In memoriam E. Dik

1976-08-06
  • Jaargang 20
  • nummer 30
Weer is een werker van ,,.het eerste uur' van ons heengegaan. Br. E. Dik. Dertig jaar heb ik met hem mogen samenwerken. Reeds vóór de vrijmaking was hij diaken in Amsterdam. En hij Is het gebleven tot hij naar Bilthoven naar d' Amandelboom verhuisde. Hij was met de volle inzet van zijn persoon. Als raadsman in de Dienst van Sociale Zaken van Am; sterdam kende hij de "nood der ellendigen" door en door, Van meet af was hij, lid van het Comité van de Diaconale Conferentie. En Win het bestuur van de Geref. Kinderbescherming. En hij was een voortreffelijk lid van beide. Zijn vriend en medeambtsdrager gedurende vele jaren W. J. Waaning schreef over hem het volgende warm gestelde "In memoriam":

dat ik hier graag overneem.
Suldij wesen een diaken
En Gods segeningen smaken
Sijt getrou voor alle saken.

Godes loon hebt voor een baken


Revius


Het is wel snel gegaan met onze broeder Dik. Toen 's zondagsmorgens z'n plaats in de kerk leeg bleef, fluisterde m’n buurman in de bank van 'n hartaanval, waarvoor hij die nacht overijld naar ',t ziekenhuis moest en toen ik woensdag daarna hem even wilde gedag zeggen, hoefde dat al niet meer. Mijn vriend was die nacht overleden.
Daar word je wel even stil van. Een aandoening met zo snelle afloop. Dat had je je niet ingedacht. Hij was 'n figuur apart. We zullen hem missen. We kenden elkaar al zo lange tijd.
Stond zijn naam niet in ons receptiealbum bij ons trouwen nu al 'bijna 45 jaar geleden? De jaren van kerkelijk samen optrekken hebben ons dicht bij elkaar gebracht, en tot 't laatste toe ook bij elkaar gehouden!
Al woonde Dik vlak bij ‘t bejaardenhuis in Bilthoven, toch w:as hij er de man niet naar om daar op z'n einde te zitten wachten. Hij werd ouder, zoals wij allemaal, maar hij behieId z'n ambities en z'n' bezigheden, waarmee hij 't op zijn manier nog druk had. Z'n veelomvattende belangstelling en z'n grote nauwkeurigheid vergden tijd. Bij verjaardagen of andere feestelijkheden in de Gemeente stuurde hij - vooral ook aan de jongeren - 'n felicitatiekaart.
Ook alhij nog voortdurend contact met de oud-collega’s van de "Dienst" in Amsterdam. Maar ook hun getal werd steeds kleiner.
Groninger van geboorte, was Amsterdam z'n tweede vaderstad. Kruiste 'n noordeling z'n pad, dan kon Dik Martinitorentalig uit de hoek komen, Kwam er een Amsterdammer in z'n vaarwater dan wist hij op verbluffende wijze allerlei bijzonderheden van die en die familie op te halen. En 't klopte óók nog! Deze Groningse Amsterdammer (of omgekeerd) leefde in twee werelden. Uiterlijk misschien 't meest stadsmens, vond hij 't heerlijk dicht bij de bossen te wonen. Hij sloot al gauw vriendschap met de [achtopziener en dan trok hij mee 't bos in als er gejaagd werd. Ook kon je hem, als onbezoldigd koddebeier vermomd, met rubberlaarzen en 'n jachthoedje fietsend in 't bos tegenkomen, Dan welde Dik zich in z'n element. Dat had hij nog overgehouden uit z'n tijd toen hij bij- de afdeling Opsporing van de Dienst in Amsterdam werkte. Bovenal was broeder Dik diaken en de dichtregels van Revius, als hij ze al gekend heeft, waren zonder meer op hem van toepassing, Zo heb ik veel met hem mogen samenwerken in Amsterdam. Pogingen om hem op 'n groslijst voor ouderling te krijgen, stuitte altijd op verzet, zowel bij betrokkene, als bij de kring van diakenen.
Hij was in diaconale zaken als geen ander thuis en men wilde hem ook als vraagbaak niet missen. Toen hij, nu ongeveer 10 jaar geleden, naar Bilthoven vertrok, schreef ik in de Amsterdamse Kerkbode, dat deze broeder gezien z'n nooit aflatende diaconale ijver in z'n nieuwe woonplaats wel spoedig tot soortgelijk ambt zou worden geroepen.
Wij in Amsterdam moesten hem wel laten gaan. Welke Gemeente zou niet onmiddelijk op deze "rot in 't vak"
beslag leggen? Dat is Win mij 'n vergissing geweest. Maar ook ronder in 't heerlijk ambt" te zijn bevestigd, heeft hij z'n gaven op dit terrein niet onder zich gehouden. Dik heeft als 'n trouwe dienstknecht van zijn Heer in de Gemeente van Bilthoven en ook op landelijk niveau,o.a. in de Gereformeerde Kinderbescherming, contact met oud-collega's van de "Dienst" in Amsterdam. Maar ook z'n talenten magen ontplooien. Wie hulp of advies nodig had - en dat waren er juist in de ouderengemeenschap waarin hij leefde zeer, zéér velen - wist broeder Dik wel te vinden. Een telefoontje, een verzoekje, en Engel stond voor je klaar, Er zijn mensen voor wie wettelijke regels of ambtelijke voorschriften maar ingewikkelde zaken zijn. Zulke mensen hebben 'n vraagbaak nodig.
Dik wàs zo'n vraagbaak, alzijdig en geduldig putte z'n wetenschap allermeest uit z'n jarenlange praktijk als Sociaal Raadsman bij de Gemeente Amsterdam, maar ook uit goed bijgehouden kaartsysteempjes, kerkelijke handboekjes, krantenknipsels. Op dat gebied bleef hij bij.
Daarbij had hij ’n geweldig geheugen voor data en adressen. Hij hielp zo graag!
Broeder Dik, deze punctuele systematicus, kunnen we in geval van 1]000 niet meer raadplegen. We zullen 't zelf moeten uitzoeken, De beloften voor 'n goede en getrouwe dienstknecht, die in de vreugde zijns Heren mag ingaan, zijn ook niet in 'n systeem te vangen. De genade bij 't sterven gaat daar ver bovenuit.
Dat wist Engel goed.

Ja, zo was Engel Dik. Kort na elkaar zijn de drie meest vooraanstaande werkers in “de dienst der barmhartigheid" opgenomen in heerlijkheid: Veenkamp.
Krol en nu Dik.
En 't schiet me op eens te binnen: alle drie werden ze vanwege hun liefdevolle arbeid voor de mens in nood door de Koning in gedecoreerd. AIle drie werden ook door de Kerk tot tweemaal toe uit ambt en gemeenschap gestoten!
Maar nu hebben alle drie "de kroon der rechtvaardigheid" ontvangen, die de Here geeft aan hen die de goede strijd gestreden, de loop geëindigd en het geloof hebben behouden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief