Richard is geen gevaarlijke autist

2012-07-07
  • Jaargang 56
  • nummer 14
‘Gentle teaching’. Het zal de meeste Opbouw-lezers niet veel zeggen. Toch is het een boeiende ontwikkeling in de zorgsector – een sector die de laatste decennia gekenmerkt wordt door efficiëntie en groeiende regelgeving. In deel één van een tweeluik de visie van John McGee, bedenker van ‘gentle teaching’. In zijn streven naar een meer humane zorg is hij een voorbeeld. Ook voor ons.

Ooit werd McGee vanuit de Verenigde Staten uitgezonden om als hulpverlener met Braziliaanse straatkinderen te werken. Die ervaring zette zijn luxe Amerikaanse wereldbeeld op zijn kop: Hoe kan het dat juist onder deze verschoppelingen van de samenleving zo’n bijzondere onderlinge solidariteit bestaat? Waarom denken we in het Westen vooral aan onszelf en hebben deze kinderen die in zware omstandigheden moeten leven zo’n oog voor de nood van de ander?
Eenmaal terug in Amerika ging McGee in de psychiatrie werken. De gebouwen zagen er misschien mooi uit en vooral de grasvelden waren goed onderhouden, maar binnen deed hij een verbijsterende ontdekking. Hier woonden de verschoppelingen van de Amerikaanse samenleving. Veel chronisch psychiatrische zieken werden jarenlang opgesloten zonder enig contact met andere mensen.
McGee ging zelf aan de slag. Hij stapte isoleercellen binnen waar mensen jarenlang verbleven zonder menswaardige behandeling. Van de adviezen van behandelaars, die riepen dat dat allemaal levensgevaarlijk was, trok hij zich niets aan. Hij had een doel voor ogen: ‘companionship’.
Dat Engelstalige woord verwijst naar het Latijnse ‘compane’: het samen delen van het brood. De mens is geschapen om in relatie met anderen te staan, waarbij McGee Martin Buber graag citeerde. Daarom is het isolement niet goed, het leidt alleen maar tot verloedering.

McGee ziet het feit dat mensen zich afsluiten als een teken van onmacht.
Niemand wil alleen zijn. Ieder mens heeft de ander nodig. Als het goed met hem gaat, maar zéker in zware tijden van verdriet en hopeloosheid.
Opmerkelijk is hoezeer deze visie van John McGee aansluit bij bijvoorbeeld het denken van Larry Crabb. In zijn boek Verbondenheid bepleit Crabb een nieuwe visie op de omgang met psychische problemen. Niets is meer behulpzaam bij de omgang met emotionele verwondingen dan het aangaan van liefdevolle menselijke relaties.
Crabb gaat daarbij nog een belangrijke dimensie dieper dan McGee: hij noemt als bron voor die liefde voor anderen de liefde van Jezus die in ons is. Maar ook in de woorden van McGee, die in dit verband niet rechtstreeks naar Jezus verwijst, proef je christelijke wortels.

Verziekte zorg
Mensen kunnen het contact met zichzelf en met de ander kwijtraken. Het verlies van contact met zichzelf komt onder meer tot uiting in de psychose, waarbij de persoon een vreemde voor zichzelf is geworden. Het ‘ik’ valt bij wijze van spreken uit elkaar. Het verlies van contact met jezelf is een typisch psychologisch fenomeen.
Het gebrek aan contact met de omgeving is daarentegen een kenmerk van onze samenleving geworden. Ondanks alle communicatiemiddelen treedt er een wereldwijd gevoel van vervreemding op, waarbij de ander het liefst op afstand wordt gehouden.
Dit gevoel van vervreemding kan zich ook voordoen in kerkelijke kring, zoals psychiater Gerrit Glas ooit eens heeft beschreven. Er is geen verbondenheid meer (Glas sprak van ‘onverbondenheid’). Het is alsof de ander vanuit een voor jou vreemde wereld zijn geloof beleeft. Er zijn altijd verschillen binnen de kerkelijke gemeente, maar wanneer we elkaars geloofstaal niet meer kunnen verstaan heeft dat destructieve gevolgen voor de christelijke gemeente. Ook in de gezondheidszorg is in toenemende mate sprake van deze ‘onverbondenheid’. In een betoog in Soφie (juni 2012) kraakt theoloog prof. Erik Borgman kritische noten bij het huidige denken, waarbij de overheid naar burgers kijkt als naar instrumenten. Ze vormen een middel om ergens te komen.
Deze manier van denken heeft de zorg verziekt. Alles moet steeds efficiënter en de overheid probeert dit te bereiken door meer protocollen, sneller werken en een meer efficiënte inzet van arbeidskrachten. Het heersende idee is dat ziekte lastig is, dat zorg bedoeld is om ziekte en zwakheid zo snel mogelijk op te lossen en dat alles op alles moet worden gezet om ziekte te voorkomen.
Het gevolg van dit instrumentele denken is dat er weinig oog is voor de behoeften van mensen die langdurig van zorg afhankelijk zijn. Personeel moet efficiënt worden ingezet, maar er lijken weinig leidinggevenden te zijn die zich afvragen of dat wel in het belang is van de patiënten. In de thuiszorg krijg je soms iedere ochtend een andere ‘helper’ die jou moet wassen, want dat is efficiënter. Maar waar wordt de vraag gesteld of mensen zich dan nog wel veilig en geborgen kunnen voelen?
Hoe minder iemand voor zichzelf kan zorgen, des te minder is hij waard binnen dit instrumentele denken. Kwetsbare mensen worden steeds meer gezien als een last voor de maatschappij en zo gaan zij zichzelf ook zien.
Als we zo denken, maken we ouderen en gehandicapten tot marginale burgers. Dat komt door ons verwrongen beeld van de samenleving: ziekte en gebrokenheid passen niet binnen het idee van de maakbare samenleving. Borgman: ‘Het feit dat mensen zorg van elkaar nodig hebben, is geen mankement dat met minimale middelen gerepareerd moet worden. Zorg hoort bij het mens-zijn’.

Protocollen
Naar mijn mening heeft deze ontwikkeling zeer nadelige gevolgen voor de kwaliteit van zorg voor kwetsbare mensen. De zorg wordt erdoor ontmenselijkt. Door de neiging om alles meetbaar en beheersbaar te willen maken, raakt de persoon van de patiënt buiten beeld. Medewerkers zijn steeds langer bezig met het verantwoorden van handelingen, zonder dat dit de kwaliteit van zorg verbetert. Protocollen worden belangrijker dan werkelijke tijd en aandacht (‘vanuit het hart’) voor de patiënt. Dit heeft allemaal te maken met de behoefte van de overheid om de kosten van de zorg beheersbaar te maken. Daarnaast speelt er nog een andere ontwikkeling. Instellingen worden steeds banger dat ze fouten maken, want dan hangt hun een schadeclaim boven het hoofd. Daarom worden er steeds meer protocollen ontwikkeld die fouten moeten voorkomen. Maar wie op deze manier gaat werken, loopt op een onbewaakt ogenblik het risico dat hij een extra grote fout maakt… Als het protocol maar wordt gevolgd is de zorg in orde. Is er een stap overgeslagen, dan is de zorg niet goed geweest. Daarmee komt de regel voor de relatie te staan en zien we de mens over het hoofd. Er wordt gestreefd naar perfectionisme, terwijl we in een gebroken wereld leven.

Voor wie deze ontwikkelingen in de zorg aan het hart gaat, is een ontmoeting met John McGee een verademing. De boodschap van McGee is: ken de persoon bij naam, van hart tot hart. Martine is geen schizofrene onbegrijpelijke vrouw van wie je afstand moet houden en Richard is geen gevaarlijke autist die maar beter opgesloten kan blijven wonen. Het gaat om je zus, om je broer, om mensen in nood die snakken naar iemand die persoonlijk contact met hen zoekt.

In deel twee van dit tweeluik meer over de praktische betekenis van de denkbeelden van McGee voor de zorg en voor het functioneren van de christelijke gemeente.

Drs. Henk Algra is orthopedagoog in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Hij is lid van de CGK/NGK van Alkmaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief