Een "eigen inrichting"

1976-08-20
  • Jaargang 20
  • nummer 32
Het "beding"
Sinds ongeveer 1886 bestonden er in ons 'Landtwee groepen Gereformeerde Kerken. De "Afgescheiden" Kerken die er al ongeveer een halve eeuw waren en de "Dolerende" die omstreeks 1886waren opgetreden. Beide kerkengroepen waren wat het Iedental betreft ongeveer even groot. Aanstonds werden pogingen ondernomen om deze kerkengroepen 'te verenigen, Maar dat was geen eenvoudige zaak. Eén van de voornaamste struikelblokken daarbij was het verschili van mening over de "opleiding".
De Afgescheiden Kerken waren, globaal genomen, van oordeel dat de kerken over de opleiding van predikanten volle zeggenschap moesten hebben. En wed door een "eigen inrichting" daarvoor.
De Dolerenden wilden daar niet van weten. Ze betoogden dat de predikanten een wetenschappelijke opleiding moesten ontvangen, dat "de wetenschap" alleen aan een universiteit kon en mocht worden beoefend, en dat daarom a.s. predikanten hun opleiding aan de Vrije Universiteit moesten verkrijgen.
Er is in de jaren ná 1886 enorm veel over deze kwestie geschreven en gepolemiseerd, Maar ten slotte is er toch een besluit genomen over de "opleiding" dat door de synoden van beide kerkengroepen werd aanvaard. Het besluit tot vereniging bevatte namelijk ook dit "beding", dat de verenigde kerken het "beginsel" handhaafden "dat de kerk geroepen is een eigene inzicht te hebben tot opleiding harer Leeraars, tenminste wat de Godgeleerde vorming van dezen betreft"1) Hierbij werd bepaald: "1e dat niet zou vernietigd worden het aloude beginsel van vrije studie; 2e dat geen, verandering gebracht zou worden in die Gereformeerde wijze van kerkelijke examinatie der dienaren des Woords; 3e dat men 'niets zou laten vallen van de eis der wetenschappelijke ontwikkeling, die steeds door de Gereformeerde kerken gesteld is, en 4e dat men niet tegen zou spreken, dat de .verenigde kerken over de regeling dezer zaak later, indien nodig" te oord eren zouden hebben."
Oorspronkelijk stond in dit "beding" in de plaats van de vet gedrukte woorden: "regeling dezer zaak alléén maar over deze zaak. Opzettelijk werden deze vervangen door de in het officiële tekst genoemde. Want men wilde over de zaak zelf niet meer praten! Die Over een nadere regeling van de was zonder meer uitgemaakt!
vaststaande zaak mocht uiteraard wel gesproken worden.
Het leek dat het bestaan van de "eigen inrichting" volledig gegarandeerd was!

Een conflict!
Het conflict over de tweeërlei opleiding laaide, nota bene reeds één jaar nadat het bovengenoemde "beding" was aanvaard, in volle hevigheid opnieuw op. Wat was toch het geval?
De synode van 1892, waarop het "beding" met algemene stemmen was aangenomen, had een oommissie benoemd om advies te geven over de regeling van de zaak der opleiding. En deze stelde een rapport op waarin niet de regeling van de zaak, maar de zaak zelf van de opleiding werd behandeld en daarover een, voorstel werd gedaan! Een voorstel dat in feite de opheffing van de "eigen inrichting"
inhield! De Theologische School zou door wat voorgesteld werd in feite samensmelten met de theol. faculteit van de V.U. De V.U. en de Kamper School zouden nl. op één plaats gevestigd worden De professoren van de V.U. zouden voorts als hoogleraren aan de Theol. School worden benoemd. En de professoren van Kampen als hoogleraren aan de V.U.! Ze zouden samen de onderscheidene studievakken en college-uren verdelen. Er zou één series Iectionum (collegerooster) komen. En een student die voor het candidaatsexamen slaagde kreeg een dubbel diploma: één van de V.U. en één van de Theol. School enz.
Tegen dit toch wel wonderlijke voorstel rees, zoals te verwachten was, een storm van protest! Van de zijde der oorspronkelijk Afgescheiden Kerken werd met a[[e klem betoogd dat het "beding" van 1892 door dit worstel geschonden werd!
En het had er zelfs alle schijn van dat de pas bereikte vereniging van kerken ernstig gevaar liep een fiasco te worden. Ik moet hier nog één ding bijzeggen: Het ging er de A:figescheiden broeders niet om, het koste van het koste, "Kampen" te behouden!
Het ging er hun om dat de wetenschappelijke opleiding van de predikanten, die ook zij begeerden, geheel en al in de macht, onder het bestuur van de kerken zou blijven. Later zijn er wel voorstellen gedaan om de theol. faculteit van de V.U. in alle opzichten onder het beheer der kerken te brengen. En daar was de grote massa der Afgescheidenen vóór.
Het zag er voor de synode van 1893, waarop dit voorstel werd gebracht, in de pas verenigde kerken onheilspeldend uit. Wie zich verdiept in de kerkei1ijlke pers van die dagen kan bijna tot geen andere conclusie komen dan: dit moet mislopen!

De uitredding
Maar het is niet misgelopen! Ik zal niet verhalen wat er allemaal op en om de synode van Dordt 1893 is gebeurd. Alleen dit: door de synode werden de voorstellen van de commissie terzijde gelegd. En de synode benoemde uit haar midden een nieuwe commissie die met een nieuw voorstel kwam. Dat luidde als volgt: Vooreerst werd uitgesproken dat de Geref. Kerken ook thans, evenals bij de vereniging als haar oordeel uitspreken "dat de kerken ,geroepen zijn het beginsel te handhaven om een eigen inrichting ter opleiding van dienaren des Woords te hebben, tenminste wat de godgeleerde vorming betreft."
En voorts werd uitgesproken: "1e dat zij onder "eigeninrichting" verstaat: een kweekschoot van Dienaren des Woords, geheel en alleen van de kerk uitgaande en door haar verzorgd en bestuurd, die de gehele opleiding kan geven, of, indien ,te eniger tijd scheiding van de voorbereidende en de 'theologische studiën geiheel of ten dele nodig mocht worden geoordeeld, ten minste voor de gehele Theologische vorming, dat is, de vorming door de wetenschappelijke studie der Theologie de praktische toebereiding voor de heilige bediening heeft te zorgen. En 2e dat de 'Theologische Schooi, thans gevestigd te Kampen, die als de eigene inrichting der Christelijke Gereformeerde Kerk met haar fondsen aan de verenigde Kerken is overgedragen en door deze is overgenomen, de eigen inrichting der Gereformeerde Kerken is en da t het in genen dele de bedoeling is, deze op te heffen."
Dit voorstel - het was o.a. ondertekend door prof. Bavinek en dr A. Kuyper - werd met algemene stemmen door de synode aanvaard. Nu waren alle moeiten weggenomen!
Ondubbelzinnig hadden de kerken erkend dat de kerken in ieder geval"een eigen inrichting" voor de volledige wetenschappelijke theologische opleiding van predikanten moesten hebben.

Een zaak van "goede trouw"
Het sprak van zelf dat ná deze synode de pers allerlei beschouwilligen zou geven over wat daarop inzake de opleiding besloten was. Ik wil iets weergeven van wat dr Kuyper daarover in "De Heraut" ten beste gaf. De "eigen inrichting' der kerken, zo schreef hij, rust nu "op de overtuiging en de goede trouw" van de verenigde Kerken, "De kerken, samenvloeiende, hebben over en weer verklaard, dat zij een beginsel waren toegedaan (vet van Kuyper)en dat dit beginsel inhield het hebben en handhaven van een eigen inrichting voor de Theologische opleiding. Als kerken zo spreken, doen ze dat voor Gods aangezicht, en in Jezus' naam, en dan weten zie hiermee van elkander, dat aldus en niet anders over en weer de overtuiging bestaat. Ze weten dan ook, dat ze een volgend jaar, en over drie jaar diezelfde overtuiging bij elkander zullen terugvinden. De zaak staat thans zo, dat, gesteld eens het ondenkbare, dat namelijk de Curatoren en Docenten van Kampen saam het voorstel deden om onze Theologische School op te ruimen, "De Heraut" hier met alle kracht tegen in zougaan, en zou roepen: Neen, de Theologische School moet blijven."

Een "waarborg"
Maar Kuyper voegt aan het bovenstaande nog iets toe. En dat is zeer belangrijk, Hij wil de handhaving van de "eigen inrichting" niet alleen omdat die gegrond is in goede trouw, maar ook nog om een andere veel belangrijker reden. Men hore!
"De kerken", zo schrijft hij, "mogen ook naar ome overtuiging de opleiding tot de Dienst des Woords niet uitsluitend in handen laten van de wetenschap. Kon dit, het zou het meest gewenste zijn, want de kerk zal altoos op moeilijkheden stuiten, als ze zelf de hand aan de ploeg slaat. Maar het kan niet. De aan, zichzelf overgelaten wetenschap is daartoe niet genoeg betrouwbaar, Er werken in de wetenschap, en ook in de wetenschap der Theologie te verleidelijke factoren, die tot kwade resultaten leiden.
Daaraan nu mogen de kerkenniet gewaagd worden. En uit dien hoofde zijn ze niet verantwoord, zolang Zie zonder veiligheidsklep, zonder enige waarborg, zonder middel van, verweer, zich geheel en uitsluitend van de vrije wetenschap voor de Dienst des Woords afhankelijk stellen."
Het is onder ons, zo ging Kuyper verder, "een uitgemaakte zaak, dat we onze Theologische School als ‘eigen inrichting' onder het geheel zelfstandig bestuur der geïnstitueerde kerken behouden moeten en behouden zullen. en we' het dus allen ééns zijn in· de overtuiging dat onze kerken, het gebruik der Universiteit naar Gereformeerd beginsel aanvaardende, (!!) zich niet zouden verantwoord achten, indien ze dit gebruik aanvaarden, zonder de waarborg te bezétten, die alleen een Theologische School als eigen en zelfstandige inrichting bieden kan."

De waarheid van wat Kuyper in 1893 het oogde is in de laatste jaren maar al te zeer bevestigd. De Vrije Universiteit - Kuyper en de zijnen hebben zich bij de oprichting ervan afgepijnigd om middelen te bedenken die haar gereformeerd karakter zouden waarborgen: het is ontroerend in oude Herauten te lezen hoe ze daarmee bezig waren! - is in 't geheel geen gereformeerde universiteit meer! En daarom klemt te meer de eis dat de volledige en exclusieve zeggenschap over de opleiding van haar a.s. predikanten uitsluitend en alleen in handen van de kerken moet berusten.


Noot
1) Destijds had de Theologische school twee afdelingen: één, de zgn. "literarische" die ongeveer gelijk: stond met een gymnasium en één, de theologische, die wat de omvang van het daarin gegeven onderwijs betrof, gelijk stond met een theologische faculteit. In 1896 werd de literarische afdeling van de Theol. School afgesplitst en tot een zelfstandig gymnasium gemaakt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief