De strijd tegen het marxisme
1976-08-06
1. In de strijd die in orthodox-christelijke kringen tegen het marxisme wordt gevoerd, schenkt men nogal aandacht aan het atheïsme van het marxisme en aan de geestelijke onderdrukking van de bijbelgetrouwe gelovigen in de communistische landen met name achter het ijzeren gordijn. Hoewel het terecht is dat men in het marxisme zoals dat door Marx is geformuleerd, een Gode vijandige levens- en wereldbeschouwing constateert, moet toch duidelijk worden gesteld, dat de strijd tegen het marxisme niet geheel opgaat in het verzet tegen het atheïsme. Of anders gezegd: de kerk die niets meer weet dan het atheïsme van het marxisme blijft beneden de maat van de Woordverkondiging.- Jaargang 20
- nummer 30
Want net als Marx niet heeft volstaan met negatie van God maar daartegenover aan de verdrukte mensheid het marxistisch evangelie van de bevrijde mens heeft gepredikt, zo zal ook de kerk niet kunnen blijven staan bij het afwijzen van 't marxisme vanwege het atheïsme, maar zal de kerk moeten aangeven in hoeverre het bevrijdend evangelie van Christus normen ontwikkelt voor de verhoudingen in de samenleving.
In het onderstaande wil ik enkele opmerkingen maken inzake de fundamentele uitdaging die het marxisme vandaag de dag betekent voor de geloofwaardigheid van de Kerk waaraan het Woord is ,toevertrouwd. Daarbij gaat het uiteindelijk niet om de geloofwaardigheid van de mensen van de kerk, maar om de geloofwaardigheid van Christus die Zijn bevrijdend evangelie zelf heeft gepredikt en die door de hedendaagse vertolking van Zijn boodschap niet beschaamd gemaakt wil worden.
2. Wie kennis neemt van de geschriften van Marx komt regelmatig scherpe aanvallen tegen ten aanzien van de godsdienst, de kerk. en de bijbel. Het is aan geen twijfel onderhevig dat het marxisme zoals Marx dit bedoeld heeft atheïstisch is. Op zich zelf genomen heeft het marxisme niet het monopolie van het atheïsme. Vooral in het werenschappelijk bedrijf is het atheïsme wijd verbreid. In het geval van Marx is het duidelijk dat hij een strijd voert tegen de godsdienst zoals hij die in zijn tijd waarnam en dat hij deze strijd openlijk wenst te voeren.
Dit in onderscheid met vele andere wijsgerige stelsels die misschien in naam nog wel zo iets als een God erkennen, maar evenals Marx van mening zijn dat er in het denken en handelen van de mem; voor God geen plaats is. Aan een Marxist in de traditionele betekenis is het atheïsme duidelijk te onderkennen, omdat hij met God wnl afrekenen. Maar hoeveel moderne niet-marxistische denkers zijn er niet die het geeneens de moeite waard vinden om met God af te rekenen. De tragiek van de strijd tegen het marxistisch atheïsme is vaak dat - men wel oog heeft voor de brute aanvallen van het marxisme op de godsdienst, maar geen zicht heeft op een atheïsme dat leeft uit een volkomen negatie van God.
Volgens Marx kan er geen God zijn omdat slechts de zintuigelijke werkelijkheid bestaat.
Daarom is zijn strijd gericht tegen een door onderdrukkers gemaakte God. Een strijd tegen de kerk die in de eredienst aan deze gemaakte God steun verleent aan de bezittende klasse. De bezittende klasse die hierdoor wordt gekenmerkt dat men arbeiders in dienst heeft om steeds maar rijker te worden. De strijd van Marx tegen de godsdienst is primair een strijd tegen de maatschappelijke ordening die de godsdienst heeft uitgevonden om de mensen te verhinderen waarlijk vrij te zijn. De strijd tegen Gold is een strijd voor de vrijmaking van de mens uit de banden van de maatschappelijke ordening die op het privaatbezit is gebaseerd.
Maar ook hier heeft Marx niet het monopolie.
Ook in andere wijsgerige stelsels gaat het vaak om het vrijmaken van de mens van. een godsdienstig bewustzijn. Het rationalisme, het positivisme of het pragmatisme is niet minder gevaarlijk als het gaat om de vrijheidsstrijd van de mens. Het zou de christelijke strijd tegen het marxisme verdiepen indien wij steeds meer oog kregen voor het gemeenschappelijke in die stelsels die hun uitgangspunt in de mens zelf vinden. Wij willen dan beangst worden voor steun van de kant van niet-bijbelse gedachtenwerelden in de strijd tegen het marxisme.
3. De strijd tegen het marxisme is niet afgelopen met het constateren van het atheïstisch uitgangspunt. De strijd vraagt een kritisch zelfonderzoek in deze zin dat men zich voortdurend afvraagt in welke mate het marxisme niertegenstaande het atheïstisch uitgangspunt fundamentele relaties op het spoor is gekomen. In welke mate het marxisme inzicht geeft in de ontwikkeling van de samenleving en in welke mate dit stelsel gangbare opvattingen heeft ontmaskerd.
Indien er in "economische" kringen verzet wordt aangetekend tegen het marxisme dan komt dit verzet uit verschillende bronnen voort. Er is het verzet op basis van een wetenschapsideaal dat afwijkt van het marxistisch ideaal. In de gangbare economische wetenschap staat de relatie tussen het waarderend economisch subjecten het te waarderen object centraal. Het economisch subject is een gedachtenconstructie zonder historie en zonder sociale betrekkingen. Er is sprake van een economisch subject ronder een historisch verleden en dat geen weet heeft van zijn sociaal-zijn.
Dit subject is voorwerp van wetenschappelijke analyse. Deze analyse staat tegenover een marxistische analyse van het maatschappelijk gebeuren. Het marxisme ziet achter de relatie tussen mens en goed de fundamentele relatie tussen mensen. En deze mensen hebben een historie en zijn slechts te zien als onderdeel van een klasse, Het klasse-zijn is bepalend voor het mens-zijn in de kapitalistische maatschappij, Daarom is het marxisme ook een theorie voor de kapitalistische samenleving met ais klassen die van arbeiders en van kapitalisten.
Daarnaast en daar zeer eng mee verbonden is het verzet tegen het marxisme omdat dit stelsel belangen en verworven posities ter discussie stelt. Men bestrijdt dan niet het marxisme omdat er sprake is van atheïsme (want dat zal het grootkapitaal een zorg zijn) of omdat er sprake is van een ander object van wetenschap. Maar men verzet zich tegen het marxisme vanwege de aanval op het eigen belang. Men wenst zich niet beroofd te zien van aardse geborgenheden.
Wil er van christelijke zijde effectief worden gestreden tegen het marxisme dan moet men eerst klaar komen met deze bronnen van verzet.
Gaat men immers in deze lijn de strijd voeren, dan heeft de christelijke strijd geen toekomst omdat men ,,de duivel met de duivel" wil uitwerpen. Maar er komen dan zeven duivels terug.
4. Een vraag die steeds weer wordt gesteld in de dialoog tussen christendom en marxisme is of men als marxist ook atheïst moet zijn? Is er op één of andere wijze niet de mogelijkheid om als christen marxist te kunnen zijn? Het lijkt voor de hand te liggen om te stellen dat een christen onmogelijk een marxist kan zijn en dat een marxist eerst het marxisme moet afzweren om christen te kunnen worden.
Ik ben er echter niet van overtuigd of deze gemakkelijke redenering wel gevolgd kan worden, De moeilijkheden liggen in het gegeven dat de termen "christendom" en "marxisme" niet voor ieder dezelfde inhoud hebben. Ten overvloede merk ik op dat het mij in eerste instantie gaat om de vraag wat een christen met het marxisme aanmoet. Moet hij dit integraal verwerpen omdat Marx een atheïst was of is het mogelijk om in het christen-zijn een zekere affiniteit met de marxisten te hebben? Maar wat is christendom? Is dat soms de leer die door de officiële kerk. in Zuid-Amerika wordt verkondigd ter verdediging van grootgrondbezit en uitbuiting? Is het christendom een in de vrije wereld gelegaliseerde macht om de grote massa rustig te houden en slechts te
waken voor de ergste uitwassen voor een productiesysteem dat het behalen van winst een hoge morele waarde verschaft?
Of is het christendom een geloof dat weet heeft van Schepping, zondeval en verlossing en uitzicht heeft op een nieuwe wereld? Het christelijk geloof ziet de doorwerking van de zonde in de structuren van de samenleving. Weliswaar erkent het geloof dat de wortel van al het kwaad zetelt ,in het hart waaruit de uitgangen van het leven zijn, maar tegelijkertijd spreekt de bijbel van de geldgieriggheid als bron van het kwade. Het geloof van de christen moet uit zijn werkten duidelijk worden. De norm voor het christelijk geloof is verbonden met de uitingen van de christenen die dit geloof belijden.
De kern van het christelijk geloof is dan ook te vinden in de dienst aan God en in de dienst aan de naaste. Een christelijk geloof zonder bewogenheid voor de noden van de mensheid is geen christelijk geloof. Zo gezien is de fundamentele tegenstelling tussen christendom en marxisme gelegen in de onderkenning van de noden van de mensheid.
De dialoog tussen christendom en marxisme heeft uiteraard wel te maken met de vraag in hoeverre bestaande eigendoms- en machtsverhoudingen moeten veranderen, maar in diepste wezen gaat het om de vraag naar de mens.
Wat is de zin van het mens-zijn en wat dunkt U van de mens?
5. De marxisten zijn het er vrijwel over eens dat de theorie van de vervreemding in het marxisme een centrale rol speelt. In de maatschappelijke ontwikkeling voortkomen uit het privaatbezit raakt de mens steeds meer van zich zelf vervreemd. De mens wordt geleefd. De mens is wat hij eet d.w.z. het denken van de mens wordt door de materiële onderbouw bepaald. En deze onderbouw is in het kapitalisme zodanig dat zowel de arbeider als de kapitalist steeds meer slaaf worden van de productieverhoudingen. Er is dus een fundamentele nood van de mens die hierin is gelegen dat hij niet in vrijheid kan beslissen hoe hij zijn mens-zijn wil beleven. Daarbij komt dan nog de materiële nood dat de arbeiders door de bezattende klasse op a1'1enlei manier worden uitgebuit. En niet alleen de arbeiders in de hoog ontwikkelde landen maar ook en . vooral de goedkope arbeid uit de ontwikkelingslanden, En op het punt van de noden van de mens graaft de christen dieper en schept hiermede de principiële tegenstelling, Men kan spreken met de marxist over de onvrijheid van de mens in een productiesysteem dat op het behalen van winst is gericht. Men kan met de marxist verbolgen zijn over de uitbuiting van grote groepen van de wereldbevolking. Maar dit zijn weer gevolgen. Gevolgen van de afval. De mens keert zich voortdurend af van de wortel van zijn bestaan. In zijn streven naar onafhankelijkheid van de Schepper aller dingen, gaat de mensheid de weg op van onvrijheid en uitbuiting.
En deze stellingname maakt enerzijds het gesprek met marxisten mogelijk, maar blokkeert anderzijds het streven naar een gemeenschappelijke oplossing van relevante maatschappelijke problemen. Indien de christen met de marxist samen het pleit voert voor andere structuren in de samenleving, dan verwacht de christen daardoor nog niet de heilstaat op aarde. De marxist strijd ten behoeve van de mens zonder God. Maar deze strijd is verloren omdat in elke structuur de mens zijn afval met zich mede draagt.
De christen strijdt ten behoeve van de mens omdat de mens beelddrager is van God. En daarom zal de christen voorloper zijn in zijn kritiek op de bestaande verhoudingen in de economie, in de politiek en in de wetenschap.
De kerk heeft een Woord voor de wereld; deze wereld is in grote geestelijke en materiële nood. Zal de kerk bereid zijn het Woord te predik/en voor Oost en West, zelfs als dit Woord onze belangen ter discussie stelt. Is de kerk bereid om zich te verzetten tegen structuren die de mens ontmenselijken? Dat is de uitdaging die er vanuit het marxisme nu tot ons komt.