Wat te gering lijkt is groot!
1976-08-27
Te gering- Jaargang 20
- nummer 33
Er wordt door de radio of door de TV een landdag uitgezonden. Van de E.O. bijvoorbeeld, We horenen zien de mensen uit voile borst zingen. Een groot enthousiasrne en een groot geluidsvolume! Een neefje van ons is er ook geweest.
Met zijn vader. Als hij een poosje later bij ons ·op bezoek komt vraagt hij gretig: Oom, hebt u mij ook horen zingen? Ja, wat moet je dan zeggen? Meestal draait het uit op een sympathiek noodleugentje: Ja hoor, jongen, je zong geweldig! We willen het ventje natuurlijk niet teleurstellen. We vinden het veel te leuk, dat jeugdige enthousiasme. Later... Ja láter zal hij wel begrijpen, dat 'het eigenlijk nogal dwaas is te veronderstellen, dat je dat éne kleine geluidje eruit kunt halen, als die hele mensenmassa aan het zingen is! Zijn. Geluidje is immers veel te gering! Te gering ja. Zijn geIuidje gaat in het massale verloren! Het kleine geluid! Het geluid van de kleinen!
Nogmaals te gering
Dat is natuurdijk maar een simpel voorbeeld. De zaak zèlf is veel uitgebreider. Misschien krijgen we in het leven wel een belangrijk werk te doen. Een werk dat mogelijk miljoenen aan geld betreft.
Een werk dat misschien duizenden mensen bezighoudt. Dan hebben we iets groots te doen. Dan zijn we over veel gesteld. Dat dachten de discipelen ook. Hun probleem was niet eens meer of zij gróót zouden zijn in het koninkrijk maar wie de (allergrootste zou zijn, Ieder van hen zou om te beginnen rijksminister wonden. Maar wie zou premier zijn? De gehele zaak van kerk en koninkrijk Gods onder hun handen gelegd! Natuurlijk komt dan de werkelijkheid van die landdag op een andere manier weer naar voren. Terwijl je met duizenden en miljoenen bezig bent kan daar een klein mannetje op je af komen, een klein kerkmannetje mogelijk, dat je vraagt of je al kennis genomen hebt van zijn noodgeluidje. Dat ~s dan toch zeker ook een belachelijke vraag! Stel je voor. Hoe kun je in het sonore geluid van marcherende 'en werkende miljoenen dat ene stemmetje opvangen?
Zo begrijpen we dat de Here Jezus hier over de kleinen gaat spreken.
De kleinen in de kerk met hun kleine volume, met hun afhankelijkheid, hun behoefte aan extraverzorging. Het zijn ook de mensen, die het heel erg nodig hebben, dat ze de genade van Christus in de ogen en de handen van zijn dienaren weerspiegeld zien. Ze hebben die steun nodig om te blijven staan. Ze halen de voorpagina van geen enkele krant en van geen enkel kerkelijk blad. U moet niet romantiseren. Ze worden echt om hun kleinheid door de Here naar voren gehaald!
De discipelen dreigen dat kleine geluid, dat geluid van de kleinen, niet te horen en die kleinen te verstoten, zonder dat ze het eigenlijk goed merken. Dat zou vreselijk zijn en God vreselijk boos maken ook! En dan komt dat merkwaardige woord: Hun engelen zien voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemelen is! Hun engelen - denkt u maar aan Hebr. 1 : 14 "Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die het heil zullen beërven?". Die engelendienst betreft ook de kleinen! En die engelen zien voortdurend het aangezicht van de Vader. Dat betekent, dat Hij nooit met zijn rug naar hen toestaat omdat Hij met iets anders bezig is.
Hij is altijd paraat voor de zaken en de noden van de kleinen. De engelen worden nooit door een bord "Belet" tegengehouden. Ze kunnen altijd bij de Vader terecht!
Altijd? En geldt dat dan voor allemaàl tegelijk? En ook nog voor alle beslommeringen van de hele wereld? Ja! Dat is wonderlijk. Ik geloof, dat we hier de mooiste kijk hebben op wat we in de (dogmatiek Gods alomtegenwoordigheid noemen. Daar kunnen we iets doods van maken in onze gedachten. Maar het is zo mooi. Hoeveel kinderen van God er ook zijn, wáár ze ook zijn, hoeveel er ook bidden, hoe zwak hun noodgeluidje ook is... zonder mankeren komt hun zaak voor de HERE. Zo zeker, alsof er maar één gebeden had, alsof het op deze wereld stil was geweest op dat ene stemmetje na!
Dat kàn onze Vader. En dat doet Hij. Op die vraag van het kleinste kind of God zijn geluidje eruit gehaald heeft kan God bevestigend antwoorden. En dan is dat géén grapje! Het is een heerlijke ernst. Wat zijn die kleinen dan ook weer groot! Door Gods genade. Wat zijn ze 'Op een hoge plaats gezet! Er is niets zieligs meer aan! Daarom moet de maatstaf van de discipelen ook met haast veranderen. Zij mogen de geringste niet te gering vinden. Want God doet het niet.
De vernieuwing van de maatstaf
Natuurlijk kunnen wij nooit Gods alomtegenwoordigheid nabootsen.
Het zou goddeloos zijn om dat te denken. Maar wèl is Gods maatstaf een norm voor onze manier van meten! Dat zien we zo heel mooi in het leven en wenken van de Knecht des HEREN bij uitstek, van onze Here Jezus Christus. Zijn werk bracht Hem aan het kruis. Daar hing Hij, betalend de schuld van miljoenen, van de kerk der eeuwen. Hij droeg zijn gemeente op het hart om haar de weg te openen tot Gold, de weg van de vrede.
Ja, dat ging over miljoenen en dat betrof eeuwen! Wij zouden dan ook zeggen: In da t wenk dat miljoenen mensen en eeuwen geschiedenis omvat is nu geen ruimte meer voor het aparte, het kleine, het bijzondere. Dat kan de Here er natuurlijk niet bijnemen. En dan is het zo ontroerend, dat de Here juist aan het kleine en aan het bijzondere heeft gedacht, toen Hij voor de eeuwen en voor de miljoenen bezig was.
De miljoenen waren er concreet in die ene vrouw - "Vrouw, zie uw zoon" (Joh. 19 : 36). Ze waren er in die ene man, een moordenaar nog wel- "Voorwaar: Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn" (Luk. 23 : 43). Wij hebben geen God die bij zijn grote werk de kleinen wel over het hoofd moet zien. Wij hebben ook geen Heiland, die in zijn zorg voor miljoenen de nood van de kleintjes niet meer gedenkt. Dat is een troost die rechtstreeks in ons leven binnenkomt.
Maar nu wil deze Heiland ook geen discipelen hebben die met de oude en wereldse maatstaf blijven werken. Zij mogen de mensen en de dingen niet naar een soort geestelijke productiemaatstaf meten. Zij behoren tijd te hebben voor de kleinen. Ook al betekent dat voor hen, dat er dan àndere dingen moeten wijken. Voorrang voor het ,kleine en voor de kleinen.
Laat niemand te gering zijn voor uw tempo, voor uw werkkracht, voor uw productiecapaciteiten.
Heb tijd voor hen! Inderdaad, wat te gering lijkt naar de wereldmaatstaf, dat is door God op een hoge plaats gezet. En daarom moet het ook door ons hoog geacht worden!