Verbond en Persoonlijke keus
1976-06-25
Een tegenstelling?- Jaargang 20
- nummer 26
De HERE heeft met ons en met onze kinderen zijn Verbond opgericht.
We mogen en moeten onze kinderen leren de HERE als onze Vader aan te spreken. We moeten hen leren te denken en te handelen als kinderen in het huis van de Vader. Maar ... moeten we hen ook. Ieren persoonlijk voor God te kiezen? Kiest een kind zijn vader? Leert de werkelijkheid van Gods Verbond ons niet dat we de gedachte van de persoonlijke keus moeten verwerpen?
Als we nu eens aan het àndere eind beginnen en alle nadruk leggen op de persoonlijke keus...?
Komt het Verbond van God dan nog wel tot zijn recht? In sommige bewegingen is alles samengebald in het grote moment van de keus, waarop Jezus klopt en wij voor Hem opendoen om dan ook ,uit te breken en de jubelende vreugde van de on tmoeting. Is in deze sfeer het Verbond, dat de HERE met ons en met onze kinderen (!) heeft opgericht, niet op zijn zachtst gezegd een dood kapitaal geworden? Vindt het Verbond met zijn beloften en eisen hier nog emplooi in de onderrichting en de prediking? Jaagt de klemtoon op het persoonlijke de Verbondsgedachte de deur niet uit?
Zo kun je langs beide denk wegen op een tegenstelling uitkomen. En dan zou het worden: Verbond of Persoonlijke keus! En als die tegenstelling eenmaal ingeburgerd is, dan kan men de beide elementen misschien nog wel, gaan verdelen ook, Het Verbond zonder keus zal dan wel aan de "traditionele" kerk toevallen, terwijl de keus zonder Verbond aan de opwekkingsstromingen wordt toegewezen. Maar voordat het zo ver komt moeten we die zogenaamde tegenstelling maar eens even goed aan de tand voelen!
Verbondswerkelijkheid
In Jozua 24 moet Israël zich duidelijk uitspreken. Jozua gebiedt dat eenvoudig, Zal het de HERE vrezen en dienen? Of zal het een keus maken uit diverse soorten van afgoden... de (oude) afgoden van de vaderen of de (moderne) afgoden van Kanaän? Wat gaat er gebeuren?
Het antwoord komt in .vers 16: "Het zij verre van ons de HERE te vedaten en andere goden te dienen.
Want de HERE is onze GOD... ". We moeten er op letten dat dit antwoord geheel beheerst wordt door de werkelijkheid van het Verbond. Terwijl het volk spreekt staat het welbewust in de gemeenschap met de HERE. Het spreekt hel:emaal als een kind in het huis van de Vader. Het belooft immers niet, dat het tot de HERE zal kómen of iets dergelijks, maar dat het bij de HERE zal blijven..." Het zij verre van ons de HERE te verlaten ... "! De HERE wordt dan ook "onze God"genoemd en die naam is niet van vandaag of gisteren! Daar zit de hele geschiedenis van belofte en heil achter, Inderdaad, hier overheerst de Verbondswerkelijkheid totaal!
"Geen keus"
We kunnen ook stellen, dat Israël belijdt helemaal geen keus te hebben!
En dat het dat met 'blijmoedigheid uitspreekt! "Want de HERE is onze God. Hij is het, die ons en onze vaderen uit het land Egypte heeft gevoerd, en die voor onze eigen ogen deze grote tekenen gedaan heeft ... ". Over de goden van de Vaderen en van Kanaän wordt niets gezegd. Dat zijn dan ook "nietsen" , "ijdelheden", "leugens". En het kiezen voor deze goden moet als een onmogelijke mogelijkheid worden bestempeld. De jongen zou het huis van zijn vader verlaten om buiten op een doodlopende weg terecht te komen...? Onmogelijk! De keus is niet reëel! De heerlijke werkelijkheid van de God van het Verbond èn de "nietsen" ! "Het zij verre van ons ..." - hier wordt het verlaten van de HERE als "dwaasheid in Israël" verworpen. Inderdaad, het is gewoonweg onzin te den/kien, dat het volk hier kiest uit drie reële mogelijkheden, die - vrijblijvend - worden gepresenteerd.
Er is ten diepste één mogelijkheid, En er is géén werkelijke keus!
Toch gekozen!
Het zal ons nu opvallen, dat Jozua in het vervolg toch rustig van kiezen spreekt! Zie maar vers 22: "Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de HERE verkoren hebt om Hem te dienen... Verkóren... "! Een werkelijke keus komt daarin naar voren! Is 'dat niet in strijd met wat zojuist gezegd is?
Neen, maar wèl komt hier een merkwaardige verdieping van de gedachte op ons af. Wie zich gezeggen Laat door het Verbondswoord van de HERE, die komt tot de enig mogelijke conclusie, dat hij géén keus heeft en hij is er blij om! Maar in dat "zich láten gezeggen" heeft hij de goede keus mogen doen en werkelijk gedaan! En die goede keus blijkt in de blijde belijdenis dat er niet meer te kiezen valt! De góéde keus!
Daar is immers ook. de werkelijkheid van de zonde. En zonde betekent de onmogelijke mogelijkheid Om het vanzelfsprekende te verwerpen en om de keus te laten vallen buiten de énige levensweg!
De enige mogelijkheid wordt onmogelijk geacht en het lege wordt aangegrepen als vulling van het bestaan - Dwaasheid in Israël! Wie blijmoedig zegt: "HERE, ik heb geen keus!", die heeft het goede deel gekózen! Wie in zondige dwaasheid zegt; dat de HERE onze keus niet waard is, die hééft de "nietsen", de afgoden, gekozen!
Geen verkeerde tegenstellingen !
Wij zijn als Nederlandse gereformeerden nogal goed in dogmatiek. We zetten de dingen graag in een rijtje, we maken onze tegenstellinkjes en als de één of andere zaak dit is dan zal ze wel niet dàt zijn! We verstaan de kunst van het "spreken met twee woorden" heel wat minder goed! We mogen onze kinderen leren de HERE als onze Vader aan te spreken en te leven als kinderen in het huis van die Vader. We mogen hun bijbrengen, dat het in het Verbondzo vanzelfsprekend is de HERE te dienen en bij Hem te blijven, Maar tegelijk mogen en moeten we hun met ernst voorhouden, dat ze dat vanzelfsprekende nu ook zèlf moeten uitspreken omdat daarin het Verbond tot zijn doel geraakt!
We mogen de kinderen bijbrengen, dat ze door Gods Verbondsgenade zo zijn omvat, dat ze géén keus meer hebben, geen reële keus! Maar tegelijk mogen en moeten we ze voorhouden, dat ze dat "geen keus hebben" met alle blijdschap en van harte moeten verkiezen, omdat daarin het Verbond tot zijn doel geraakt! En daarin komt de gehele persoon mee! Dat is geheel en al persoonlijk.
Weg met die tegenstelling! Denk aan de verschrikkelijke zwartheid van de zonde, die het vanzelfsprekende niet hoort en niet náspreekt en die de 'keus laat vallen buiten de énige levensmogelijkheid!
En spreek ook Uw kind "met twéé woorden"!