Het christelijk (middelbaar) onderwijs en onze jongens en meisjes(2)
1976-07-09
In het eerste artikel is benadrukt, dat onze jongens en meisjes opgroeien te midden vaneen geseculariseerd christendom en een van God vervreemde wereld. Met de school ais een van de voornaamste invalspoorten krijgen ze een stortvloed aan informatie te verwerken waar ze nauwelijks raad mee weten, ' Het verdwijnen van het beschermde milieu, waarin de volwassenen van nu zijn groot geworden, heeft een totaal nieuwe situatie doen Ontstaan, waarop gezin en kerk nauwelijks op de juiste wijze reageren.- Jaargang 20
- nummer 28
Bagatellisering van de situatie
Enerzijds wordt de ernst van de toestand niet ingezien. Over de jeugd kan je nog steeds horen: "je moet het niet zo zwaar opnemen; het is wel jammer. dat de jeugd niet zo mee wil, maar vroeger was dat ook zo." "Ze draait vanzelf wel weer bij." Ik vrees, dat ons dat nog zal opbreken; het zal duidelijk geworden zijn, dat ik niet geloof, dat de situatie van nu met die van vroeger te vergelijken is, Soms, als men ziet, dat nog al wat jongeren interesseloos zijn ten opzichte van de kerk en dat doopleden zich onttrekken. sust men zich met de gedachte dat er bloei te constateren valt bij de Youth for Christ en onder de studenten dankzij de Navigators en Ichthus. Gelukkig is dit ook zo, maar het betreft slechts zo'n klein aantal.
Angst voor het nieuwe
Anderzijds is er een angst voor alles wat nieuw of anders is. Dat nieuwe wordt onmiddellijk gekwalificeerd alls "links", "modern" of "synodaal" (een term die het ook nog a1tijd goed doet). Met alle geweld willen we alles vasthouden wat we hadden. Alles en iedereen buiten de eigen kring is verkeerd en wordt veroordeeld, Deze mentaliteit heeft m.i, op een "verontrustende" wijze vorm gekregen in het reformatorische opinieblad Koers, dat iedere veertien dagen somber aantoont, hoe slecht de wereld, ons land, onze ministers, de partijen en de kerken zijn, zonder dat veel positiefs gezien wordt, vaak zonder ook maar een greintje blijdschap (al kun je bij Rik Valkenburg, Gien Karssen, Ds Velema en enkele anderen gelukkig weer een beetje op verhaal komen).
Waarom bent u eigenlijk verontrust? Omdat er steeds minder te zien is van een levend geloof in de Here? Of om allerlei uiterlijke dingen, zoals veranderingen in de liturgie, het geven van stemrecht aan de zusters in de gemeente, enz.? Of soms, omdat u het vertrouwde wegvalt, terwijl je je vroeger zo lekker veilig en zeker voelde?
De strijd om de uiterlijke dingen beneemt ons het zicht op de wezenlijke zaken. We voeren enorme gevechten tot behoud van stellingen waarvan we naar mijn overtuiging eens zulten zien, dat ze buiten het frontgJeb1ed lagen, dat de vijand er geen enkel bellang bij had. Die Vijand (meteen hoofdletter) wrijft zich in zijn handen als we met deze strijd onze krachten verteren, want des te gemakkelijker krijgt hij greep op de jeugd voor wie wij geen tijd hadden, omdat we het te druk hadden met andere zaken.
Ik vind het beangstigend, dat mensen die in heilige ijver ontbranden ais het er over gaat of er niet eens een nieuw lied tijdens de dienst gezongen kan worden, het maar onschuldig vinden, als hun kinderen de hele dag Hilversum 3 aan hebben. Ze hebben niet door dat het een hele goddeloze popculltuur is. die hun kinderen doordrenkt.
En als u dat een overdreven voorstelling van zaken vindt, moet u de moeite eens nemen wat popteksten door te lezen.
Niet wegkruipen, maar getuigen!
In kleine kring de oude situatie handhaven kan niet en mag niet.
Het kàn niet, omdat de wereld zijn gebied tot vlak bij onsheeft uitgestrekt en we te midden van een geseculariseerd christendom leven. Het mag ook niet, want het zou ten kloste gaar» van een groot aantal jongens en meisjes. We zouden de Moof tussen school en huis voor hen nog groter maken. Erger nog: we zouden ons IIÏ'Cihvterbergen onder de korenmaat; de stad op de berg is het tegenovergestelde van de gemeente in de schuilplaats.
Ook voor ons geldt de opdracht die de Here Jezus aan zijn discipelen heeft gegeven: "Gij zult mijn getuigen zijn!" (Hand. 1 : 8). Juist, in onze tijd kunnen we in gesprekken en gewoon in daden laten zien, dat we het leven aandurven, omdat we ons vertrouwen op onze Heer Jezus gesteld hebben, Dat we gelukkig zijn, omdat Hij ons inderdáád venlost heeft.
Dwars tegeneen wereld, die zinloosheid en absurditeit predikt in, magen we volhouden, dat ons Ieven zinVOL is, omdat de Here leeft! Hij kent mij persoonlijk, Hij heeft mij lief, Rij is bij mij: Ik heb niet een oplossing voor alle problemen, maar Hij is wel bij mij in al mijn problemen. Dit geeft veel blijdschap dat er geen grond is voor een KOERSmentaliteit.
Wat dacht u? Dat de toestand in Paulus' dagen rooskleuriger was dan nu? Zie alleen de situatie binnen de gemeente van Corinthe maar eens. Toch stromen Paulus' brieven over van blijdschap. Weest blijde, ik zeg het nog eens, verblijdt u. (Fil. 4 : 4) Getuigen impliceert wel, dat we ook moeten willen luisteren naar de wereld. Ik moet toch weten waarover ik mijn licht, dat is, als het goed is, Hèt Licht, moet laten schijnen? 1) Daarom moet ik luisteren en de confrontatie aandurven. Als mijn jongen om argumenten vraagt, moet ik ze hem helpen zoeken. En tussen twee haakjes: missooien word ik wel gevoelig op mijn vingers getikt door de leraar van mijn zoon, als hij zijn interpretatie van wat naastenliefde is, doorgeeft; kom ik via hem tot de ontdekking, dat geloven meer is dan een paar keer per dag bijbellezen, bidden en trouw naar de kerk gaan. Als door de Here Jezus verloste en dus blije kinderen van de Vader moeten we de wereld in gaan, het "gij geheel anders" waar maken, een positieve levensvisie (niet verkondigen, maar) demonstreren; een levensvisie die een antwoord is op het denken en de problemen van onze tijd.
De scholen
Het zal duidelijk zijn, dat ik niet geloof in de mogelijkheid via schoolverenigingen en besturen actie te gaan voeren om de christelijke scholen weer in het "rechte spoor" te brengen. Misschien kijkt u daar wat vreemd tegen aan, maar ik heb van nabij meegemaakt hoe men zic1h er enorm voor ingespannen heeft ronder dat merkbaar resultaat gehoekt werd.
Heel veel besturen willen best, maar staan zelf machteloos. Het nieuwe denken. de secularisatie verovert zo snel terrein, zeker onder de leraren. dat een zorgvuldig benoemingsbeleid hooguit voor slechts enkele jaren een garantie biedt.
Moeten we dan toch maar niet gaan proberen "eigen" scholen te stichten? Zo dat al te realiseren zou zijn, ik betwijfel of onze moeilijkheden op deze manier op te lossen zijn, Eigen, reformatorische scholen geven wel een zekere bescherming, maar hebben ook tot gevolg' dat veel kinderen weerlozer komen te staan tegenover het onbeschermde milieu, waarin ze later hun hele leven zullen moeten verkeren. U heeft misschien de klacht gelezen van een binnenverbandse dominee, dat in een jaar tijd 600 doopleden zich aan de kerk onttrokken hadden. En dat, terwijl er zoveel Vrijgemaakte scholen zijn, (Waarmee ik helemaal niet wil zeggen, dat de situatie bij ons rooskleuriger is.) Persoonlijk geloof ik dat een goeds begeleiding van de kinderen in hun contact met de buitenwereld effectiever is dan een langdurige bescherming. Begeleiding in een gezin waarin de kinderen ervaren, dat de band met de Here een realiteit is.
Taak voor de ouders
Een en ander betekent niet dat u de christelijke school als afgeschreven kunt beschouwen. Het houd t wel in, dat u de school moet accepteren zoals 'hij is, maar tegelijkertijd moet laten zien wie wij zijn. U moet uw mening zeggen op ouderavonden, naar het lerarenspreekuur gaan, niet alleen om over de onvoldoendes te praten.
maar wel degelijk ook om door te geven, hoe we tegen bepaalde meningen van die leraar aankijken. De leraar Nederlands laten merken dat u er geen bezwaar tegen hebt dat hij Jan Wolkers laat lezen, maar dat u het wel jammer vindt, dat hij daarbij zo wetrug kritisch te werk gaat. Op de zelfde wijze kunt u spreken met de leraar maatschappijleer, geschiedenis, enz. Via het bestuur kunt u, in voorkomende gevallen, een leraar aanspreken op de statuten van de school, waarmee hij door middel van zijn handtekening onder de acte van benoeming ingestemd heeft.
Zeker zobelangrijk is dat u uw kind volledig voorbereid t op wat hem op school te wachten staat. U moet hem leren bij voorbaat kritisch te staan tegenover leraren en medeleerlingen ook al zijn ze nog zo aardig. Hem duidelijk maken, dat u die Ieraar niet als mens veroordeelt, maar dat hij wel over sommige belangrijke zaken anders denkt dan we magen denken van de Here. U moet voortdurend met uw jongen of meisje meeleven, informeren naar de inhoud van de lessen. Samen met hem of haar vanuit de bijbel de problemen te lijf gaan. Dat kost veel tijd. We zullen die tijd moeten opbrengen. Er wat minder ontspanning voor over moeten hebben. een stuk werk afschuiven, er zelfs misschien een huisbezoek minder om kunnen afleggen.
Opdracht voor de gemeente
Niet iedereen heeft de bekwaamheid om zijn kinderen zo op te vangen. Daarom spreek ik ook van gezin en Kèrk. Dat de gemeenschap der heiligen hier functioneren om broeders en zusters die wel willen, maar niet kunnen, van hun gevoel van machteloosheid te verlossen. En vergeet niet uw kinderen dagelijks in uw gebed aan de Here op te dragen.
(wordt vervolgd)
1) Zie de artikelen in de laatste nummers van "Opbouw" van ds Rietkerk, Over het voorportaal van de Kerk.