Vangt U wel eens slangen?

1976-07-16
  • Jaargang 20
  • nummer 29
Dat is een gekke vraag. Natuurlijk doet u dat niet, A:ltihans niet zo vaak, En zeker maakt u er geen gewoonte van om slangen te vangen.

Maar als het ooit op uw weg mocht komen wete u, dat het vangen van inheemse slangen verboden is. Zowel de adder als de ringslang, als de gladde slang zijn tegenwoordig beschermd: u moogt ze niet vangen of doden. Andere slangen dat de drie genoemde komt u vrijwel niet in ons land tegen; worden trouwens ook niet beschermd. Een enkele maal komt in een wagon bananen de kleine giftige bananenslang mee. Dat is een hele schrik. En eenmaal vertelde me een vriend, dat hij op het toenmalige eiland De Beer in de Maas een reuzenpython had gezien. Hoe kwam die daar? Vermoedelijk uit een vliegtuig, dat deze soort slangen aan dierentuinen wilde leveren; maar dat zich van het dier had ontdaan voor de kust toen het vernam dat de douanekust niet veilig was ...
Zo is de hypothese en niemand vecht die aan.

Bij ons komen van tijd tot tijd slangen voor. Schrik maar niet: de adder is hier zelden, al werd H.K.H. de vrouw er eens door gebeten in onze eigenste tuin. Wat hier vaker voorkomt dat is de ringslang. En de ringslang, die gewoonlijk bij of in het water leeft, is een beschermd en nuttig diertje, dat bovendien bijzonder aantrekkelijk en schoon is.

Nu ja, diertje ... hij kan tot twee meter lang worden. Maar meestal beloopt de volwassen lengte iets rond de meter. En dat is nu ook weer niet zo'n monster, dat u er van wakker ligt.


Toch zouden wij er niets tegen hebben, wanneer die ringslangen nu eens een andere woonplaats gingen opzoeken. Want we zijn ze liever kwijt dan rijk. In de natuur loopt alles volgens zekere regels: eten of gegeten worden. Maar waar de mens heerst, moet hij wel eens ingrijpen: om de verstoorde orde te handhaven, of ook om de levensruimte van de mens leefbaar te houden.

Met de adder zit dat zo. Wanneer u die in zijn "eigen" omgeving vindt, in de heide, in de buurt van vennen; Iiefst op een warme dag, liggend in het zand of geslingerd rond de voet van een boom - daar is de adder mooi en nuttig en goed. Laat hem met rust. Hij doet goed werk: eet veel ongedierte op. Maar vindt u de adder in de eigen tuin, op het erf, tussen uw planten... ruim hem dan op, zou ik u willen raden, Of verplaats hem, als u niet met de wet in strijd wilt komen.

Iets dergelijks is het met de ringslang. Treft u die in vennen, sloten, plassen aan - laar het dier rustig leven. Het wenkt mee aan het natuurlijk evenwicht en is een schoon stukje schepping. Het heeft al niet veel gelegenheid meer om te leven; vandaar die bescherming.

Maar bij ons ligt dat even anders. In ome tuin onderhouden we een nette vijver, van enkele tientallen vierkante meters. In die vijver staan waterplanten, leven goudvissen, salamanders, kikkers (de groene veridissima als u het precies weten wilt en de bruine kikvors), schrijvertjes, watervlooien, roofkevers, allerlei Iarven; daar vliegen ook de waterjuffers en de libellen;daar baden de vogels, daar drinken de dorstigen, daar spiegelen zich Gods schone en -levenslustige schepselen. En zo zwemmen en zonnen daar eveneens de ringslangen.

Kom je op een mooie warme dag over het gazon naar de vijver wandelen, dan plonst er een het water in en zwemt kronkelend, als een paling, weg. Of, als je stilletjes aansluipt: blijft er een in het zonnetje liggen slapen,

Wel leuk om naar te kijken, Toch. niet leuk, om zo vlak bij je huis te hebben, Het bewijst dat het op de Velluwe oog Iandelijk wonen is maar dat geloven we ronder dit bewijs toch wel.

De laatste jaren trok er zo nu en dan een ringslang uit de droge bossen naar het water ,en onze tuin. Dieren ruiken het water van verre. We vonden er wel eens een ruimdoen ook wel eens een op, toen het nog niet verboden was. Hebben er enkele malen een op sterk water gezet: slang op sap. Maar ze hadden al voor nageslacht gezorgd! Elk jaar vinden we nieuw broed, van dat soort van dertig centimeter lang; dan een soort van vijftig rot zestig centimeter. En een enkele maal een dikkerd, die boven de meter komt.

Dat wordt toch al te gezellig. Daar moet wat aan gedaan worden. Gelukkig hoeven we ze niet te doden: we weten een oude vriend, die de slangen graag in zijn vijver los laat en zich daar rustig bij voelt. Sommige mensen houden gewoon van slangen. We spraken eens iemand, die bij voorkeur in het reptielenhuis van een diergaarde kwam: die hield van pythons. We lazen eens van een dame, die een slang als versiering om haar hals draagt! Ons niet gezien in haar nabijheid.


Het vorig jaar hebben we enkele ringslangen gevangen en aan onze oude vriend geschonken. En dit jaar... Och arme. Het is midden juli en we hebben er al vier gevangen. Allemaal netjes overgebracht naar betere omstandigheden.

Waarom eigenlijk? In de eerste plaats om de goudvissen, waar voortdurend jacht op gemaakt wordt. Goudvissen uitzetten en verzorgen, alleen om ze door een ringslang te laten opvreten, lijkt me nog erger dan door een reiger gepruimd te worden, Maar voorts ook om de kikvorsen, Z'O de groene als de bruine. Die worden zeldzaam, de leuke kwakertjes.
Onze oude vriend weet ze ruimschoots te zitten en levert ons zo nu en dan een kleine oogst. En dan ruimen we de ringslangen ook op om het evenwicht in de rest van onze waterfauna te behouden. Eigenlijk ook een beetje om ons eigen evenwicht te bewaren, De schrik voor straf wegens het vangen en onder zich houden van beschermde slangen kan nooit zo erg zijn als de schrik, die u om het hart slaat wanneer zo'n klein monster beug is een kikvors naar binnen te werken.

Nu, die schrik beleefden we een dezer dagen. HKH kreeg de ingeving, dat er wel weer eens een ringslang het werk kon zijn. We gingen kijken en zagen prompt een exemplaar met een klein formaat kikker in zijn wijd opengesperde muil, De kikker wuifde traag met een pootje, scheen niet in staat er veel drukte over te maken. Zijn kop was verdwenen, zijn schouders waren binnengehaald en het zwaarste deel moest nog komen. De slang werkte geconcentreerd op het binnenhalen van de buit: dat gaat met ongelijke kaakbewegingen, zodat een levende prooi hand over hand wordt ingepalmd, Toen mijn hark hem voorzichtig maar nadrukkelijk van de waterkant weghaalde, om hem ,in een emmer te krijgen, liet de slang zijn prooi onmiddellijk los.

De slang kwam ronder veel plichtplegingen in zijn emmertje water terecht. Dat is een deel behendigheid, een deel moed en twee delen sportiviteit, Maar de kikker plonsde blij in het water, kwam na een minuut nog even op de oever terug (als om te bedanken!) en verdween toen weer.

Nauwelijks was deze slang binnen of een tweede meldde zich: een vervaarlijk groot reptiel, dat zandkleurig door het water zwom, onder waterplanten verdween, elders weer opdook, de hark behendig ontweek om dan van een andere plek met grote ogen naar 'ons te staren. Dat gaf veel haken en ogen. Zu1lke oudere knapen zijn. listiger dan all het gedierte des velds. Ze laten zich niet russen duim en wijsvinger nemen. Ze zijn onder geen hoedje te vangen.

Niettemin, hij kwam binnen. Onbeschadigd uiteraard - want dat zijn de twee delen sportiviteit voornoemd. En toen werd onze oude vriend gebeld: kom, zie en pak ze mee!

Hij kwam, de slangenmens. Keek, keurde en lachte. Dat was een goede vangst: de dieren moesten hier niet blijven en hij wist er wel een geschikter plaats voor. Hij wilde ze meteen wel empôcheren,

Dat ging bij de eerste, het kleine dier. Maar toen hij de tweede wilde aanpakken, snel achter de kop doen die deskundigen dat, liep het fout.
Hij greep mis, kreeg bijna een beet in zijn vingers, moest het snelle monster met zijn voet en hak klem zetten, greep keer op keer mis, liep rood aan van inspanning en kreeg eindelijk de staart in handen. Die hief hij snel op en de slang bleef onbewegelijk, star hangen. De lengte beliep ver over een meter. En het gewicht was te groot, om het dier lang vast te houden.

Toen ook deze veilig was opgeborgen maakte onze oude vriend ons een compliment. Jullie bent moediger dan ik dacht, zei hij. Het vangen van slangen is niet eenvoudig en deze grote joekel was bijzonder bijterig: had zijn muil wijd open. De beet i's dan niet giftig- het komt goed aan!
Boeiend en intrigerend is de slang, Altijd geweest. Van het begin van de schepping speelde de slang een weerzinwekkende rol. En altijd is het een listig en onsympathiek dier geweest. Want buiten Genesis speelt ook bij heidenen de slang een weerzinwekkende rol: symbooI van het gevaar, het mysterie, ellende, ziekte en dood.

De slang is in ons land beschermd. U mag hem dus niet vangen. Maar als u hem in de tuin tegen komt '- wel, loop even een eindje om en vergeet het.

Tenslotte nog een extraatje. De dag, nadat we de beide voornoemde stangen hadden gevangen, belde onze jongste op. Ze zei: ik droomde vannacht zo naar; ik droomde, dat u een levende slang had gevangen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief