Wat deze kerk betreft

1977-04-22
  • Jaargang 21
  • nummer 16
Als u ooit de kans krijgt rustig door Twenthe te dwalen, moet u eens naar Weerselo rijden en het kerkje van het oude Stift binnenlopen. De sleutel kunt u lenen in de Stiftsschuur, het naastgelegen koffiehuis. En neem daar nu de tijd voor: elke minuut is goed besteed.

Wat is een Stift? Oorspronkelijk een huis van vroomheid: een tehuis voor mensen, die zich van deze zondige wereld afkeerden om naar betere leefregels een Godzalig leven te leiden. Stift houdt verband met stichting, ook met gesticht, ook met stichten.
Een zekere Hugo van Buren trok zich in 1150 terug uit deze wereld.

Was hij teleurgesteld in een (na kruistochten en oorlogen) vergrofde wereld? Dan was hij de enige niet. In Deventer werd in 1225 een Stift geopend, in Hasselt in 1233. En denk aan Geert Grote, de broederschap des gemenen levens , Thomas à Kempis. Denk ook aan de kloosters. De spanning tussen christendom en wereld is wel vaker aanleiding tot een scherpe breuk geworden!
Hugo van Buren. Hij moet van adel zijn geweest. Herinnert u zich dat koningin Wilhelmina, wanneer ze incognito reisde, zich gravin van Buren noemde? Welnu, Hugo van Buren stichtte met zijn gezin, knechten en meiden, een religieuze gemeenschap. Hij meed de wereld.
Hij zocht een leven in de geborgenheid van het geloof in Jezus Christus.
Dat was in Weerselo het begin van het Stift.

Nadien is er een mannenklooster geweest, dat door een normenklooster is opgevolgd. De "geestelijken" hebben helt allemaal niet zo best gemaakt. Er is tenslotte een soort begijnhuis van gekomen: een tehuis van adellijke joffers, aanvankelijk onder tucht van de bisschop van Utrecht, later vrijgevochten tot een wereldse gemeenschap. Die bestond tot de Franse revolutie. Daarna werden kerken gebouwen aan de staat getrokken, nader aan de Hervormde gemeente geschonken.

En op die plaats, waar de spanning tussen kerk en wereld de gelovigen zo dikwijls te zwaar is gevallen slaat de weegschaal thans de andere kant uit. Van Weerselo's kerkje gaat thans een milde zegen uit: kracht van de Geest, die niet alleen plaatselijk maar ook landelijk grote dingen doet. Als u de sleutel hebt mogen verkrijgen en u komt de kleine hal binnen, wordt uw oog getroffen door een plakkaat. Daar staan goede woorden op, ik heb ze voor u opgeschreven.

Luister: In deze kerk ligt een oud boek op de kansel. Het is een kritisch boek. En dat blijkt het in een tijd van vooral geestelijke milieuverontreiniging zelfs meer en meer te zijn. Dat boek doet niet luidruchtig. Het vraagt gehoor. In de stilte.

Pas in de stilte zal ook de taal van doopvonten tafel weer worden verstaan. De doop spreekt van reddeloze drenkelingen, die mogen opstaan tot een nieuw leven. Het avondmaal spreekt van schuldvergeving en waarachtige gemeenschap.

Ternauwernood opgedregd uit de moederschoot zullen onze kinderen daar nog niet van weten. Maar ze moeten het straks wel weten, als het uur komt dat ze zich, ondanks alle uiterlijke welvaart, reddeloos zullen voelen,

Misschien zijn er maar weinigen die deze taal verstaan. Maar terwille van de mensen moet dit geheim bewaard worden. De kerk op het Stift is zo'n bewaarplaats, zo'n "heiligdom". Daarom pleiten wij voor haar behoud.

Als u dan binnenkomt in het kerkgebouw zelf, voelt u het aan (als dat u gegeven is): dit is een klein heiligdom, een gouden kleinood. Hier zijn engelen. Hier wordt de rust geschonken. Hier het vette van Gods huis gesmaakt.

Ja, dat zijn geestelijke termen. Maar ze behoren bij de materie van eiken banken en Bentheimer zandsteen, van zerken, kaarsenluchter, een eeuwenoud stenen doopvont, een sobere tafel, een spreekgestoelte.
En een piepklein orgeltje van acht en een half stemmetje met aangehangen pedaal. In de vensters staan nog de wapens van enkele adellijke joffers --- maar het licht is er even zacht om. Als u de hele sfeer wilt samenvatten, dan zoekt u naar woorden als soberheid, nederigheid, dienende liefde --- Christus.
En dan staat daar een tafel. met een stoel. Op de tafel een roek met enkele verzen. Het boek heet “Wat deze kerk betreft - deze Stiftskerk te Weerselo". Het eerste gedicht schreef ik voor u over. Luister:

Deze kerk kan bezichtigd
men kan er voor-zichtig
aandachtig aan
met het oog
binnengaan

doch haar beminnelijk
innerlijk
komt men veeleer
met het oor
op het spoor

er zijn bezoekers
er zijn zoekers
die langzaam aan
op Zondag
dat verstaan.

En het tweede ook:

De Stiftskerk
zachte muren
vol gebeden
om u heen
zachte steen
vol verleden en heden
oorschelpen
die verstaan
diep verstaan
mensen over de
drempel helpen

een doopvont
zachte mond
van het wassende
wassende water
een tafel
van lichtende toekomst
van hoogtij en bruiloftsmaal
een kansel
een groot open boek
wijd open
dit Huis
een gave
een haven
om binnen te lopen.

Er staan meer gedichten in dat boek. Alle wat deze kerk betreft, deze Stiftskerk te Weerselo. Guillaume van der Graft leverde zijn bijdrage.
Huub Oosterhuis niet minder. Soms een gedicht van "zo maar een kerklid". Laat me u nog het vers van Van der Graft weergeven; u vindt het in zijn bundel "Woord voor Brood", 1956:

Ik wou dat ik in Weerselo kon wonen
bij het Stiftshuis
bij de kerk
bij de stenen Christus

ik wou dat ik in Weerselo
ver van de zee en dicht bij de oorschelp
der aarde
wonen kon als een woord
in de mond van het landschap
onder het grijze verhemelte
tussen de tongen van de bomen

dan doopte ik daar de kinderen
woord voor woord
in de keel van het water

dan sneed ik daal' het brood
van het lichaam der aarde
ik brak het zodat het begraven werd
in de ziel van het volk
en levend werd
en levend werd in zijn hart

en ik preekte zo helder
als pas gewassen kinderen
op zaterdag
een school voor het blote leven

maar nee
hoe stil ook de weg
meer en meer ingetogen
in Weerselo kan ik niet wonen

waarom niet?
omdat ik het zeg.

De predikant van Weerselo - ik kon hem niet de hand drukken - is een parttimer: werkt deels voor de kerk, deels voor zijn levensonderhoud.
Dat is toch eigenlijk prachtig: als Paulus is hij niet afhankelijk van zijn discipelen, maar daar kan het Woord nog wel krachtig om zijn. En dat is het Woord te Weerselo. Er wordt gepreekt, dat de mensen van verre reizen om het aan te horen. Er wordt tafelgemeenschap geoefend, met “allen die alzo gezind zijn". Er wordt troost gereikt aan alle belasten en beladenen. Er wordt gedoopt - zij het dat de onkerkelijkheid ook in het kleine Weerselo zich doet gelden ... Maar juist uit de steden", schrijft de predikant in een boekske, "beginnen de mensen op zondagochtend weer naar de kerk te komen. Hun aantal groeit. Wat zoeken zij? Andere, betere leefregels? Dat zou wel eens kunnen zijn. Het kon wel eens wezen - de woorden zijn van een monnik uit het 20ste eeuwse klooster Taizé in Bourgondië - dat de oude en vergeten dorpskerkjes in Europa een opdracht hebben die in de steden verloren is gegaan, de opdracht die vroeger de kloosters hadden: om het beste van het beste al pionierend over te dragen aan komende geslachten".
Over de commune van Taizé is in dit blad geschreven door dr Woldering.
Men zoekt daar naar “andere, betere leefregels". Leefregels, waarnaar gelééfd wordt, geleefd tot in eeuwigheid. Daar dacht ik aan, toen ik binnentrad.
Dit wat deze kerk betreft. De sleutel kunt u lenen in de Stiftsschuur.
het naastgelegen koffiehuis. En neem daar nu de tijd voor: elke minuut is goed besteed.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief