De eer en goede naam van een kerkgemeenschap
1976-08-27
De eer welke een plaatselijke kerk bezit is deze: dat ze een gemeente van de Heer Jezus Christus mag zijn. Een christelijke gemeente kan haar eer schenden en daardoor haar goede naam verliezen.- Jaargang 20
- nummer 33
Dat gebeurt als ze duidelijk toont af te wijken van hetgeen Christus als haar enige Meester verordend heeft. Als ze Gods Woord niet bewaart. Als ze haar goede belijdenis verloochent. Als de gemeenschap der heilagen in haarmidden niet gevonden wordt. Als de onderlinge liefde verkoelt. Als twist en tweedracht haar leven gaat verteren. Ja, als men hen, die heilig naar het woord van God willen leven en tegen haar dwalingen en zonden getuigen, gaat verdrukken en vervolgen.
Zo kan er een gemeente zijn, die de naam heeft dat ze leeft, en toch naar het oordeel van Christus, van Hem die de zeven sterren in zijn rechterhand heeft en tussen de zeven gouden kandelaars wandelt', een dode gemeente genoemd kan worden, Zo kan er een godsdienstige gemeenschap bestaan- welke zich met de 'naam van kerk versiert, en toch tot een aanflluiting voor buitenkerkelijken kan zijn.
Iedere kerik zal-haar eer en goede naam 'niet alleen hebben te bewaren, door geen reden tot opspraak te geven, maar ze zal ook op haar hoede zijn voor ieder die haar eer en goede naam aanrasten door laster 'en ongegrond oordeel, Het is daarom goed als een gemeente ook aandacht 'heeft voor haar naam. Van terzijde mag men dan gesproken hebben en nóg spreIken van Cocksianen, Dolerenden, Synodalen, Afgescheidenen, Artikel-mensen, Eén -en-dertigers, Hersteldverbaraders, Binnenverbanders, Buitenverbanders, Bonders, Verontrusten, en welke andere aanduidingen de spraakmakende gemeente in de loop der tijden naar voren heeft gebracht. Maar het lijve de eer en goede naam van Christus' kerk hier op aarde, te zijn: gemeente van onze Heer Jezus Christus!
Houd voor wat u aangaat die eer hoog, en bevorder de erkenning van die naam door uw handel en wandel in alles te richten naar wat de apostelen ons in prediking en geschrift hebben voorgehouden: 'U moet zelf de leven/de stenen zijn waarmee de geestelijke tempel wond gebouwd. Vorm een heilig priesterschap' (1 Petr. 2 : 5).