De Christus-verzen van J.H. Leopold in het geheel van zijn dichtwerk
1976-06-25
J. Kamphuis: Is het waar dat gij het waart? - Jaargang 20
- nummer 26
De Christus-verzen van J. H. Leopold in het geheel van zijn dichtwerk. Proeve van een nieuwe Interpretatie.
Kamper bijdragen nr. 15.
Uitg. De Vuurbaak, Groningen 1975
36 pag., f 6,50.
Dit boekje is de tekst van. een lezing gehouden voor de Oratorische Vereniging Chrysostomos ter gelegenheid van haar 10e lustrum (zulke anachronismen bestaan dus oog, tenminste in Kampen!). Na 'H. Marsman en zijn levenslied' waagt de kerkhistoricus Kamphuis zich hiermee opnieuw op het gebied van de interpretatie van gedichten, iets waartegen ik volstrekt geen vakwetenschappelijke bezwaren zou kunnen inbrengen.
De dichter Jan Hendrik Leopold (1865-1925) maakte met de in dit boekje afgedrukte en besproken Christus-verzen zijn debuut. Hij behoort met o.a. Houtens tot de eerste generatie na Tachtig. Eenzaamheid, de smart van het menselijk bestaan, de vraag naar de zin van het menselijk leven, dat zijn de thema's van Leopolds werk. Hij was een eenzame, overgevoelige en la ter ook oog dove leraar klassieke tallen die probeerde om via zijn gedichten zichzelf uit te drukken en zo toch nog contact met anderen toevinden.
Leopold schrijft moeilijke gedichten, die om veel interpretatiearbeid vragen. Kamphuis geeft eerst een schets van Leopold aan de hand van citaten uit zijn, gedichten en geeft vervolgens een interpretatie van de zes Christusverzen. Bij die interpretatie maakt hij gebruik van een eerdere variant van het eerste gedicht, dat later gepubliceerd is. De vraag is natuurlijk of dat wel juist is.
Leopold heeft niet voor niets een andere versie gepubliceerd, waarin meer dingen worden opengelaten. Maar we komen hier op het glibberige terrein van 'de bedoelingen van de auteur' en het is dan ook moeidijk om Kamphuis' methode absoluut te veroordelen, All interpreterende confronteert Kamphuis het door Leopold opgeroepen Christusbeeld met wat z.i. het Bijbelse Christusbeeld is. Jammer dat in de slotbeschouwing waar Kamphuis nog eens op dit punt ingaat, op p. 32 één of meer regels zijn weggevallen, waardoor de conclusie niet geheel interpreteerbaar. Ik geloof wel, dat Kamphuis' beschouwing helpt om Leopold beter te begrijpen. De vraag is wel, hoeveel mensen dat willen: Leopold beter begrijpen, Het is immers niet de dichter waar die liefhebbers van gedichten (en dat zijn er al niet zo veel) het eerst naar zullen grijpen, 'en zeker niet in Vuurbaak-kringen. Toch is het goed dat Kamphuis deze dichter heeft uitgekozen, Leopold is iemand die in zijn gedichten echt worstelt om het leven en zijn plaats daarin te begrijpen en te aanvaarden. Dat worstelen, en het op oorspronkelijke en intensieve manier gebruik maken van taai zijn dingen die ik juist mis in, de al te gladjes Lopende gedichten, volgens afgesleten woordgebruik van sommige christelijke dichtbundels.
Ik vind het dan ook positief dat Kamphuis aandacht vraagt voor een heel ander soort dichtkunst, al zullen gezien onderwerp en prijs wel niet erg veel mensen dit boekje aanschaffen.