Vragen stellen op catechisatie

1976-09-03
  • Jaargang 20
  • nummer 34
Dominee, wat denkt u van de pil?
Aldus de schallende vraag van een veertienjarige op catechisatie.
Het zal zijn enige niet zijn. En wat is het nu: schepping of evolutie? Wat heeft het voor nut om te bidden, als de Here God je gebed soms toch niet verhoort?
Waarom vindt God goed, dat mensen elkaar vermoorden?
Waarom heeft de Here God de duivel niet doodgeslagen? De godsdienstleraar zegt, dat de wonderen bij de uittocht niet echt gebeurd zijn. Is dat zo?
Dat zijn de vragen. En nog heel veel meer. Wat doet de catecheet er mee?

Leerling zijn is: vragen stellen
Het typerende van het leerling-zijn in Israël is het vragen stellen. Denk bijvoorbeeld aan Ex. 13: 1-16. Daar wordt eerst (nog eens; zie 12: 8, 15-20) het feest der ongezuurde broden ingesteld. Als het gewerd wordt, zit daar een stuk catechese aan vast. De vader zegt aan tafel tot zijn zoon (d.w.z, tot zijn zoons en dochters en de hele familie): Dit staat in verband met wat Jahwe voor mij gedaan heeft, toen ik wegtrok uit Egypte (vs. 8).
Hier heef dus de vader het initiatief. Hij gééft catechisatie. Even verder volgt de instelling van de lossing van de oudste zoon, In plaats hem te doden, wijdt de vader zijn eerstgeborene aan Jahwe en koopt zijn leven los met een offer. Merkwaardig is dat in dit geval geen catechese volgt. De vader geeft géén uitleg.
Hij wacht op de vraag van zijn zoon: "Wat is dit?", Op de vraag volgt dan pas de uitleg. Dit is, psychologisch gezien, een beIangrijk element. Het is soms goed te wachten tot de jongelui zelf gaan vragen. Maar er zit méér achter. Het lijkt erop, alsof er tussen catecheet en leerling expres een bepaalde ruimte opgeroepen wordt, door de leermeester gemaakt, om gevuld te worden door de vraag van de leerling. In Deut. 6: 20 vraagt de zoon "Wat betekenen toch die verordeningen, bepalingen en voorschriften, die Jahwe onze God u gegeven heeft?". Dan lijkt het er haast op alsof die vader daar nog nooit iets van verteld heeft. Dat is natuurlijk onjuist. Maar blijkbaar heeft de vader ook hier telkens ruimte gelaten voor de vraag, Heeft hij niet alles tegelijk verteld? Bij de doortocht door de Jordaan worden 12 stenen in het water gelegd en 12 op de oever. Later vragen de kinderen: "Wat hebben d~e 12 stenen voor u te betekenen?"
Zie ook Jozua 21 :4. Dan wacht de vader dus weer op het initiatief van zijn zoon. Eerst komt de vraag, dan het antwoord. Intussen was de vader niet passief. Hij is misschien expres langs de Jordaan gaan wandelen om de vraag uit te lokken, Lukas vertelt dat de Here Jezus als jongen van 12 jaar in de tempel zat temidden van de leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde (Luc, 2 : 46). De rabbijnen zijn dus aan het woord geweest. Maar het werd geen monoloog, Ze hielden van tijd tot tijd hun mond en gaven de vragen een kans, In Handelingen 1 : 6 vragen de discipelen: Heer, herstelt ge in deze tijd voor Israël het koningschap? Uit die vraag bleek veel onbegrip, maar in het stellen van de vraag als vraag bewezen de leerlingen dat ze leerlingen wilden zijn.
Discipel zijn is: vragen stellen. Dat is zijn bijdrage. Daarin belijdt hij zijn onwetendheid en daarin eert hij de wijsheid van de meester, die hij geheel vertrouwt.
Van de kant van de onderwijzer gezien gaat het om een kunst die soms "meesterlijk" wordt beoefend. De leraar weet dan de grote vragen zo listig in het "aangeboden materiaal" te verstoppen, dat de leerling heus denkt dat hij daar zelf op gekomen is. Intussen denkt de leraar met plezier: "Ja hoor, daar komt ie".
En hij heeft het antwoord klaar. En samen zijn ze een stuk verder gekomen.
De puur docerende methode valt af te wijzen. Een catechisatieur is nog niet geslaagd, als de dominee ongestoord een half uur tegen een blok zwijgende roehoorders heeft aangepraat.
Juist niet. Hij doet er beter aan zijn publiek eens flink op de renen te gaan staan, zodat ,de hele zaak in rep en roer gaat en allerlei problemen rijzen. Dan wordt weer het vraag- en antwoordspel geboren, waarbinnen het onderwijs in Israël zich voltrok.

Er valt zoveel te vragen
Waarom moeten we tweemaal naar de kerk?
Mag je op zondag zwemmen? Waarom zijn er zoveel kerken?
Moet je, als je echt van plan bent te trouwen, eerst een briefje halen op het stadhuis?
Kun je werkelijk zeggen, dat "onze godsdienst" de enig ware is? Er valt zoveel te vragen. En wat doet de catecheet ermee?
Het kan zijn dat iemand zegt: "Man, ik woudat ik eens vragen kreeg! Ze zitten er bij als een stel zoutzakken." Dat is dan een probleem apart. Soms is het aIleen een tijdelijk verschijnsel, In de puberteit slaan sommigen een tijdlang dicht. Maar dat wil. helemaal niet zeggen, dat er geen belangstelling IS. De vragen komen vanzelf terug. In nog groter getale.
En wat doet de catecheet er mee? We moeten m.i, oppassen voor twee fouten:
a) voor een "democratische houding", die goed vindt dat de catechisanten met hun vragen en problemen de dienst gaan uitmaken.
Onlangs speelde een 4-MAVO-klas het spelletje heel leuk. Ze bleven maar vragen stellen en ontregelden op die manier heel bewust de les, De zogenaamd democratische houding van de leraar die hieraan toegeeft, zal hem berouwen. Deze gang van zaken is bovendien onverenigbaar met het wezen van de catechese: onderwijzen, namens de Heer!
b) de autoritaire houding van de catecheet, die bang is voor kritiek, niet gestoord wil worden in zijn rust, met blinde ijver zijn programma afwerkt, of van mening dat die 'snotjongens' (excuus) behoren te luisteren, Hier valt natuurlijk geen goed woord van te zeggen.
Het zal anders moeten.
En het moeilijke is, dat dat "andere" niet in regels te vangen is. Onderwijs geven is: telkens weer voor een nieuwe situatie staan. Telkens opnieuw beslissen.
Telkens je afvragen: hoe doe ik het nu? Het kan zijn, dat er ineens zulke hete vragen op je afgevuurd worden, dat je - om het grote belang van de zaak - je hele les moet omgooien, Je moet dan op staande voet een nieuw uitgangspunt kiezen in de Heilige Schrift en zo wordt een 'nieuwe ",les" geboren, die leermeester en leerlingen veel verder brengt. Dat gebeurt niet elke keer en je kunt dat nooit "maken". Zulke catechisaties zijn een geschenk en die moet je van tijd tot tijd "krijgen" . Kort en ietwat schematisch uitgedrukt zouden we willen zeggen, dat het in een goed contact tussen leermeester en 'leerlingen verloopt naar de orde: woord-vraag-antwoord-woord enz.

Vraag of protest
Soms wordt de vraag niet bepaald vol respect gesteld. De vraag krijgt het karakter van een protest, gemengd met brutaliteit.
Op dit punt moet de catecheet m.i. alle wijsheid en voorzichtigheid betrachten.
Hij krijgt duchtig te maken met pubers en hun puberteit.
Een griezelig onderwerp om over te schrijven als zoonlief over pa's schouder meeleest. Eerlijk gezegd sloeg ik dit stuikje daarom het liefst over. Of ik zou de jongelui willen vragen het over te slaan. Maar dat werkt natuurlijk averechts.
Laat ik daarom zeggen, dat ik dit niet schrijf in de houding van: Daar zitten nou die pubers! Ik weet nog veel te goed hoe het was, toen ik er zelf in zat!
Wat ik, heel kort, wil zeggen komt hierop neer. In de puberteit gaat een jeugdig mens op reis naar een nieuwe wereld. Het oude laat hij achter. Dat deugt niet meer voor hem! De onzekerheid maakt hem angstig en tegelijk nieuwsgierig. Waar zal hij terecht komen?
Oude banden maakt hij los. Niet omdat hij aan de ouderen een zo grote hekel heeft. Dat lijkt maar zo. Maar omdat 'hij op zoek is naar zichzelf en naar het echte, ware, authentieke.
Hij komt in botsing met ouders en leraren.
Nogmaals: niet omdat hij die mensen zo slecht vindt of een hekel aan ze heeft. Maar omdat hij bezig is de weg zelf te zoeken. Dat hij straks uitkomt üp een punt dat merkwaardig dicht ligt, bij het punt, waarop hij zijn vader verliet, heeft hij nog niet in de gaten. Hij zoekt het nieuwe. Nu denk ik aan het geval van een catechisant die een zeer onorthodoxe stelling poneert op catechisatie, die niet bepaald de vorm heeft van een vraag. O nee: de jongeman mist elke bescheidenheid: hij weet het zeker. De stelling is intussen in strijd met de Heilige Schrift en gaat vierkant in tegen de belijdenis van de kerk en tegen alles wat die jongen thuis altijd gehoord heeft. Wat zal de catecheet daarop zeggen?
Om te beginnen kan hij paniekerig reageren op de "valse profetie", die hier de gemeente binnendringt. Hij kan met grote kracht de dwaalleer bestrijden en de jongen in kwestie staat dan geboekt als aanhanger van de dwaalleer (Marxist b.v.). In de tweede plaats kan de predikant het gebrek aan eerbied, de brutale toon en de aanval op zijn autoriteit in het prestigevlak trekken en heel hard terugslaan. Dan is hij alle contacten kwijt. De botsing zal eindigen met een formele overwinning van het wettige gezag.
Maar alles is verloren. Het kan ook anders.
Er kan ook een opvang zijn vol herkenning en begrip. De predikant begrijpt dan dat die jongeman weliswaar met grote stelligheid verkondigde dat het zó was en niet anders, maar dat hij morgen, op school met even grote stelligheid de belijdenis der vaderen zal verdedigen. Met andere woorden: Hij kan begrijpen,dat die jongen zoekt, experimenteert en lang met zo zeker van zijn zaak is, als hij voorgeeft. Of, om het nog anders te zeggen: de predikant kan begrijpen, dat dit protest toch eigenlijk bedoeld is als vráág, al kwam het er niet zo uit. Dit begrip, deze herkenning bij de predikant kan hem een grote dosis mildheid geven bij de ernst van zijn antwoord, zodat hij in alle vriendelijkheid kan vragen: Zullen we nu eens kijken wat de Heilige Schrift daarvan zegt? Dat geldt ook van het autoriteitsprobleem.
Als de catecheet in de gaten heeft, dat het heus niet gaat om een aanval op zijn gezag, maar om een mens die zoekt, zal hij bij zijn afwijzing vol vertrouwen blijven en het zal duidelijk worden, dat hij van zijn jongens houdt en dan komt er ruimte voor 'de vraag: wat zegt de Here er nu van in Zijn Woord?En heus: daar wordt later wel over nagedacht. Al zou/den we het niet zeggen! Wat de Heilige Schrift zegt, gaat mee naar huis en dat wordt later overwogen! De puberteit is een moeilijke periode. Vol reëel gevaar en werkelijke dreiging, Het is ook zo, dat meerderen - voor een tijd worden meegesleept door hun eigen denken of door het ongeloof van hun omgeving, Maar gelukkig zie je heel vaak dat de rotsvaste zekerheid van Gods beloften de betrouwbaarheid van onze Here God Zelf alle angst en eenzaamheid van de puberteit overwinnen zodat de jonge mens gebracht wordt tot een weloverwogen en dankbare belijdenis van het geloof, Dus, om kort te gaan: graag ook ruimte op catechisatie voor die vragen, die schuil gaan achter een stuk protest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief