Het christelijk (middelbaar) onderwijs en onze jongens en meisjes

1976-07-02
  • Jaargang 20
  • nummer 27
Dit en de twee volgende artikelen zijn een bewerking van de toespraak die de heer Lakerveld (leraar Nederlands) gehouden heeft op de in april jl. gehouden jaarvergadering van onze persvereniging.

Voor veel gelovige ouders is een brandende vraag: "Hoe zullen onze kinderen reageren op de wereld waarin ze leven?" en vooral: "Zal hun geloof sterk genoeg blijken tegenover de krachten, die proberen hen los te rukken uit de gemeenschap waarbinnen ze zijn geboren en opgegroeid, de gezinnen waarin de Here gediend wordt?"
Met een bezorgd hart sturen we ze naar school. Met wat voor theorieën komen ze straks weer thuis? Dat die school en christelijke is, is nauwelijks een reden tot opluchting.
Hoe komt het dat een aantal opgroeiende jongens en meisjes zo lauw is, als het om de Here en de kerk gaat? Moeten we biddend, maar verder werkeloos toezien hoe veel van onze jongens en meisjes zo maar van ons en ons geloof vervreemden?

In het volgende willen we zoeken naar en wijzen op een paar mogelijkheden voor de begeleiding en opvang van vooral onze middelbare schooljeugd en tegelijkertijd ons er op bezinnen hoe we met elkaar ouders en kinderen bij de moelijkheden die zich hierbij voordoen de helpende hand kunnen bieden. Meer dan een aanzet is het niet, maar misschien kunnen we samen verder komen. Door de snelle ontwikkeling van het maatschappelijke, politieke en culturele leven groeien de jongeren op in een wereld die wezensvreemd is aan de wereld waarin hun ouders groot geworden zijn.
Natuurlik zitten aan deze ontwikkeling positieve kanten, maar met zorg moeten we constateren, dat, terwijl de samenleving van weleer nog wel een min of meer christelijk stempel droeg, we nu te maken hebben met een wereld, die zich steeds meer van de Helle en Zijn leefregels àfverwijdert, een wereld, waarin we ons dientengevolge steeds minder zouden moeten thuis voelen. De genoemde ontwikkeling heeft zich al direct na de oorlog' ingezet, maar juist de gereformeerden heb, ben er, geloof ik, aanvankelijk weinig oog voor gehad. Men ging /er van uit, dat de toestand van 'vóór de oorlog wel zou terugkeren en dat men binnen de eigen protestants-
christelijke kring zijn beschermde leventje wel zou kunnen voortzetten. Maar ook binnen die prot.-clhristelijlke kring heeft zich een geweldige ommekeer voltrok, ken. Hadden we vroeger ons eigen christelijke organisatieleven, waar we ons thuis voelden, waar de bijbel in zijn totaliteit als Woord van God richtsnoer was en waar de vrijzinnigheid geen toegang had, nu in 1976 lijkt de "christelijke" wereld volledig op drift geraakt. Zaken aIs het Schriftgezag en de Ieer der verzoening zijn geen punten meer, die alleen in "vrijzinnige" kring in discussie worden gebracht.
In hun levensstijl onderscheiden christenen zich soms maar weinig van anderen. We leven te midden van een christendom, dat de grenzen met de wereld vervaagd heeft en dat in denken en doen voor een bijbeIgetrouwe gelovige soms onherkenbaar geworden is.
De veilige beslotenheid van de eigen kring is ruw verstoord, het nest is opengebroken en we weten niet meer waar we staan. Voor de ouderen is dat niet zo erg, Voor de jongeren is een zeer onduidelijke toestand ontstaan. "Die anderen zijn toch ook gelovigen/christenen?
Waarom hebben zij geen gelijk? Waarom moet het altijd precies zo als wij zeggen? Zij lezen de Bijbel toch ook?" Voor deze moeite waarmee de jeugd te kampen heeft, brengen veel ouderen te weinig begrip op.
Zij denken teveel vanuit hum eigen jeugd, toen er nog verrukkelijk duidelijke grenzen waren tussen de wereld en het christendom, of, als u dat liever wilt, tussen de' wereld en de kerk.
De levensgrote moeite is, dat we niet te maken hebben met een anti-christendom, maar met wat zidh áándient als christendom en dat naar bijbelse maatstaven ontmaskerd moet worden als schijn-christendom. Hoeveel bijbelse noties er ook over boord geglooid worden, men blijft zich evangelisch christen noemen.
Sterker, men ziet zich als degene die de bijlbel op de enig juiste manier interpreteert en toepast. Men ziet ons niet als tegenstanders, maar als achter aankomers: het is een kwestie van tijd.
Onze jongens en meisjes kunnen veeil te weinig afstand nemen om dit alles helder te doorzien. Als wij, als ouders, hen willen helpen en hen op dit punt met begrip tegemoet treden, zuIlen we oog moeten hebben voor de nieuwe realiteit en die alsnog even moeten accepteren: het is de werkelijkheid waarin zij leven.

Want met dat geseculariseerde christendom heeft de jeugd dag in, dag uit te maken. Op school verkeert ze dagelijks in een omgeving waar onder evangelisch motto dingen verteld worden, die door de ouders voor werelds worden gehouden.
Een groot aantal leraren is door de molen van de moderne theologie heengegaan. Het resultaat is dat hun levensvisie horizontalisticher geworden is; de band met de Here hebben ze, zo niet doorgesneden, dan toch een heel stuk losser gemaakt. Dat juist onder de leraren het percentage modernisten hoog is, zal wel samenhangen met hun opleiding. Studenten bijten vaak de spits af, als biet om nieuwe ideeën gaat, ze krijgen er trouwens heel wat mee van hun hoogleraren Daar komt nog bij dat deze ontwikkeling in de hand gewerkt wordt door het feit dat wetenschap en geloof als tegenstellingen beschouwd worden.
En die ontwikkeling voltrekt zich in een benauwend hoog tempo. Ik maak het zelf mee: collega's met wie je een jaar of wat geleden nog op één spoor stond, zijn in ook denken ver van je af komen staan. Een aantal van hen ziet de noodzaak van christelijk onderwijs niet meer in.
E.e.a. werkt natuurlijk door in de lessen. Bij het ene vak meer dan bij het andere maar met name bij de vakken godsdienst, maatschap, pijlleer, geschiedenis, aardrijkskunde, economie, biologie, Nederlandse Letterkunde en tekstbehandeling) speelt het een belangrijke rol. En ook buiten de eigenlijke vakonderwerpen om, geven de leraren hun mening door. (Overigens gebruik makend van een vrijheid die ik zelf niet graag zou missen.) Het betekent wel dat de leerlingen hum informatie krijgen van christen-leraren,

die bijvoorbeeld de abortus legaliseerbaar vinden.

die niet afwijzend staan t.o. het gebruik van softdrugs en (vergaande) seksuele vrijheid

die veel VPRO-uitzendingen aanprijzen en het niet kunnen nalaten de EO belachelijk te maken

die regelmatig naar de kerk gaan overdreven vinden.


die zich zo opgelucht voelen, nu ze het vaderlijk geloof losgelaten hebben, dat Ziedenken uw kind te hèlpen door kleinerend te spreken over een kerkelijk meelevend gezin.
En als ze da t niet zo O'pen1ij'k doen, gebeurt het wel indirect, want de kerk krijgt van alles de schuld, van uitbuiting van de vrouwen slavernij tot de milieuverontreiniging toe.
Als je nog in de schepping gelooft, moet je wel uit de vorige eeuw stammen en als je de bijbelse wonderen accepteert, beschouwen ze je zelf als een wonder, want de wetenschap heeft aangetoond ...
Extra verontrustend zijn deze feiten, omdat leraren een machtspositie innemen t.o.v. hun leerlingen, waarvan ze misschien, zonder zich dat bewust te zijn, gebruik maken. En echt, het Zijn sympathieke mensen, die het goed bedoelen, zodat het volledig begrijpelijk is, dat onze kinderen ze aardig vinden en een goedverstandhouding met hen hebben, U helpt uw kind daarom niet als u denigrerend over zo'n leraar spreekt. ,,O die" of "Wat had hij nu weer te vertellen". U kunt beter proberen zakelijk ip te gaan op wat hij te berde gebracht heeft.
Tussen de christelijke school en onze gezinnen is een kloof ontstaan: de bijbel op school is iets anders dan de bijlbel thuis. Over wat thuis zwart genoemd wordt horen de kinderen op school vertelden, dat het ome-wit is. De dingen die op school de gewoonste zaak ter wereld zijn, blijken thuis taboe te wezen. De kinderen worden via school voor problemen gesteld waar hun vaders en moeders geen antwoord op weten. Die problemen worden thuis zonder discussie als werelds bestempeld en van de tafel geveegd! Voor de kinderen tegen die zaken echter niet zo eenvoudig, voor hen zijn het echte problemen.
Moderne levensbeschouwingen leggen behalve via school ook via pers en tv (de popcultuur) beslag op hun geesten. En het zijn nog maar pubers, jazeker verbondspubers, die gekocht zijn met het bloed van de Here Jezus, maar die wel de kenmerken dragen van hun eigen generatie. Die weinig aannemen op gezag.
Het is niet voldoende dat Pa zegt dat iets onbijbels is. Ze willen argumenten hebben, zèlf oordelen: dat verkeerde boek zèlf gelezen hebben, die film met eigen ogen gezien. Nieuwe en afwijkende opvattingen wijzen ze niet bij voorbaat af, integendeel. Ze willen van alles de zin en het doel weten. Daarbij zijn ze eerlijk en kritisch, ook t.a.v. het geloof en de levensgewoonten van thuis. Ze hebben door of uw geloof echt is en u zich in alles laat beheersen door uw liefdesrelatie met de Here, of dat uw bedrijf uw hobby, uw huishouden, uw auto u meer ter harte gaan, en uw gebed onecht is. Ze ontdekken wel of uw vreugde in de kerkgang gemeend is of slechts geveinsd. Ze kijken dwars door een hoop van onze vormendienst heen en verzetten zich als van hen verwacht wordt, dat ze het spelletje meespelen. (Dan toch maar liever de echtheid van de overtuiging van de leraar op school: ze kunnen nog niet zo goed relativeren als wij.)
(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief