Wat aan een hand vastzit

2012-07-07
  • Jaargang 56
  • nummer 14
Er is krapte in de zorg, daarom moeten er ‘meer handen aan het bed’. Dat is de wens van bestuurders in de zorg en het streven van verschillende politieke partijen.
Wie zal die krapte ontkennen? Het wordt door de bewoners van ons huis elke dag opgemerkt. Je merkt het aan de manier waarop ze spreken over de verzorgenden (‘ze lopen hier de longen uit hun lijf voor je’) en je hoort het ook terug in negatief getoonzette opmerkingen als ‘ik heb laatst een uur moeten wachten voordat er iemand kwam’.
Het is waar: meer handen aan het bed zou de werkdruk enorm verlichten. Toch is het de vraag of we er met dit devies uitkomen. Ieder die de feiten onder ogen ziet, weet dat we waarschijnlijk moeten leren leven met die krapte. De leeftijdsopbouw van onze samenleving is zodanig dat er gewoon niet genoeg extra verzorgenden en verplegenden beschikbaar zullen zijn.
Daar komt bij dat meer niet automatisch beter is. Dat is gemakkelijk in te zien. Ieder weet dat de kwaliteit van een ontmoeting niet afhangt van de lengte ervan. Je staat soms een tijd met iemand te praten, terwijl je ondertussen denkt: hoe beëindig ik het gesprek zo snel mogelijk? Aan de andere kant kan één enkele opmerking, zelfs één oogopslag een onuitwisbare indruk achterlaten en je diep beroeren.
Zo is het ook met de zorg. Die kan meer of minder intens ervaren worden. Het begrip ‘handen aan het bed’ onthult dat we zorgen blijkbaar vooral opvatten als iets doen. Zorg als handenarbeid. Nu is zorg ook dat. Maar iemand kan voor je rennen, terwijl je toch niet het gevoel hebt dat er echt voor je gezorgd wordt. Dat gevoel komt pas als blijkt dat er aan die ‘handen aan het bed’ ook een lichaam vast zit, met een hoofd en een hart. Pas dan zullen mensen ervaren dat er echt voor hen gezorgd wordt.

Dit heeft voor mijn besef iets te maken met het Bijbelverhaal van Jezus die op bezoek is bij zijn twee vriendinnen Marta en Maria (Lucas 10:38-42). Opmerkelijk is de manier waarop de twee vriendinnen hun gastvrijheid invullen. Marta loopt zich de longen uit haar lijf in het vele bedienen, waardoor het bezoek van Jezus in haar herinnering niet zal verschillen van de bezoeken van andere mensen. Ze doet wat ze altijd doet: bedienen.
Hoe anders reageert Maria. Voor haar is Jezus bijzonder en ze wil zijn bezoek zo intens mogelijk beleven. Zij zit aan zijn voeten en luistert aandachtig naar zijn verhaal.
Marta bewijst haar gastvrijheid in het doen. Maria bewijst haar gastvrijheid door te luisteren naar Jezus. Zij wil graag wat van Jezus ontvángen. Marta is vervolgens boos dat Maria niets doet. Maar Jezus neemt het nadrukkelijk voor Maria op: zij heeft het goede deel gekozen.

Wordt ons in dit verhaal niet een weg gewezen om tot zorg van goede kwaliteit te komen? Dit verhaal geeft ons in overweging dat je je in de zorgverlening niet moet laten meeslepen door de vraag ‘wat kan ik voor de ander doen’, maar dat er ruimte moet zijn voor de vraag ‘wat mag ik van de ander ontvangen’. Als de bewoner tijdens de zorgverlening de gelegenheid krijgt om iets van zichzelf te geven, zal hij/zij dit ervaren als een heel intensief zorgmoment.
Het zal grote indruk achterlaten. Zo’n moment kan meer doen dan een hele dag rennen. Het is zelfs mogelijk dat het je als verzorger een hele dag rennen bespaart.

Ondertussen vraagt dit wel moed. Door zo compromisloos aan de voeten van Jezus te zitten ging Maria in tegen de heersende moraal. En nog steeds voelen we bij het lezen van dit verhaal de sympathie voor Marta. Er moet toch gewerkt worden? Meer handen aan het bed.
Ja, maar ik hoop dan toch dat er aan die handen een lichaam, een hoofd en een hart vastzitten. Ik hoop dat we in deze technocratische tijd steeds meer leren dat een zorgverlener zowel moet kunnen geven als ontvangen. In de gemeente van Christus zouden we dat kunnen oefenen en leren.

Job Smit is geestelijk verzorger bij Viattence Heerde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief