De zee - een monster

2005-01-14
  • Jaargang 49
  • nummer 1
In afwijking van wat aangekondigd was, koos ds. Van der Dussen als tekst voor deze meditatie enkele verzen uit Jesaja 51. Dat hield verband met de onvoorstelbare ramp die een aantal landen in Azië getroffen heeft.
Wat we ervan gezien en vernomen hebben was zo erg, zo schokkend, dat de auteur zich gedrongen voelde in de bijbel te zoeken naar woorden die houvast geven.

Ik kom terecht bij het bijbelboek van de profeet Jesaja, en wel bij het tweede gedeelte daarvan. Daarin staan profetieën die gericht zijn tot de Israëlieten in de Babylonische ballingschap.
Het gaat mij om Jesaja 51:9,10, een noodkreet van de geteisterde en mismoedige ballingen. Ik lees u voor uit de Nieuwe Bijbelvertaling.

Ontwaak, ontwaak, arm van de HEER, En bekleed u met kracht!
Ontwaak als in de dagen van weleer, Als in lang vervlogen tijden.
Was u het niet die Rahab vermorzelde, Die het monster doorboorde?
Was u het niet die de zee drooglegde, het water in de diepte, Die een weg baande op de bodem van de zee Waarover het verloste volk kon gaan?

Doortocht door de Schelfzee
Die laatste klanken zijn bekend. Een weg op de bodem van de drooggelegde zee, waarover het verloste volk kon gaan – dat slaat natuurlijk op de doortocht door de Schelfzee. Lang geleden, zo herinneren de Israëlieten in Babel zich, had God hun voorvaders uit Egypte gered. Ze roepen God op: 'Redt nu ook ons! Steek die machtige arm van U nu naar ons uit!
In Babel leven is niet minder erg dan in Egypte!'

Het monster Rahab
Maar wat betekenen die andere woorden:

Was u het niet die Rahab vermorzelde, Die het monster doorboorde?

Rahab – dat is de naam van een zeemonster. Nee, ik kan beter zeggen de naam van het monster dat de zee kan zijn. De zee. Op de morgen van Tweede Kerstdag lagen toeristen onbekommerd te genieten op een zonnig strand. Bootjes van vissers wiegden op het kalme water. Maar ineens veranderde die zee in een brullend monster, dat met duivelse kracht dood en verderf bracht. Ja, we weten hoe het kwam: een zware aardbeving bracht de zeebodem in beroering, met fatale gevolgen. Maar aan deze nuchtere verklarende woorden hebben we niet genoeg om onze gevoelens van angst en ontzetting uit te drukken. Het is monsterachtig, deze vloedgolf. Van oude tijden af aan heeft de mensheid naar woorden gezocht om dat aan te duiden. Zo hadden Israëls buurvolkeren het over de grote zeedraak: een monster dat in de zee huisde, dat alles en iedereen dreigde te verzwelgen. Welnu, wanneer in Jesaja de naam ‘Rahab’ opduikt, moeten we aan hetzelfde denken: als het ware een personificatie van de zee die zo verwoestend tekeer kan gaan. En de ballingen roepen zich te binnen, dat hun God ooit dat monster vermorzelde. Het lijkt een zinspeling te zijn op de schepping. Staat niet in Genesis 1 dat in den beginne duisternis over de oervloed lag, en dat Gods Geest over het water zweefde?
Het zijn geheimzinnige woorden, die aangeven hoe God de aarde als het ware van meet af aan heeft moeten ontrukken aan de zee. Toen God de wereld schiep heeft Hij al slag geleverd met de zee! De buurvolkeren van Israël vertelden elkaar spannende verhalen, over de strijd van hun goden met de machten van de chaos. De Israëlieten nemen dat beeld over en zeggen: 'Onze God heeft ooit de zeedraak vermorzeld. De zee heeft moeten bedaren en inbinden; de Heer heeft bij de schepping de aarde, het droge land, tevoorschijn gebracht.' En weer roepen de ballingen: 'Redt nu ook ons! Steek die machtige arm van U nu naar ons uit! Wij worden verzwolgen door Babel; vermorzel toch ook dit monster!'

Levensverwoestend
De zee als symbool van levensverwoestende macht: daar gaat het dus om in deze verzen. Daarom kunnen hier én de schepping én de bevrijding uit Egypte in één adem genoemd worden. In beide gevallen heeft God gered van de diepte van de zee. Ooit. Maar voor de Israëlieten in ballingschap is dat verleden tijd. Zij hunkeren naar redding nú. Laat die sterke arm van God, waarmee Hij het monster van de zee tweemaal bedwong, wéér uitgestoken worden! De strijd van God met de vijanden van zijn schepping is nog niet ten einde toe gestreden!

De zee is er niet meer
Is dat niet wat we deze week voelden en beseften? In Openbaring 21 staat van de nieuwe schepping: 'En de zee is er niet meer.' Misschien begrijpen we die woorden na deze ramp weer beter. Bedoeld is: het mónster van de zee is er dan niet meer. Dan is de laatste strijd gestreden, de strijd van de Heer tegen de machten die zijn schepping bedreigen

Uw Koninkrijk kome!
Een nieuw jaar ligt voor ons: 2005. Maar wat heet ‘nieuw’? Nu heeft een vloedgolf onheil gebracht; straks worden we misschien weer opgeschrikt door terroristische aanslagen. Wat is dit voor wereld? Het is een wereld waarin God strijd voert, strijd tegen de monsters die zijn schepping continu bedreigen. En wij? Het is een verleiding om over te gaan tot de orde van de dag. Dat is de verzoeking die uitgaat van onze westerse samenleving: God alléén laten strijden, en zelf ons koesteren in een behaaglijk leven, in alle rust en comfort. Ik wil u in de naam van Jezus oproepen om niet aan die verleiding toe te geven en méé te strijden met God. Hoe? Heel praktisch natuurlijk door geld over te maken ten behoeve van de slachtoffers, steeds opnieuw. Dat is één manier om God support te bieden in zijn strijd. Maar daarnaast ook door te bidden zoals Jezus het ons geleerd heeft: 'Vader, uw Koninkrijk kome!' Dat gebed is van dezelfde orde als de noodkreet van de ballingen: 'Ontwaak, ontwaak, arm van de HEER, en bekleed u met kracht!' Door zo te bidden om de uiteindelijke overwinning van God, aanvaarden wij de strijd, en zetten wij ons hart niet op een gerieflijk leven.

Ik wens u in christelijke zin een strijdbaar 2005 toe.

Noot
1. Tekst van een meditatie over Jesaja 51:9,10, uitgezonden door de EO op zondag 2 januari 2005, in het kader van het radioprogramma “Groot Nieuws”

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief