Wie is d'r hier zo stil?
1976-07-02
Ja, dat is een vraag, die je op een verjaarspartijtje kunt horen stellen.- Jaargang 20
- nummer 27
Wanneer de stemming niet helemaal je dat is. De vraag is natuurlijk absurd - maar geeft duidelijk aan, dat het opvalIend stil is. Sommige mensen zeggen dan: er gaat zeker een dominee voorbij. Acket geeft als Nederlands gezegde voor zo'n moment: een officier betaalt zijn schulden. En welke term u verder ook prefereert, het is duidelijk dat het om een "pijnlijke" stilte gaat, niet om een gevulde stilte; geen stilte vol blijde gedachten.
Die pijnlijke stilte kennen we ook in onze kerkelijke samenkomsten.
Wanneer de predikant een kleine technische storing heeft, of wanneer de organist even te lang op zich laat wachten, voelen we ons wat onrustig. Er is dan iets als een onuitgesproken vraag: wie is er hier zo stil?
Waarom gaat de zaak niet verder? Waarom die "storing" en dat "even geduld a.u.b."?
We herinneren ons een predikant, die de geloofsbelijdenis voor de gemeente uitsprak. En een iegelijk van ons sprak in zijn hart met hem mee. Hij zei na afloop, na een paar seconden nadenken: gemeente, zouden we die geloofsbelijdenis eigenlijk niet beter met mond en hart kunnen uitzingen? Zo van: Ik heb geloofd en daarom zing ik? Zou de gemeente dat kunnen zingen, organist? - Waarom niet? was de wedervraag van de organist. - Nu dan, gemeente, zullen we? vroeg de predikant, - De organist gaf vuur en de gemeente zong als een school lijsters! Wat een bevrijdende middag was dat. Iets nieuws, dat over de gemeente kwam. Voor één keer namen we de belijdenis voor eigen rekening; niet als een stil geloofsstuk maar als een daad.
De vorige week hadden we een predikant die aan het slot psalm 18 wilde laten zingen. Maar hij maakte zich zorgen over de melodie. Dat had hij niet behoeven te doen - maar zijn zorg was aanleiding tot een plezierige scene. Hij zei namelijk: we zouden uit psalm 18 willen ringen. Maar ik vind dat zo'n moeilijke wijs en ik wil ook niet graag in conflict komen met uw organist, Daarom: als we de wijs van psalm 32 zouden gebruiken, dat gaat namelijk, zou u dan hard protesteren, broeder organist?
- De broeder organist antwoordde: alleen zachtjes protesteren dominee. - U hoort het, sprak de dominee gevat, hij zat alleen zachtjes protesteren; zullen we het er dan maar op wagen? - En daar zongen we psalm 18 op de wijs van psalm 32.
- Dat was toch niet nodig geweest, zei een der broeders achteraf; de wijs van psalm 18 is toch goed genoeg? - Natuurlijk, antwoordde de organist, maar zo'n kleine samenspraak is toch ook een verkwikking?
Belangrijker dan elke dialoog in de kerk is: dat we tegen enige stilte kunnen. Of dat we die stilte daadwerkelijk gebruiken om iets goeds te doen of te zeggen. Snoepen in de kerk is niet fraai, is eigenlijk een afschuwelijk triviale manier van doen. Maar het aanbieden van een kerkelijke pepermunt kan zo'n heerlijke beleving van de gemeenschap der heiligen zijn. Want op je eentje snoepen is een ellendige aangelegenheid, als u begrijpt wat wij bedoelen. Laten we elkander dan in vredesnaam maar medeplichtig maken. Zo is de gemeenschap althans gediend door het snoepje van de week.
Vandaag genoten we het avondmaal. Een gebeurtenis, waarbij we legitiem van onze plaatsen mogen komen, ons aan tafel schikken. Een kans om iemand even te groeten, alvorens naast hem te gaan zitten, Een kans om een hand op een schouder te leggen, wanneer we een moeilijke draai tussen twee stoelen moeten nemen. Een kans om snel even een vriendelijk woord te zeggen zo lang het kan. En wat is erger aan tafel dan een gespannen stilte? Wat is erger dan een rij benepen gezichten? Dat werkt de spijsvertering tegen.
Onze predikant van de week had dat goed begrepen. Die preekte over de stilzetting van het avondmaal en wel uit 1 Corinthe 10 vers 16 en 17. Is niet de beker ... een gemeenschap met Christus? Is niet het brood ...een gemeenschap? Daarom ... zijn wij ... één lichaam,.
Dat ene lichaam zat aan tafel, een tikkeltje roerloos. Onze avondmaalsviering is, misschien ook wel door het schone maar verouderde en zwaartillende formulier, tot een roerloze zaak geworden, een soort geestelijk examen. De dienstdoende ouderlingen alsmede de ouderlingen, die geen dienst heten te doen, staan zo onbewogen mogelijk te staren; alsof ze je wegen of je waardig genoeg bent om aan te gaan. Hoewel we, alweer volgens gezegd formulier, door aan tafel te komen te kennen geven: dat we onze zaligheid buiten onszelf zoeken, omdat we ons vanwege onze zonden mishagen.
Zei de predikant vandaag: als de Heere Jezus er voor OM is vloeit daar uit voort, dat we allen te samen ook één lichaam zijn. We zijn één gezin, we zijn er allemaal voor elkaar. En oefenen we die eenheid ook aan elkander uit? Als we het avondmaal gebruiken, zouden we bij voorbeeld kunnen vragen, hoe het met de ander ging, Als je in een grote kerk naar voren zou komen, aan tafel, zou je daar elkaar een hand kunnen geven en vragen: wie bent u ook weer? of: hoe maakt u het toch? U moet immers niet denken, dat de discipelen aan de avondmaalstafel in alle talen gezwegen hebbeul Natuurlijk - je kunt ook zo praten, dat je in strijd komt met de avondmaalsviering. Bijvoorbeeld als je er over zit te peinzen, wie wel de belangrijkste is van die tafelgangers. Je kunt ook zitten praten in de kerk, omdat de preek en de avondmaalsviering je koud laten. Maar je kunt ook belangstelling voor elkaar hebben; belangstelling voor dat andere kind Gods, datnaast uzit. Liefde tot dat andere schaap van de Heere Jezus Christus tonen, Je neemt dan notitie van elkaar. En dan heeft de apostel het niet over die paar minuten aan de avondmaalstafel , of over die kwarviertjes in de kerk. Maar de apostel spreekt over ons omgaan met elkaar - morgen! Als een broeder in nood is. Of wanneer u iemand gebrek ziet lijden. Of wanneer we iemand zien afdwalen van de kudde!
jawel, dat alles zei onze predikant van de week. Of zo ongeveer. En dat leek me het doorgeven wel waard. Het kan immers zo meedogenloos stil zijn in de kerkdienst, Zo benepen. Zo van: blijf zitten waar je zit en verfoer je niet. Het kan ook zo meedogenloos stil zijn in ons kerkelijk leven. Zo van: je kunt maar niet alles zeggen onder ons. Zo van: ze zoeken het m:aar uit, en als je niets gezegd hebt kunnen ze je ook mets verwijten.
En ons leven in deze wereld kan ook zo meedogenloos stil zijn. Misschien zit uw collega wel te wachten op U'W verlossend woord. Misschien zou uw buurman graag u zijn biecht toevertrouwen, om met hulp van uw gebed van zijn zonde los te komen. Misschien zit er iemand in uw naaste omgeving te hunkeren naar het Evangelie, dat u is toevertrouwd.
Uw antwoord is vermoedelijk al bekend. Dit verhaal is sentimenteel en onwerkelijk en niet gereformeerd genoeg en het speculeert op die bedenkelijke wijze van de populaire evangelisatie en wat daar verder volgt. Nu, dan ga ik u nog een stukje historie vertellen, dat me goed dwars zit,
We hadden een lieve vriendin, mijn vrouwen ik. Ze was wat overdreven vrolijk, haalde overal man en kinderen bij te pas en dat gaf ons soms de indruk, dat haar gezinsleven toch niet zo gelukkig was als ze wilde doen geloven. Ze slikte wel eens iets weg, zalfde haar hoofd en waste haar aangezicht. We mochten niet weten, dat haar leven zeer moeilijk was. Ze wilde niet hulpbehoevend zijn. Niemand had met haar hel iets te maken.
Toen ze op een morgen haar man en kinderen had, verzorgd en de deur uit geholpen, ging ze goed gekleed op bed liggen. Ze sliep in en werd niet meer wakker. Ze had altijd gezwegen - nu bleef ze voor goed zwijgen.
Dij de begrafenis hoorden we, hoe het met haar gegaan was. Ze had doe laatste maand op de Veluwe gelogeerd, vlak bij ons. Had diverse malen gezegd, dat ze ons wil bezoeken, maar was daar - depressief als ze was - steeds niet aan toe gekomen. En nauwelijks weer, thuis was haar leven beëindigd.
Wilt u daar eens over nadenken? Het mag u nooit overkomen, dat uw naaste in zijn eenzaamheid stikt. Een goed woord, op rijn pas gesproken, , is als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen, zei Salomo. Een goed woord slaat een brug russen een mens en een medemens. Een goed woord kan geloofsverkeer betekenen tussen zonen van hetzelfde huis, die als broeders samenwonen,
Hoe goed is dat... Hoe lieflijk.