Zonen van hetzelfde huis

1976-08-06
  • Jaargang 20
  • nummer 30
Het was in een lief dorpje - onder de barse Berg Cruachan, waar de rivier Orchy uitmondt in Loch Awe - dat wij in onze caravan rustig de zondag afwachtten, Het was vorig jaar. In een nabijgelegen boerderij had een andere Nederlandse familie onderdak gevonden: goede vrienden, fijn ,in de omgang, niet zo piep meer. Hij had vlak te voren een erg naar ziektebeeld vertoond en zij zag er pips en bezorgd uit. Niettemin gaf de dokter hem vrijheid om te doen wat hij wilde. Hij was daar blij mee - zij zag het vreugdeloos aan, want had er geen vertrouwen in.
Toen het zondag werd vroeg hij, wat we ervan dachten re maken. We zeiden: eerst naar de kerk, dat zijn we zo gewoon; daarna staan we voor elk goed voorstel open.
- Naar de kerk? vroeg hij nadenkend, en dat zijn jullie gewoon te doen?
- Zo zijn we, was het antwoord; en jij?
- Ik ga hoogst zelden naar een kerk, bekende hij. Maar zou ik misschien voor dit maal met jullie mee mogen gaan?
- Het is vandaag avondmaalsviering, zeiden we weinig tactisch; je zult wel geen preek horen.
- Maar ik ga toch graag mee, besloot hij, als jullie het niet kwalijk neemt wanneer ik in slaap zou vallen.
Achteraf schamen we ons voor ons aandeel in dit gesprek. We speelden de potentiële christen, die naar de wet van meden en perzen naar de kerk gaat, waar ook ter wereld, En we Iieten hem de rol van de potentiële heiden spelen, die eigenlijk in het evangelisatielokaal thuishoort.
We stonden zijn zaligheid mooi even in de weg..


In het kerkportaal werden we begroet door de predikant en een paar ouderlingen. We vroegen toegang tot het avondmaal, meteen ook voor onze Nederlandse vriend. "Bent u christen?", vroeg de predikant hem.
"Mijn vader was remonstrants predikant", 'antwoordde onze vriend, "ik.
noem mij christen, maar niet van 'het beste soort". "Welkom", zei de dominee; "en u?" - "Mijn vader was ook predikant", zeiden wij; "wij heten ook christen, maar van nog mindersoort" ... "Dubbel welkom", eindigde de dominee, "en een gezegende zondag!"
Even later zaten we samen in een kerkbank en keken naar het glas in lood raam met de barmhartige Samaritaan er op. De tafel stond gedekt met brood en wijn. Zeven ouderlingen namen er aan plaats. Na de gebruikelijke opening, zingen, gebed, collecte, zingen, Iezing uit oud en nieuw testament en nieuw gebed, kregen we een korte maar treffende preek. Over de inzetting van het avondmaal door onze Heer. De tekst was uit Johannes 11: "Wat dunkt u, zou Hij wel op het feest komen?"
Hij sprak duidelijk en langzaam, Niet alleen voor de gasten, maar zeker ook voor degenen, die alleen bij het avondmaal inde 'kerk komen. Want die zijn er, niet weinigen. Ze leven aan de rand van onkerkelijkheid, zouden wij hier zeggen. Maar als de oproep tot het avondmaal bij hen in de buis komt, mishagen ze zichzelf en zoeken hun zaligheid buiten henzelf.
Ze worden getrokken door het lichaam en Moed Vaal onze Heiland.
Zoals onze Nederlandse vriend, die de woorden geboeid indronk. Voor ons waren het overbekende klanken, waarvan je de inhoud trachtte opnieuw te beseffen. Voor hem was het een nieuwe belevenis, die hij ternauwernood aankon.

Voordat brood en wijn werden uitgedeeld kwam het ontroerendste deel Vaal de liturgie. Naar oud gebruik zong de gemeente zelf het Schriftgedeelte, dat de inzetting weergeeft. Zoals in de middeleeuwen in Frankrijk. op ,de hoogtijdagen de gemeente zelf het Evangelie herbeleefde door het samen te spelen. Zo ontstonden de mysteriespelen; eigenlijk ministeriespelen, waaruit de passiespelen zijn overgebleven. Deze gemeente zong naar oud gebruik de hymne "The Lords Supper", des Heeren Avondmaal, lied 312 uit het Schotse kerkboek. Zoals dat boek vermeldt stamt dit gezang wit een bundel "Scottish Paraphrases" van 1781. En een parafrase is, zoals u weet, geen letterlijke vertaling of letterlijke berijming, maar een verklarende omschrijving. Welnu. Dit lied, dat de .instelling van het avondmaal vrij naar Mattheüs 26 omschrijft, heeft de volgende tekst:

1. Het was in die nacht, waarin de hete woede van zijn vijanden zou blijken, de nacht waarin Hij verraden werd, dat de Heiland der wereld het brood nam;
2. En nadat Hij dank en eer gegeven had aan Hem, die hemel en aarde regeert, brak Hij dat symbool van zijn lichaam en sprak tot zijn leerlingen:
3. Zo geef Ik mijn gebroken lichaam voor jullie, voor allen; neemt het, eet en leeft. En herhaait dikwijls dit heilig gebruik, dat mijn wonderlijke liefde laat zien.
4. Dan hief Hij zijn handen met de beker op en opnieuw dankte en prees Hij God. Terwijl zijn hare vol liefde klopte vloeide het heil van zijn lippen:
5. Zo schenk Ik mijn bloed uit, sprak Hij, om de ziel te reinigen die 'in de ronde ligt. Hiermee is het verbond verzegeld en de eeuwige genade van de hemel zichtbaar gewonden.
6. Met liefde tot de mens is deze beker vol. Laten allen hun deel hebben van deze heilige drank. Laat die geschonken blijven worden door de eeuwen heen, in herinnering aan mijn stervensuur.

De zes coupletten werden zacht en rustig, devoot eigenlijk, gezongen.
Op een melodie van John Morison, uit de 18e eeuw. Lieflijk en wel doordacht. Meestal had de predikant de leiding van de zang; en dat op welluidende wijze; in veel landen zijn de predikanten opgeleid tot de kerkzang. De achtergrond was een hijgend harmonium, bespeeld door een lieve oude zuster . AIs de dominee een couplet zweeg, hoorden we een boerin uit de voorste bank, met een nasale maar zuivere sopraan, de leiding overnemen. ja, dat is wat: een arme Schotse boerin te horen zingen, haar hárt te horen zingen: toonvast, maanvast, nederig, zuiver en onpersoonlijk. Ze werkt, dat weten wij toevallig, zeven dagen per week op de boerderij, voedt haar dochters op 'tot keurige boerinnetjes, melkt en voert, wast en ploegt - en kan met een fijnzinnig vibrato het helle kerkje aanvoeren.
Toen de ouderling langs kwam nam mijn buurman zijn deel en reikte mij de schaal aan. Even keek hij me aan. Toen aten wij tegelijk van hetzelfde brood, dronken van dezelfde wijn. Voelden ons leden van hetzelfde lichaam. Werden gesterkt in hetzelfde geloof.
Zo hebben wij eens, jaren geleden, een blanke en een zwarte officier van een Amerikaans oorlogsschip naast elkaar zien knielen in een kerkje aan de Middellandse Zee. Het was een verrukkelijk gezicht: elk contrast, het levensgrote rassenconflict van thuis, alles viel weg voor Gods aangezicht, Daar moesten we ineens aan denken. Want hier zaten en knielden twee vrienden: de een drie maal overgehaald gereformeerd, de ander drie rnaad verloren remonstrants; de een staande op de drie formulieren van, enigheid, de ander verpletterd onder de Dordtse Leerregels. Calvinist naast Remonstrant.
Laat niemand nu zeggen, dat wij geen tafelgemeenschap hadden mogen hebben met degenen, die niet de Heere dienen op grond van de drie formulieren. Want ten eerste had niemand ons aangesteld om de heiligheid van 's Heeren tafel in bescherming te nemen. Ten tweede is het onze overtuiging, een oordeel der 'liefde mag u dat noemen: dat deze vriend, toegelaten door de verantwoordelijke personen, de tafel des Heeren allerminst ontheiligde. En ten derde hadden wij en had hij niets anders te doen dan het Goddelijk gebod op te volgen eet en drinkt tot Mijn gedachtenis.

Na afloop begon mijn goede vriend ontroerd een gesprekje, "Neem me toch niet kwalijk, dat ik voorafzei misschien in slaap te zullen vallen!"
- Je dacht aan je medicijnen?
- Misschien ook. Maar ik was bang voor een dood ritueel, want mijn behoefte ging uh naar een echte geloofsversterking.
- En heb je die gevonden?
- Meer dan! Eik woord heb ik ingedronken, zowel uit de Schrift als uit de liturgie als uit de preek.
- Nu, dat vind ik kostelijk. Voor mij is het sacrament, gevierd in het buitenland, al een geweldige beleving: dat de Heere niet alleen voor Nederlanders laat preken, maar zijn woord in alle talen uitzendt. Maar nog kostelijker vind ik vandaag, dat wij, die ondanks onze goede verhouding elkaar nooit in de kerk zouden ontmoeten, hier als zonen van hetzelfde huis "samen wonen", samen aan tafel zitten, tafelbroeders kunnen zijn.
- Verbeeld je ... in Nederland! Nee, dat zou nooit gewild hebben.
En waarom daar niet en hier wel?
- Dat zit in een van onze leerstukken, dat tegen jullie leer is gericht.
- Waarom hebben jullie dat leerstuk eigenlijk? Hoe heet het?
- Het heet "De Dordtse Leerregels oftewel de vijf artikelen tegen de Remonstranten"; het bestrijdt een aantal dwalingen, die je voorouders in de zeventiende eeuw meetorsten.
- En wat is het effect van. die Leerregels geweest?
- Dat jullie meer remonstrants en wij meer gereformeerd zijn geworden; dat vrijwel geen van jullie de dwalingen of de weerleggingen kent en dat vrijwel geen van ons de weerleggingen of de dwalingen weet te noemen.
- Dat leerstuk is dus in Feite een dood ritueel geworden?
- Zo zou je het kunnen noemen, ja; hoewel dat door anderen heftig zou worden tegengesproken ..
- Maar ondanks dat leerstuk van jullie - waar ik echt niet mee in mijn maag zit - hebben we samen een fijne zondag, of niet?


Maanden later sprak ik deze vriend. Zijn gezondheid was nog steeds niet van het beste. Die zondag in Schotland, zei hij hartelijk, is een van mijn mooiste herinneringen. Dat jij er niet te goed voor wel is, met mij aan tafel 'te zitten, En ik, die gedacht had de zondag niet te zullen halen! Het was alleen uit dankbaarheid, omdat tik nog wat leven mocht, dat ik naar de kerk wilde gaan. Het werd een groot feest en de Heere is er ook gekomen, wat dacht je!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief