Jezus en de revolutie
1976-07-09
Het wordt zo langzamerhand mode om Jezus en- de revolutie met elkaar te verbinden. Op grond van het feit, dat de Here Jezus opkomt voor het recht der armen, concludeert men dat Hij een vijand is van de rijken. Omdat Hij in de voorhof van de tempel de tafels van de geldhandelaars omgooide, meent men dat Hij brak met de bestaande orde. En zo maakt men Jezus dan tot een revolutionair. Dwaasheid. Want wat was het motief?- Jaargang 20
- nummer 28
Waarom keerde de Heiland die tafels om, waarom kwam Hij op voor de verdrukten, waarom zei Hij tegen die rijke jongen dat hij zijn geld maar aan de armen moest g·even en waarom vertelt Hij de gelijkenis van de arme en de rijke Lazarus? Niet omdat Hij een revolutionair wilde zijn, niet omdat Hij een revolutie voorbereidde. Maar heel eenvoudig hierom, omdat dat alles behoorde tot het Evangelie dat Hij bracht, Al die dingen behoorden tot het radicale van de blijde boodschap.
Hij bracht inderdaad wat anders, iets nieuws. Daarom!
'k Geloof dat het nodig is dit heel duidelijk te zeggen vandaag, met name tot onze jongelui.
Want er wordt vandaag gesproken over evangelie en revolutie op een manier, die haast niet meer bij te houden is. Er wordt gegoocheld met termen, men scharrelt met begrippen, waardoor het va·alk moeilijk wordt om nog goed te onderscheiden. En daarom moeten we het maar vasthouden, dat evangelie en revolutie niets met elkaar gemeen hebben, maar tegenover elkaar staan. Het woord van Groen van Prinsterer "Tegen de , revolutie het Evangelie" ;s nog steeds actueel.
Bij Gottmer in Haarlem verscheen vorig jaar een boekje van René Smeets "Laat Jezus Jezus zijn". In dit boekje geeft de schrijver korte teksten b~j de foto's van symbolen van Jezus, die hij zelf maakte. Terecht zegt hij dan, dat we Jezus niet voor ons eigen karretje moeten spannen, maar Hem moeten eren en aanbidden "om wat hem het diepst heeft bewogen", We moeten er voor waken "Jezus niet aan ons aan (te) passen" ; we moeten "ons aan Jezus aanpassen", Inderdaad. Maar dan ook in alles. Ook als Hij de tempel zuivert.
René Smeets schrijft o.a.:
Jezus de revolutionair
Jezus zwaait de zweep,
Alles om hem heen is in beroering.
Jezus maakte zich toen in de tempel goed
kwaad.
Hij had nooit mensen geslagen, maar tegen
misstanden ging hij hard en onverbiddelijk
tekeer.
Zo heeft hij de tempel gezuiverd.
Zelfs zijn leerlingen waren ervan
ondersteboven.
In tijden van omwentelingen, van stakingen,
van demonstraties voor meer sociale
rechtvaardigheid grijpt elke ongeduldige
idealist naar dit beeld. Hij hééft ook het recht zich op Jezus te beroepen, want die heeft
gezegd: 'Wie er geen heeft, moet zijn mantel
verkopen om zich een zwaard aan te schaffen.'
Want wat gebeurt er met de 'lieve Jezus' als hij
ontdekt dat er mensen worden onderdrukt? De
Jezus van de naastenliefde wordt rebels als hij
met schijnheiligen te maken krijgt.
Als hij tegen de schriftgeleerden en Farizeeën
uitvaart, klinken zijn wolorden als zweepslagen,
alsof er een hagelbui losbarst, alsof
een woud van schijnheiligheid met de bijl
wordt omgekapt.
Mattheüs stelt tegenover de acht,
zaligsprekingen in de eerste preek van Jezus
het zevenvoudig 'wee' in zijn laatste:
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën,
huichelaars, vrome geldmakers, oplichters,
valsspelers. vastende vreters, toneelheiligen,
witgekalkte façades stinkend vuil,
addergebroed... Woorden, recht uit het hart
van een rebel.
Jezus was o.k.
Is de kerk... de wereld o.k.?
God, ik wil het aandurven op het juiste
moment een revolutionair te zijn; de wereld
mag niet blijven zoals ze is.
De wereld mag niet blijven zoals ze is.
Daarom komt ééns de nieuwe dag. Je hoeft geen revolutionair te worden om in deze wereld iets te verbeteren.
Daarvoor is bekering nodig. Bekering tot God, tot Jezus.
Niet door revolutie, niet door geweld, maar door Zijn Geest zal het geschieden. Die Geest is de Geest van de waarheid, niet van het gegoochel.