Met Gods hulp

2012-06-23
  • Jaargang 56
  • nummer 13
‘Willen jullie gaan staan?’ vraagt de predikant met zijn blik gevestigd op de voorste rij. Samen met de twee andere nieuwe ambtsdragers sta ik op. Hij leest de vragen uit het bevestigingsformulier en als het mijn beurt is, geef ik antwoord: ‘Ja, met Gods hulp’. En zo start voor mij een nieuwe periode als ouderling.
Goed om bij deze gelegenheid te reflecteren op dit ambt.
Welke eigenschappen zijn nodig om de functie van ouderling te kunnen vervullen? Uit het rijtje kenmerken dat Paulus opnoemt in zijn eerste brief aan Timoteüs: onberispelijk, sober, bezonnen, gematigd, gastvrij, een goede leraar, matig met drank, niet driftig, vredelievend, vriendelijk, niet geldzuchtig, goede leidinggever aan zijn huisgezin en een goede reputatie. Ga er maar aanstaan, dat is niet niks!
Voor welke taken heeft de ouderling al deze eigenschappen dan nodig? De gemeente bij elkaar houden en individuele leden stimuleren hun gaven en talenten te ontwikkelen en te gebruiken. Een missie en visie ontwikkelen die verankerd is in Christus en past bij de gemeente. In alles open en transparant zijn, maar vertrouwelijk omgaan met bepaalde informatie. Weten wat er leeft in de wereld en nadenken over de consequenties daarvan voor de gemeente. Werken aan een goede gemeentestructuur, zonder dat de aandacht voor mensen op de achtergrond raakt. Goed onderwijs geven, maar ook goed luisteren. Op een verstandige manier de financiën beheren en er tegelijkertijd voor zorgen dat geld niet het belangrijkste thema wordt. Ervoor zorgen dat de jeugd de volle aandacht krijgt in het gemeenteleven, zonder dat de ouderen het gevoel krijgen dat ze niet gezien worden.
Een echte teamspeler zijn in kerkenraadsverband, maar op tijd de binnenkamer opzoeken voor inspiratie en gebed.
Verantwoordelijkheid nemen in afhankelijkheid van God.
Leidinggeven en dienend zijn. Het goed regelen van de zakelijke kant van het gemeente-zijn en tegelijkertijd alles bevorderen wat de gemeente tot een levend organisme maakt. Kortom, een hele waslijst aan taken en verantwoordelijkheden.

Ouderling-zijn is een pittige uitdaging. Maar deze opsomming is niet iets om je door te laten ontmoedigen.
Want de werkomgeving waarin de ouderling deze taken mag uitvoeren, is niets minder dan Christus’ gemeente. Een gemeenschap van broers en zussen die de ouderling met gebed en aandacht omringen.
De gemeente, waarin Gods Koninkrijk nu al zichtbaar mag worden.
Ouderling-zijn voelt een beetje alsof vrienden aan je vragen om een middag op hun kind te passen. Je bent dan extra zorgzaam en voorzichtig, misschien wel meer dan bij je eigen kinderen. Want je wilt niet dat het kind van je vrienden iets overkomt.
Daarbij is van groot belang: Jezus is zelf het hoofd van de gemeente. Ouderling-zijn is ook verrast worden door Hem. Zoals dat de discipelen overkwam in Matteüs 14. Zij signaleerden een probleem en legden dat bij Jezus neer: we zijn hier met een grote mensenmenigte op een afgelegen plaats en het wordt avond; u moet de mensen wegsturen, want dan kunnen ze nog eten kopen.
Jezus speelt de bal echter terug: geven jullie ze maar eten.
Als blijkt dat de discipelen daar niet toe in staat zijn, lost Jezus het probleem op zijn manier op. Ouderling-zijn is werken in Gods Koninkrijk op een unieke positie, met Gods hulp.

Drs. Jan Smit is lid van de NGK Rotterdam-Overschie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief