Jeremia

1976-08-13
  • Jaargang 20
  • nummer 31
Straattafereeltje (vervolq)
Het volgende tafereel is opgenomen bijeen huis, De kinderen met het gesprokkelde hout komen bij het huis aan en gooien de takken op de grond. Dan komt de vader in actie. Hij zoekt wat takken uit en rangschikt ze onder een ijzeren bakplaat die op een paar stenen rust. Als hij voldoende hout heeft neergelegd, maakt hij vuur, steekt de takken in brand en blaast het vuur aan, zodat de bakplaat roodgloeiend wordt.
Intussen is de moeder van de kinderen bezig deeg te kneden in een houten schaal.
Als het deeg Maar is, maakt ze er ronde platte koeken van en legt die op de gloeiende bakplaat.

Afgodendienst
Al met all is het een heel huiselijk tafereel. Eigenlijk is het om zo te zien heel alledaags. Wat is daar nu voor bijzonders aan? Vergis je niet, zegt Jahweh. Want kijk eens wat ze doen a'ls die koeken gebakken zijn! Dan gaan ze er mee het huis binnen, naar een vertrek waar in een hoek een beeldje staat van een naakte vrouwenfiguur. Het is niet zo'n groot beeldje. Het is ook geen groot kunstwerk. Maar de vrouwelijke kenmerken zijn zwaar geaccentueerd. De moeder loopt op het beeldje toe en legt er een paar koeken voor neer. De vader heeft een kruik wijn gepakt en giet een scheut wijn uit op de grond voor het beeldje. Dan buigen ze zich voor het beeldje neer en zeggen: Koningin des hemels, Wij bieden u onze gaven aan. Het is het beste van de opbrengst van onze akker en wijngaand. Aanvaard onze gaven, Koningin des hemels. En geef ons vruchtbaarheid. Schenk vruchtbaarheid aan akker, wijnstok, vee en moederschoot.
En als ze hun gebed hebben uitgesproken, gaan ze met het hele gezin de rest van de koeken opeten. Kijk, zegt Jahweh dat doen ze nu. Het hele gezin is erbij betrokken en erbij ingeschakeld. Ai die onschuldig lijkende tafereeltjes vormen één brok afgoderij. En op die manier krenken en beledigen ze Mij. Of eigenlijk krenken ze niet Mij, maar zichzelf. Tot hun eigen schande.

Afgoderij is schadelijk
Wie zich neerbuigt voor een afgod, krenkt daardoor niet alleen Jahweh, maar meer nog zichzelf. Hij maakt zichzelf belachelijk en komt er door in de knoei.: Hij verlaagt zichzelf tot ver beneden zijn maat en doet daarmee zichzelf schade aan. Op een gegeven moment zal hij zelf tot die ontdekking komen. Misschien is het goed dat eens met een eigentijds voorbeeld toe te lichten, In de tijd vlak achter ons heeft de mens in aanbidding gedegen voor de techniek en hij doet dat nog vaak. Hij verwachtte zijn heil van de techniek, met behulp van machines, instrumenten, computers en uitvindingen zou hij wel eens even alle problemen aanpakken en overwinnen. De techniek en de uitvindingen zouden hem in staar stellen een nieuwe en betere wereld op te bouwen. Maar inmiddels zijn er al heel wat mensen die zich nu de speelbal voelen van de techniek. Zij zijn tot de ontdekking gekomen, dat ze tussen de raderen van de machines waarvan ze het leven verwachtten, bekneld geraakt zijn en langzaam fijngeknepen worden, Ze voelen zich nu door de techniek in hun mens-zijn beschadigd en aangetast, omdat er een proces van ontmenselijking op gang gekomen is. Voor wie de techniek als afgod aanvaardt, is de machine niet langer een verlengstuk van de mens.
Hij wordt integendeel zelf een verlengstuk van de machine. En daarmee krenkt de mens zichzelf het meest. Hij doet zich daarmee schade aan tot in de kern van zijn bestaan. Afgodendienst berooft een mens van zijn vrijheid en maakt hem tot de prooi en gevangene van iets waarover God hem nota bene de heerschappij gegeven heeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief