Varken in kooi

1976-07-09
  • Jaargang 20
  • nummer 28
Hier op onze onvolprezen Veluwe is het zomer. Dat kunnen we dit jaar goed weten. De rododendrons bloeien van wonder en geweld, de tijgerlelies, de azalea's, de kamperfoelies geuren dat je het niet kunt verwerken. De krenten hebben we gehad. De dahlia's komen later.
En ook de heide laat goede bloei verwachten. De sparren en de lariksen hebben machtig gebloeid, Er waren er het vorig jaar geweldig veel eikels - dit jaar belooft een groots beukenjaar te worden.

Hetgeen voor de wilde varkens van grote betekenis is. Veel, eikels en beukennootjes - een goed "mast ja ai" zeggen de vaklui - betekent meestal een tweede worp varkens in het volgend jaar. En als dat twee jaar achtereen gebeurt, zoals nu, kunnen we een hele aanwas van zwart wild verwachten, Dat doen we dan ook, met gemengde gevoelens. De boer is al begonnen te klagen over zwartwildschade en faunabeheer, de betreffende dienst van het ministerie van Iandbouw en visserij, heeft gehapt. Faunabeheer kondigde uit zichzelf aan: dat in gevallen van duidelijke wildschade de betrokken jagers extra vergunningen krijgen toegewezen voor het afschot van zwartwild.

Want rekent u eens mee. Stel dat er in januari, wanneer de bronst van het zwartwild gaande is, zo'n duizend stuks wilde varkens op de Veluwe rondstruinen. In de vrije wildbaan, wel te verstaan; behalve de varkens achter raster, zoals het Kroondomein bijvoorbeeld, De gemiddelde aanwas kan honderd procent zijn per jaar. Moor komen er dubbele worpen, dan ku:nt u wel op 150-175 procent aanwas rekenen. Dat zijn er dan zo'n 2600 varkens in de zomermaanden. Daar sneuvelen er wat van in het verkeer, daar worden er wat van gestroopt - maar de rest is voor rekening van de jager. Die moet daar behoorlijk zijn best voor doen - of het hele zwartwild vervalt weer tot schadelijk wild” in de zin der wet, als het tot voor weinige jaren heette te zijn. En als dat twee jaren achtereen zo gaat, moet u de Veluwse boeren eens horen. Dan komen de zwartwildjagers niet meer uit de kleren!


Veel varkens maken de spoeling dun, zegt het spreekwoord, En als de vrije wildbaan overvloedig veel varkens telt, moeten de dieren het ver zoeken. Zo gebeurde het, dat zich de vorige maand in onze tuin een wild varken ophield. Dat was een gekke geschiedenis.

Ergens in die tuin staat een gaaienkooi. Dat is een grote kooi van kippengaas en gehalveerde dennenstammetjes, manshoog en enkele meters lang en breed, zo natuurlijk mogelijk onder bomen opgesteld en volgeladen met maïs, brood, een bak water, schaduwen de beste wensen. De kooi is listig ontworpen: de gaaien en kraaiachtigen zien vanuit een hoge boom met voer liggen, vinden ergens een paar gaten waardoor ze naar binnen kunnen vliegen, maar vinden ruimmer de weg terug. Dan worden ze snel, correct en pijnloos opgeruimd ... tot vreugde van de hele zangvogels tand , die verschrikkelijk onder de gaaien heeft te lijden. U begrijpt, dat voor zulk een vangkooi een speciale vergunning nodig is.

Welnu. Onlangs was er in de berm van de weg, dicht bij ons huis, gewroet.
Het trok de aandacht: wie kon daar die berm zo hebben vernield? De grasplaggen waren heen en weer gegooid, oud blad was over de weg verspreid, er waren gaten gewroet. Je denkt dan aan een varken. maar wilt het niet uitspreken - omdat dit wat te ver gaat, Hoewel... enkele jaren geleden waren er onloochenbare prenten van een varken gespeurd. En nog wat langer geleden was er een varken bij de buren op bezoek geweest. Het doet denken aan de tijden, waarin een beer zich op de erven waagde ...

Toen kwam er een kraai in de vangkooi, Die werd gedood en niet meteen opgeruimd. Zo bleef de dode kraai een dag liggen.

De volgende dag was de kraai weg. Gewoon: weg! U zou dan gaan zoeken, onderzoeken? ]ia, natuurlijk, De kooi stond er belabberd bij. Hij was beschadigd en stond wankel. Er was een grote uitstulping van het gaas, alsof daar met kracht iemand tegenaan gestoten had. Maar dan van binnen uit. En dat kon die dode kraai onmogelijk hebben gedaan, zelfs als hij leefde. Dat kon ook de grote wijfjesbuizerd niet hebben gedaan, die drie dagen achtereen zich in. de kooi liet vangen om dan weer (beschermde vogel als zij weet te zijn) te worden losgelaten. Dat kon alleen een sterke viervoeter hebben gedaan.

Dat was ook het oordeel van een zeer deskundige buurman, die erbij werd gehaald. De vraag kwam dus op: welke viervoeter? Een kat? Die kan wel in de kooi klimmen, maar zou er niet weer uit kunnen en bovendien niet zo'n indrukwekkende deuk in het gaas kunnen maken. Een vos? Die zou er wel, Ïi11 kunnen klimmen - maar die zou het gaas rustig hebben stukgebeten om vrij te komen. Wie volgt? Een wild varken? Dat zou te gek zijn.

Maar toch: pas te voren w:as er in de berm, vlak!bij, gewroet. En zie daar eens: de grondlijsten van de vangkooi waren beide gebroken. Nu was er geen twijfel mogelijk.

Er was een varken op de geur van voer en aas afgekomen. Het dier had zijn snuit onder de kooi gezet, ha'd het hele geval opgetild en was binnen gewandeld, Toen hij schoon schip had gemaakt was de overloper doorgewandeld. Zijn snuit had aan de binnenkant een stevige deuk aangericht in het gaas. Daarom had hij zijn loop maar weer onder een grondlijst gezet, ha:d het hele spul over zijn schouder gegooid en was doorgegaan, met achterlating van de sporen van verwoesting.
De deskundige buurman nam de proef op de som. Hij trok een lijn van het eerste spoor, via de kooi, en kwam toen ergens bij een duidelijke varkensprent uit. Het bewijs was geleverd. I'n onze eigenste tuin was een varken in een kooi gevangen - en was er weer uit gekomen ook,

Jawel, er bestaat een boek vol Veluwse Vertellingen, van een schrijver uit Putten. En er woont hier een schrijfster, die nog aan kabouters gelooft: ze heeft ze vaak gezien, zegt ze. Bovendien heb je hier dan nog de Fluisteringen uit het Verleden, ook al even geloofwaardig, althans aardig, Maar dat je een wild varken in een gaaienkooi kunt vangen moet u zelf gezien hebben om het te geloven.

Toch, er gebeuren hier soms wonderlijke dingen, Het is volop zomer, ons goede blad gaat vandaag of morgen op zomerreces en vooruit, we kunnen elkaar nu wel eens een vakantieverhaal toevertrouwen.Dat hier gedurig reeën door de tuin wandelen, hebt u al vaker gelezen.
En dat ze in één schone zomernacht een bed vol rozen kunnen opvreten, wist u vermoedelijk ook al. Dat de vos hier regelmatig zijn spoor trekt, is u genoegzaam bekend. En dat hij bij wijze van hartig hapje een broedende kriel met eieren en al van het nest licht, is u ook al' geopenbaard, jaren geleden. Ook dat hier de egel huist, dat hier de eekhoorns nestelen, dat we de groene specht, de zwarte dito en de kleine bonte op bezoek krijgen, weet u. Misschien wist u nog niet, waar de vleesmuis huist; nu, laten we dat onder ons houden. Het is zo'n gezellig diertje, dat op de warme romeravonden in de schemering geruisloos om onze hoofden blijft fladderen.

Maar nu hebben we dan twee maal een edelhert door de tuin gehad. De eerste maal was het dier .- vermoeddijk uit de Elspeter struiken weggelopen - langs een kilometers ver raster gewandeld, zo bij ons binnen gelopen, om het huis gegaan, tegen de onderliggende heuvel opgeklauterd, door gazon en rozenstruiken gebanjerd, een rustiek trappetje afgekuierd, onderweg wat Klinkers omgegooid, met een sprongetje van schrik in het talud terecht gekomen en dan met een vaart naar de straatweg verdwenen.

De laatste keer was er iets soortgelijks, Onze tuinman haalde ons er bij: wat voor prenten stonden er nu op de helling van de heuvel? Grove prenten, van varken of hert, zo niet damhert. We kwamen er allemaal bij staan, bukken, knielen, turen. We stelden samen vast: dit was niet de prent van een varken, want die heeft een driehoek tot patroon. Dit was de prent van een hert, want hier lag een rechthoek aan ten gronde. En een fors hert bovendien, gezien de stappen die het maakte en de lange schalen die het afdrukte.

Verderop ging het spoor verloren. Maar aan het eind van het gazon kwam de prent terug, in de boarder, tussen de struiken door was het hert gewandeld. Aanwijsbare schade was niet achtergelaten.
Zo gaat dat hier. Vooral in de zomer, wanneer het in de bossen onrustig is en het wild zich overcompleet voelt. Dan kun je herten in je tuin speuren. Dan vang je een varken in een kooi.

En dan vang je slangen in de vijver. Wilt u dat ook weten soms? Wacht u dan even tot de volgende keer. Het is griezelig genoeg en u kunt het beter niet lezen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief