Alles wordt nieuw

1977-04-29
  • Jaargang 21
  • nummer 17
Het is vandaag wel eens moeilijk – vooral voor jongeren --- om te geloven, dat alles eens nieuw wordt, dat God ééns alles tot volkomen vernieuwing zal brengen.
Je kijkt om je heen: narigheid, ellende, martelingen…
En dan geloven, dat God alles nieuw zal maken. En je vraagt je af: waarom nú al vast niet een beetje?
Een vraag die “zo maar” kan opkomen.

In Genesis 5 lezen we iets van de vader van Noach. Als hij bij zijn pasgeboren zoon staat zegt hij: “Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem, die God vervloekt heeft.”
Het is eigenlijk wat triest deze man van 182 jaar dit te horen zeggen. Toch is het minder triest dan we denken. Zeker, hij heeft het over een vervloekte aarde en over moeitevolle arbeid, maar hij begint met: “Déze zal ons troosten…”
Over zijn zoon Noach heen ziet hij de Here Jezus dichterbij komen. Voor die oude Lamech is elk pas geboren kind een stap dichterbij de vervulling. Hij weet het: er is zonde, er is verdriet, maar toch: Er komt er Eén, Die troosten zal.
’t Is goed dat ook vandaag vast te houden.
Er is er Een, Die doorwerkt.
Er is ziekte, oorlog, dreiging, afgunst, rouw, vervuiling, verdeeldheid en ga maar door. Maar de Here Jezus heeft alle angsten op Zich genomen. De wereld verandert van dag tot dag, hier kapen terroristen een vliegtuig, ergens anders worden mensen opgepakt en mishandeld, weer ergens anders zijn bomaanslagen, plotseling is er een vliegramp als nooit tevoren. En stáán blijft het woord van de Here Jezus: “Ik ga heen om U plaats te bereiden, in het Huis van Mijn Vader zijn veel woning, is veel ruimte, plaats voor allen die geloven.” Je wilt God wel eens ter verantwoording roepen om de dingen die er gebeuren. Denk aan Job die dat ook doen wou. Totdat hij opeens zag dat dat te gek was. “Zie, ik ben te gering, ik leg de hand op mijn mond…”
De hand op onze mond leggen. Dat moeten we vaak doen, we doen het te weinig.

Eens zat er een man in een boom: Zacheus. Een heleboel dingen waren hem niet duidelijk, maar één ding wist hij zeker: hij wilde Jezus zien. En toen de Heiland hem zag en tot hem zei, dat hij maar naar beneden moest komen, toen vielen alle vragen bij hem weg. Hij geloofde dat het goed kwam, want hij verwachtte iets. Als de Here Jezus aan het kruis hangt, snappen de discipelen er niets van, ze lopen hard weg als Hij gevangen genomen wordt en als ze de Meester aan het kruis zien hangen kunnen ze niets anders doen dan treuren. Maar die éne moordenaar, kreeg het opeens door. God maakte zijn ogen open en toen keek hij dwars door de problematiek heen en hij bad: “Jezus, Zaligmaker, denk aan mij…” Hij geloofde dat het goed kwam, want hij verwachtte iets.

Geloven dat het goed komt.
Geloven dat er iets méér is.
Dat er Eén is, Die komt.
Die alles nieuw maakt.
Is dat voldoende?
De vragen blijven, de problemen worden groter, de aarde ligt onder de vloek van de zonde.
Maar zet dan je eigen bril af en de bril van de bijbel op.
Draai niet om de vragen heen, probeer God ook niet buiten al die ellende te houden – dat is zo’n gemakkelijk cliché-geloof: ellende en narigheid loskoppelen van God – maar zeg met Amos: “Geschiedt er een ramp, zonder de HERE die bewerkt?”
Oordelen van God.
Toorn van God.
Omdat er schuld is.
ONZE schuld.
De kinderen van Bangla-Desh hadden het een paar jaar geleden niet gemakkelijk, maar er was er één, die een tekening maakte en er bij schreef: “Straks wordt het goed. Kinderen en mensen die gewoon met elkaar praten en nooit meer schietende soldaten.”
Dán gewoon met elkaar praten. Ook daarnaar kunnen we soms verlangen.
En dus wordt tóch alles nieuw.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief