Over het voorportaal van de Kerk (5)
1976-06-25
De mens zichzelf een raadsel Het is merkwaardig te zien welke films en welke Iiteratuur vandaag in het middelpunt van de belangstelling staan. Op het moment, dat ik dit schrijf, trekt de film "One flew over the Cuckoo's nest" al voor de zevende week in Utrecht uitverkochte zalen. Je verwacht dan iets romantisch te zien te krijgen, of iets dramatisch in de geest van Ingmar Bergmann, maar geen van beide is waar: de film houdt zich bezig met de psychiatrische inrichtingen en de hulp die daar aan de mens geboden wordt.- Jaargang 20
- nummer 26
Iedere Nederlander (neem ik aan) kreeg pas geileden een folder in de bus met reclame uit een boek uit de Time Life serie: het menselijk gedrag, Het boek heet: "het individu" en het wordt aangeprezen met zinnen als: wilt u uzelf beter begrijpen? Zoekt u naar betere menselijke relaties? Wilt u weten, waarom uw -ene dochter nagels bijt en de andere niet, voor deze en soortgelijke vragen ontvangt u hulp in dit boek Onlangs was een hele avond televisie van de K.R.O. besteed aan de verfilming van het boek "De mensheid: een complot" van Nigell Calder. All deze dingen laten zien hoezeer de 20e eeuwse mens op zoek is naar zichzelf. Mogen wij daar bij de evangelieverkondiging bij aanknopen?
De architect van de middeleeuwse kathedralen heeft daar ja op geantwoord.
Wij. zagen al in één van de voorgaande artikelen dat de voorhal van de kathedraal niet alleen afbeeldingen vertoont van die natuur, maar ook van het raadsel: mens. Wij zien daar symbolische afbeeldingen van de deugden en de ondeugden van de mens.
Meestal in paren: naast een symbool van hoogmoed (een figuur van een man als Prometheus) een symbool van nederigheid (de gebogen gestalte van een vrouw die kinderkleren maakt), naast dwaasheid wijsheid, hoop naast wanhoop, gierigheid naast weldadigheid, kuisheid naast wellust, dapperheid naast lafheid enz. Ook op andere wijze wordt de buitenstaander gewezen 10p de oneindige mogelijkheden die de mens in zich heeft, mogelijkheden ten kwade, maar ook ten goede. Wie het middenportaal van de Notr Dame in Parijs bekijkt,vindt daar ter ankerzijde een afbeelding van alle verdoemden onder leiding van de alle ondeugden van de mens grijpen ons aan -, maar ter rechterzijde alle verlosten onder leiding van Christus en daar zien wij de goedheid van de mens in vele vormen a:llgebeeld. Ook de wijze en dwaze maagden, geliefkoosde symbolen voor de voorhal (je vindt ze bijv. ook in de voorhal van de Sint-Jan in Den Bosch) zijn daar geplaatst, omdat ze de geïnteresseerde buitenstaander direct in aanraking brengen met iets wat hem heel vertrouwd is: de duizelingwekkende mogelijkheden èn onmogelijkheden, die de mens in zich bergt. Het komt mij voor, dat juist op dit punt de middeleeuwse kathedralen ons in de 20e eeuw veel te leren hebben.
Juist in die 20e eeuw liggen hier de vragen waarin christen en niet-christen elkaar ontmoeten, waar zij staan op gemeenschappelijke grond, want het raadsel dat de mens zichzelf is, vraagt om uitleg. Pascal zegt (Prisma blz. 111): "de grootheid en de ellende van de mens zijn zó in het oog lopend, dat de ware godsdienst ons noodzakelijk moet Ieren, èn da t er een groot beginsel van grootheid èn dat er een groot beginsel van ellende in de mens gedegen is. Hij moet ons derhalve rekenschap geven van deze verbazingwekkende tegenstrijdigheden.' Churchill heeft eens gezegd: de mens ,is op dit moment in de geschiedenis opgestegen tot een ongekende beheersing van de nabuurkrachten.
Als hij wil ligt er een gouden eeuw van vrede en welvaart voor hem, maar hij moet alleen nog zijn laatste en slechtste vijand overwinnen: zichzelf.
Dáár moet C. G. Jung aan gedacht hebben toen hij in een interview betrekkelijk kort voor zijn dood zei: "de enige echte vijand, die de mens heeft is de mens zelf en wij weten nog niets van de mens, absoluut niets."
Dezelfde mens, die zo groot is in kennis, inzicht en gevoel, is minder dan de dieren in bruutheid, haat en geweld. Hetzelfde volk dat Bach en Beethoven voortbracht, kent mensen in hum gelederen als Hitler en Goering. Wat is de mens?
Het is mijn ervaring ook in het I'Abri-wenk dat deze vragen zowel bij christenen als bij niet-christenen midden in de aandacht staan. lk moet erbij zeggen: wak niet in de filosofische vorm waarin ik die vragen zo even heb geformuleerd maar veel praktischer, concreter in de vraag waar talloos veel jongeren mee bezig zijn: wie ben ik ...zelf? Wie ben ik nu in de massa van de grote stad? 'Wat onderscheidt mij van anderen, van de andere broers en zusters mt het grote gezin waaruit ik kom, of van de klas, waarin ik zit. Wie gelooft, dat hij in niets verschillend is van de anderen, raakt gedeprimeerd.
Wat heb ik dan voor reden om te leven, als ik toch maar één van de velen ben?, of alleen maar een onbeduidend radertje van de grote machine van de samenleving; een radertje dat bovendien gemakkelijk te vervangen is.
J. H. Bavinck spreekt hier van de "ontpersoonlijking van de moderne mens". Psychiaters spreken van een identiteitscrisis, een woord dat nog niet eens veertig jaar oud is, want het werd pas voor het eerst door de psychiater Ericson in de laatste wereldoorlog gebruikt als diagnose voor gedeprimeerde frontsoldaten.
Naar mijn mening bieden boeken als van Time-Life 'het individu' of van N. Calder hier geen hulp: het laatste is een populair samenraapsel van allerlei wetenschappelijke inzichten over de mens: zijn sociaal mjlieu, zijn aanleg, het gedrag van de primitieve mens, etc.: je wordt overstroomd met interessante informatie en verder niets, Van het hele boek van N. Calder is alleen de titel echt boeiend: de mensheid een complot.
lik lees dat tegen de achtergrond van Ps. 2 : 2, en ik vergeet dan maar dat het evolutionisch uitgangspunt wel moet leiden tot de conclusie: de mens is een soort gecultiveerd hordedier ; een naakte aap, zoals Desmond Morris zijn boek over de mens noemde. Is de mens dat? Is hij een machine, een computer? Niemand, die het echt ge/loven kan. Maar wat dan wel?
Time Life beperkt zich (fenomenologisch zoals dat heet) tot een zuivere beschrijving van de kwaliteiten van de mens: zijn verstand, zijn creativiteit en het raadsel van zijn persoonlijkheid.
Het eindigt met de nadruk op het recht dat alle mensen moeten hebben "het individu te worden dat zij' volgens hun hart en ziel horen te zijn".
Het doet goed dat te horen maar ik zou zeggen: daar beginnen nu weer de vragen: wanneer wordt een mens die mens die hij volgens zijn bestemming is? Als hij Iuistert naar zijn eigen hart? De 20eeeuwse mens worstelt meer met vragen over zichzelf dan over God.
Ben ik vrij of ben ik gedetermineerd?
Wat is de zin van mijn bestaan? Hoe kan het dat ik zulke uitersten in mij, aantref van schoonheid en kwaad? Zijn er normen, waarnaar ik moet [even of stelden wij die zelf vast? Is een mens ooit zichzelf genoeg (mals het marxisme tenslotte als einddoel ziet). Waarin ben ik uniek?
Waarom moet ik lijden? Vroeger klopte men voor deze vragen aan bij de kerk. In de voorhal van de kathedraal werd de buitenstaander in ieder geval op deze vragen attent gemaakt.
Vandaag gaat men ervoor naar de psychiater en de psychologie.
Veel jongeren, die ons I'Abri bezoeken hebben boeken bij zich van Maslov, Laing, Terruwe.
Ericih Fromm of Thomas Harris: Ik ben o.k., jij bent o.k. Wij hebben in onze Tape-bibliotheek twee langere studies over deze vragen: bijbelse psychologie en christelijke psychologie: zij belhoren tot de meest beluisterde tapes. De psychologie heeft voor de 20e eeuwse mens de rol die de pastor had voor de kerkmensen in vroegere eeuwen Van hieruit moeten wij ook de grote golf van belangstelling verklaren voor films als: One flew over the Cuckoo's nest. Ik had wel een meegevoel met de psychiaters toen ik deze film zag. Zij ondergaan vandaag het lot wat de dominees ondergingen jaren geleden (ik denk aan de Avondmaalsgasten e.,a. van Bergmann): er wordt een karikatuur gemaakt en daarna wordt de karikatuur vernietigend afgewezen.
Intussen is er meestal wel reden voor zo'n karikatuur het mensbeeld waarmee de psychologen en psychiaters werken is er zelf één, dat vele bovengestelde vragen onbeantwoord laat of onbevredigend beantwoordt. Wie meent dat pjlenen technieken een mens een gezond zelfvertrouwen of een gevoel van eigenwaarde kunnen geven, heeft blijkbaar het bovengeschreven mensbeeld van, Nigel Calder: de mens een gecultiveerd hordedier - of een ingewikkelde computer. Maar dat mensbeeld is zeker niet meer in de markt bij de jongste psychiatrie, waar Rogers en Maslov veel gelezen zijn: hun mensbeeld gaat ervan uit dat de mens niet zonder dit besef van eigenwaarde kan. De mens is geen machine. Ieder mens is uniek, Ieder mens moet daarom de moeilijke weg bewandelen van zelfverwerkelijking.
Bij deze tweede geboorte kunnen psychiaters hooguit vroedvrouw zijn. Zo ontstond dat type psychiaters dat altijd alleen maar begrijpend luistert en nooit iets zegt. Hooguit vraagt.
Stel je voor dat hij iets van zijn waarden en normen aan de ander zou opleggen! Ieder mens moet voor de basis van zijn waarden en gevoelens en normen zo eigen in zijn eigen diepste zelf.
Op dit punt is de bovengenoemde Jongste psychiatrie heel nauw verwant met het mensbeeld van de Oosterse mystiek Ook dat oefent op de Westerse mens met name via boeken van Herman Hesse een grote aan trekkingskracht tuit. Transcendente meditatie is "in" en yogascholen duiken overal op. Ook deze mystieke bewegingen gaan uit van een mensbeeld, dat onderscheidt tussen een uiterlijk oppervlakkig "ik" en een dieper, in de mystiek zelfs goddelijk, "zelf". Bij Freud was de mens een ijsberg: a[[een het topje van zijn persoonlijkheid kwam boven water: wat onder water zat, was ons eigenlijke ik, dat de rol speelde van een "anti-ik". Bij Maslov is de mens een harde noot met een zachte en goede kern: aas de noot maar openbreekt (soms in de sensitive-training, letterlijk gekraakt wordt), komt de goede kern wel naar budten: het onbewuste is niet meer een anti-ik. Maslov is een optimist. Maar in de mystieke mensbeschouwing die bijv. H. Hesse van het Oosten overneemt is die diepe kern van het Zelf goddelijk."Ons subjectief, empirisch individueel ik blijft ze er wisselvallig en humeurig; zeeraan de buitenwereld afhankelijk en aan invloeden onderhevig... Dan is er echter het andere Ik, in het eerste verborgen, maar er niet mee te verwisselen. Dat tweede, hoge, heilige Ik (het Atman van de Indiërs, dat zij. met Brahman gelijkstellen) is niet persoonlijk, het is ons deel in God, in het leven, in het AL, in 'het on- en bovenpersoonllijke," Aldus Hesse in ”Tussen Oost en West" blz. 110.
In de mystiek probeert men dit diepere zelf te ervaren, en van dit zelf op te gaan in het goddelijke Al. Scheidingen zoals die van de moraal tussen goed en kwaad of die van het geloof tussen God en mens worden opgeheven. Maar andere scheidingen worden ingevoerd: tussen uiterlijk en innerlijk, tussen de groepsbelangen en de individuele belangen, tussen denken en voelen. Het gaat er hier en nu niet om dit nader uit te werken. Het enige punt waarom het mij gaat is het signaleren van een 20e eeuws verschijnsel: alle stromingen die zich vandaag aan ons voordoen werken onbewust of doelbewust met bepaalde niet-christellijke mensbeelden. Ik noemde de psychologie en de mystiek. Maar het neo-marxisme, wat vooral aan de sociaalgerichte opleidingen zijn invloed uitoefent , doet dat evenzo - ook all leert men dat mensbeeld niet altijd expliciet.
Tegenover mystiek en psychologie is deze neo-marxistische beweging veel minder naar binnen gericht op het eigen-ik en veel meer extravert: de mens is pas gelukkig als zij zich kan realiseren in zijn arbeid .en om geluk!
kig te kunnen werken moeten de arbeidsprocessen en arbeidsverhoudingen democratisch in eigen hand rusten. Een permanente revolutie moet er voor zorgen dat de structuren van. onze samenleving de mens zijn optimale arbeidsvrijheid en -vreugde geven.
Hoe belangrijk dit laatste is, of is ook dit een verschraald mensbeeld. Kan de mens wezenIijk geen vervulling meer vinden als hij uit het arbeidsproces is uitgeschakeld? Gaat zijn identiteit niet aan zijn, werk vooraf? Mensen die hun identiteit alleen in hun werk zoeken of in hun sociale positie zijn in de regel niet de fJjlfllste blijven er bij al deze stromingen diepe onopgeloste vragen over - of worden nieuwe vragen opgeworpen.
Vragen over het mens-zijn zelf. Vaak, zoals in de bovengenoemde film, vragen die opkomen uit een diep gevoel van teleurstelling: wij hadden verwacht het hier te vinden: genezing uit gebrokenheid, hoop 'in wanhoop, oplossingen voor raadsels: wij hadden verwacht het te vinden bij de psychiater, bij t.m., bij nieuw-links. Maar wij hebben het niet gevonden.
Antwoorden op het geheim van die mens zijn ook niet te vinden buiten het evangelie van Jezus Christus om. Om met Pascal te spreken: daar alleen vinden wij antwoord op de vraag: wellik groot beginsel van grootheid en welk groot beginsel van ellende in de mensgelegen is. Wie is er in staat om deze bijbelse gegevens te gebruiken voor het ontwerpen van een geheel eigen christelijk mensbeeld?
Dat zou vandaag heel nodig zijn, Het mensbeeld dat de bijbel ons geeft valt in ieder geval op door die volgende punten:
1) de bijbelse leer, dat God de mens naar Zijn beeld geschapen heeft (Gen. 1: 26) wat geldt ook van de gevallen mens (Gen. 9 : 6) is de enige basis voor de diepe hunkering in het mensenhart naar uniekheid, naar "iemand te zijn." Wij zijn ook iemand: wij zijn van hoge komaf. Die hoge komaf verraadt zich in iedere mens. Hoe vuil een mens ook 1S, er zit in ieder mens een parel onder het vuil. Juist christenen hebben een basis voor deze benadering van hun medemens en voor de omgang met zichzelf.
2) er ligt ook een groot beginsel van misère in de mens: de bijlbel wijst dat aan door het oude bericht, dat de mens zijn eigen afkomst verloochent heeft, niet wil zijn wie hij wezenlijk is: schepsel Gods. In die verbroken relatie met' God ligt die bron van alle misère.
3) In de persoon van Jezus Christus wordt ons 'onze grootheid en verlorenheid getoond, maar ook belofte gegeven voor genezing en uitzicht. In hem biedt God ons een nieuw mens-zijn aan. De verkondiging van Christus moet" aansluiten bij de vraag naar de zin (vgl. Joh. 10 l10), de diepe hunkering naar eigen identiteit (Openb. 2: 17), de behoefte aanvaard te zijn (Rom. 15 : 7), de hang naar echte vrijheid (Gal. 5: 1) die leven in het hart van de moderne mens. De verkondiging van Christus is anderzijds ook scherp: van goede kernen in de mens wil de bijlbel niet weten (Jer. 17: 9, 10), versmelting met het goddelijke is een waanidee (1 Kon. 8 : 27), verwijding van het bewustzijn moet plaats maken voor een geweten, dat nauwer Iuistert (Bom. 13 : 11-14) en direktieve methoden moeten worden omgesmeed tot wapenen waarmee de mens wordt opgevoed tot het dragen van verantwoordelijkheden wordt geholpen hij het vinden van zijn bestemming, Neen. de mens is niet het centrum van het universum, Zolang !hij dat denkt duurt de ellende voort.
Maar waar zijn ogen opengaan voor God in Christus, daar wordt hij niet onbelangrijk of doodgedrukt, daar vindt hij plotseling de ruimte te rug waarbinnen hij kan worden die hij is: onderkoning geliefd kind, schepsel: Gods. Hij vindt pas hier zijn ware bestemming.
Literatuur:
J.H. Bavinck: De mens van nu (Kok, Kampen)
H. Berkhof: De mens onderweg
A. Terruwe: Geef mij je hand
H. van Wijngaarden: Hoofdproblemen der volwassenheid
F. A. Schoeffer: Milieuhygiëne en de dood van de mens
J. J. Buskes: Is God dood of zijn wij dood?
J. H. van den Berg: DieptepsychoIogie. N.C.R.V. Theol. Etherleergang (jg. 12): Wat dunkt u van de mens?
H. Fortmann: Wat is er met die mens gebeurd?