Het luisterde nauw in Israëls eredienst
1976-07-09
In 2 Samuël 6 lezen we hoe David de ark des verbonds, het zichtbaar symbool van Gods tegenwoordigheid, vanuit haar tijdelijke verblijfplaats te Kirjath-Jearim overbrengt maar Jeruzalem. Deze opvoering heeft onder groot vreugdebetoon plaats gehad. Een feestelijke optocht. David als koning voorop met zijn hofstoet en daarachter de runderen met een geheel nieuwe wagen, waarop de glanzende gouden ark onder priesterlijk geleide.- Jaargang 20
- nummer 28
Dan gebeurt er iets.
Op de ongelijke weg glijden de runderen uit, De wagen dreigt te kantelen en de ark van de wagen af te vallen, Een van de twee geleiders, Uzza, die naast de wagen loopt, strekt zijn hand uit om de ark tegen te houden, Gelukkig maar, zouden wij zeggen.
Maar nauwelijks heeft hij de ark vastgegrepen, of hij wankelt en valt dood ter aarde neer. De bijbel zegt: de toorn van de Here ontbrandde tegen Uzza en God sloeg hem aldaar om zijn onbedachtzaamheid. Het gezang verstomt. De muziek zwijgt, Velen verzamelen zich om het ontzielde lichaam. De anderen horen wat er geschied is. Ieder i's verschrikt en ontzet. Ieder vraagt: waarom d&-t?Ja, waarom? De heilige Geest doet het ons weten.
De ark immers had niet op die wagen geplaatst mogen worden. De priesters konden dat weten. Ze hadden haar moeten dragen, Koning, priesters en het volk hadden moeten bedenken wat de Here inzake het dragen en aanraken van de ark in Numeri 4 : 5 en 15 nadrukkelijk had voorgeschreven. Als Uzza de ark vastgrijpt om haar voor vallen te bewaren (en wat had hij op dat kritieke moment anders kunnen doen) dan slaat de Here en harde slag. Dan ontbrandt zijn toorn tegen de onbedachtzaamheid van koning en volken daarmee tegen de onbedachtzaamheid van Uz za, en hij valt als slachtoffer.
Met omdat hij een groter zondaar was :dan de anderen, maar omdat de Here hier in de plotselinge dood van deze man een waarschuwend teken stelt van Zijn heiligheid.
Opdat koning en volk, voorganger en gemeente voor altijd zouden weten, dat het in de dienst van de Here, al onze goede bedoelingen ten spijt, zeer nauw luistert. En zou dat ook voor de nieuwtestamentische gemeente niet iets te zeggen hebben?