie regelt er uiteindelijk de zaken? Het is de luipaard (luip-aard), te verbinden met luipen gluipen, verraderlijk aanvallen), hij is de tegenhanger van de koning, van Nobel, de leeuw. De luipaard is de koning van de nacht, de vorst der duisternis.
Hij heeft het laatste woord, hij trekt uiteindelijk aan de touwtjes!
En dan is het ook niet maar toeval dat juist Belijn, de ram, de dupe wordt: hij is de geestelijke aan het hof, de vertegenwoordiger van de kerk, u kunt ook zeggen: van het christendom! De middeleeuwse luisteraar heeft bij het einde van dit verhaal de rillingen over zijn rug voelen lopen, en ook wij huiveren als we zien welke grondgedachte achter deze geschiedenis steekt.
Is de Reinaert dus een gevaarlijk boek? Het ligt er maar aan hoe het gelezen wordt. Er komen ook fragmenten in voor die sommigen "vies" zullen willen noemen: er wordt nogal openlijk over sexuele zaken gesproken en zowel de pastoor als zijn vrouw (!) komen flink voor schut te staan. De auteur heeft geen al te optimistische kijk op zijn medemensen en in de door hem geschetste dierenwereld zijn de menselijke tekortkomingen duidelijk herkenbaar.
Wilt u het hoek nog eens lezen, maar ziet u op tegen het oude Nederlands? Er is een pocketuitgave (Ooievaer-reeks ) waarin naast de Middelnederlandse tekst een bewerking in moderner Nederlands is opgenomen.
Een gevaarlijk boek? Het ligt er maar aan, hoe het gelezen wordt, Ook bij het lezen en beoordelen van romans, verhalen en gedichten zullen wij, volwassenen ven jongeren, er steeds van doordrongen moeten zijn dat al die menselijke gedachten en gevoelens, al die woorden, getoetst moeten wonden aan HET WOORD van de Almachtige. Uiteindelijk is het Gold die het láátste Woord heeft.
Kunnen wij dan maar niet beter die boeken vermijden? Waarom zouden wij zulke boeken gaan lezen ? Waarom moeten kinderen eigenlijk die boeken lezen? Eén van de antwoorden die ik kan geven, luidt:

Het is uit het leven gegrepen!
De overeenkomst tussen het t.v. programma van die naam en het verhaal over Reinaert, de vos, is dat het beide "satires" zijn, d.w.z. dat ze toestanden, gebeurtenissen en personen over de hekel halen, iets wat hun niet door iedereen in dank wordt afgenomen. Maar dat de onderwerpen uit het leven gegrepen zijn, zal wel niemand ontkennen.
Alles wat u in de literatuur ontmoet, is uit het leven voortgekomen.
Dat geldt voor alle kunst: van smartlap tot Mattheüs Passion, van de psalmberijmingen van Datheen tot de gedichten van Huub Oosterhuis, van de brave kinderliedjes uit de Verlichting tot de schokkende protestliteratuur uit onze tijd. We zullen ze verschillend beoordelen, soms zelfs de term "kunst" bij bepaalde werken niet van toepassing achten, maar we zullen moeten toegeven: ze hebben met het leven te maken. En in dat leven staat ieder van ons.
Het is mogelijk dat u zich niet voelt "aangesproken"
door een boek, maar het kan best zijn dat uw kinderen er wel iets in herkennen, dat het bij hen wèl “overkomt".
Een volgende keer wil ik graag wat nader ingaan op problemen bij literatuur, vooral bij die van na 1945.
Ik weeft natuurlijk niet hoe belangrijk de lezers van “Opbouw" dit onderwerp vinden, ik waag het er maar op. Het gaat er mij om dat met name ouders van schoolgaande kinderen zich en dat zij hun kinderen zullen eens in zullen verdiepen en gaan helpen bij het verwerken van de “levensvragen" waarvoor zij komen te staan. Mocht iemand op mijn artikeltjes willen reageren: ik zal dat erg op prijs stellen.
Omdat “Opbouw" toch in feite een kerkelijk blad is, wil ik deze keer besluiten met een gedichtje waarin de visie van een moderne "buitenstaander" doorklinkt. Het is van Remco Campert.

Kerken

Overal
Staan nog kerken, steeds weer
Opgebouwd. Men kan er altijd wel
Een of twee vrouwen in vinden.
Biddend voor neven, voor eigen heil.
Voor dat van de wereld zodoende.

Het is stil in de kerken, stiller
Dan in een windstille natuur.
Koud ook, kouder dan
Op een bevroren meer. Stil en koud
Zijn de kerken: men zegt sereen.
Op vastgestelde uren kunt u er zingen.
Kerken staan in steden en dorpen.
Verspreid door het land. zoals
Benzinestations:

een man in
Overall poetst de ruiten. vult
De tank, ontvangt zijn geld, gaat
Naar binnen, leest zijn krant.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief