Catechisatie

1976-08-20
  • Jaargang 20
  • nummer 32
"Bent u tevreden, zegt het anderen; hebt u klachten, zegt het ons".
Vroeger zag je dit "laatste woord" nog all eens bij het verlaten van een winkel. Tegenwoordig schijnt er minder prijs op te worden gesteld, Ben veeg teken - maar de tijd van "de klant is koning" schijnt in onze super-democratische tijd voorlopig verleden tijd te zijn.
Misschien zou de kerk de overtollig geworden spreuk kunnen overnemen en als een welgemeende raad aan de kerkgangers meegeven. Wellicht waren er dan minder "westvlieders". Al moet ik erbij zeggen dat het tegenwoordig gelukkig niet ontbreekt aan openheid en openhartigheid. Liepen de kinderen vroeger een straatje om en staakten zij hun spel - niet als het Angelus in de verte Mepte, maar als "de dominee" in .zicht kwam - nu schijnt dit ras met bijbehorende aanspreekstijl zo langzamerhand aanvaard te worden als doodgewone mensen. Een wederzijdse verademing. Van deze klimaatsverandering wil ik dan maar profiteren, want ik hèb klachten en wil die graag aan u kwijt. Aan u: sinds het besef groeit dat Christus' gemeente mondig is, hoef ik me niet uitsluitend tot kerkenraden te nichten,

Ik heb dus klachten. Over de catechisatie. Misschien hebben de catechisanten dat ook - maar dat is een andere zaak. En nog zou ik dat niet aan de grote klok hangen, als ik niet wist dat veel collega's die klachten met mij delen. We hebben geen Vlakbond om voor onze "rechten" op te komen. Maar die hebben we ook niet nodig. De verhouding tussen "u" en "ons" ligt gelukkig anders. We denken niet aan dwangmiddelen als stakingen en stiptheidacties, We praten met elkaar als burgers van het nieuw Jeruzalem. In die stad staan vrede en vriendelijkheid, gerechtigheid ten' lankmoedigheid hoog genoteerd: er wondt geleefd uit de Geest van God. En in die Geest spreken wij met elkaar, of het nu gaat over honorarium, vrije tijd of werkverhoudingen. Ik heb het volste vertrouwen, ook op grond van persoonlijke ervaring, dat hiermee geen woord te veel gezegd is. All: weet ik best, dat het volmaakte nog niet is bereikt. Dat is geen rem. Leert de Schrift ons niet te jagen naar het volmaakte? Alleen al daarom wil ik van mijn hart geen moordkuil maken!


U hebt ons, predikanten (herders en leraars) dus opgedragen, beste gemeente, aan de kinderen het nodige onderricht te geven. Wat deftiger gezegd: u hebt ons benoemd als catecheten. Maar weet u wel wat u ons daarmee hebt opgedragen?
Misschien beseft u niet hoe veeleisend u bent. Maar het komt hier op neer: wij hebben de lieve jeugd (het volgende geslacht) kennis bij te brengen van de bijbel, de belijdenis der kerk, kerkgeschiedenis, zending en haar geschiedenis, inzicht in de eredienst en het functioneren van een gemeente, het samenleven van de gemeenten in een kerkverband en de regels die daarvoor gelden. Mogelijkerwijs krijgt u dusdoende ook wat meer respect voor de catechisanten: zij moeten maar zien dat ze het allemaal verwerken. En dat tegelijk met de vragen die onze tijd en hun leeftijd hun stelt. Vragen waarop geen enkele catechismus een pasklaar antwoord geeft en waarvan je je toch ook niet met een Jantje van Leiden mag afmaken, nietwaar? Gelukkig, dat ze het hart op de tong hebben (een treffende uitdrukking overigens!) en dat ze op catechisatie actief meedoen, in plaats van (als vroeger) alleen maar luisteren en pennen!

U ziet: mijn klachten roken niet het gedrag van de catechisanten, die "jeugd van tegenwoordig".
Maar er moeten me wel enkele andere dingen van het hart. Neem nu de lokaliteiten, waarin catechisatie gegeven wordt, Het is niet a:lleen het orgel, dat de sluitpost wordt bij kerkbouw, In de meeste gevallen zijn de bijlokalen dat ook.
Ze hangen er maar wat bij; vormen het overschot je aan ruimte, dat na de bouw van de kerkzaal nog benut kan wonden. Nu munt een kerkgebouw toch al niet vaak uit door doeltreffendheid - het grootste deel van de week is het grootste deel van de kerk buiten gebruik. Maar de doeltreffendheid van een catechisatielokaal lijkt alleen af te hangen van het toevallige overschot je aan ruimte, Laat staan dat er sprake is van enige gezelligheid. In dezen viel er van het bedrijfsleven nog wel het een en ander te leren. Moet een kerk niet ook in economisch opzicht voldoen? Daarmee samenhangend: is u één geval bekend, van een onderwijzer of leraar, tegen wie ze zeiden: hier hebt u een lokaal met kinderen - zie maar dat u ze de vakken bijbrengt? Zonder leermiddelen? In het gunstigste geval beschik je over een schoolbord en heel misschien over wat bijbeltjes. Maar dan houdt het ook wel op...
En dar in een tijd waarin scholen beschikken over de meest moderne leermiddelen... Het catechisatielokaal heet ingericht als er een (verouderde) kaart van Palestina en van de zendingsreizen van Paulus hangt ...

Zijn er dan geen catechisatieboekjes?
Zeker - ik heb er ruim een halve meter van. Van Donner en Landwehr tot en met Kuitert.
Maar als leermiddel zijn verreweg de meesten ongeschikt. Dat zeg ik als leek - zij het met enige ervaring. hls leek: kandidaat in de theologie. Daarin is geen enkele onderwijsbevoegdheid inbegrepen. Ja zeker, je mag godsdienstles op scholen geven. Maar die bevoegdheid is m.i, twijfelachtig. Niemand heeft mij geleerd onderwijs te geven - een acte daarvoor bezit ik niet. Maar voor een doelmatige kennisoverdracht komt wel het een en ander kijken: alweer het bedrijfsleven zou ons hierover veel kunnen vertellen. Daar wellen ze dat tijd gelid is. Over tijd gesproken: catechisanten krijgen gemiddeld dertig lesuren per jaar catechisatie. Meestal niet langer dan zes jaar achtereen. Dat betekent 180 lesuren in totaal - heel optimistisch gerekend, voor alle bovengenoemde vakken bij elkaar. In schooltijden uitgedrukt: ongeveer zes welken les... Bovendien is niet elke predikant een geboren onderwijzer met ingebouwde systematische aanleg. Begrijpt u: zonder hulp van gezin, school en vereniging spelen we het niet klaar. Maar zijn er buitendien nu geen gemeenteleden, die de aanleg en/of bevoegdheid hebben om eens een handje te helpen, zodat de weinige catechisatie-uren zoveel mogelijk tot hun recht komen? En zou elke plaatselijke commissie van beheer het catechisatielokaal eens willen vergelijken met een schoollokaal. Ook doelmatigheid is een waardevolle christelijke deugd. Ik. ben u alvast dankbaar voor het luisteren naar onze klachten. En ik neem aan, dat u er even doeltreffend op zult reageren als bijv. het bedrijfsleven!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief