Zoeken naar sonde en sieraad

1976-09-03
  • Jaargang 20
  • nummer 34
Het wonder van het woord en het woordgebruik is zo overweldigend, dat het boeien blijft, altijd en eeuwig, Want het woord is, als middel om samen te leven, het rijkste dat de Schepper ons schonk. Je kunt met het woord niet alleen vragen om brood, of zeggen dat je gaat vissen - hoe belangrijk dat ook kan zijn - je kunt er ook je hart mee bloot leggen voor God en mensen. Zeker, dat kun je ook met muziek en met kleuren, maar fijner, nauwkeuriger, muzikaler en schilderachtiger, kan het met het woord.
In het woordgebruik is, afgezien van de vele; vele talen die op onze planeet worden gesproken, een oneindige variatie mogelijk. Variaties in woordkeus, woordklank, woordschikking, woordbeeld en woordspelingen. En nu is dit het verrassende: ondanks dit overrompelende mogelijkhedenscala, blijft de woordkunstenaar toch herkenbaar, Want hij kan al!les zeggen, maar alleen op zijn wijze. Hij mag dan, om het met de Vlaamse dichter Paul Snoek te zeggen, een "uitvlinder" zijn, "een uitvinder met zachte handen in de taal", het blijven zijn handen.
Deze gedachten moest ik eerst kwijt, voor ik iets op papier kon krijgen over het werk van de dichteres "bartinha", die mij iets van haar werk deed toekomen.
Zij is een jonge vrouw die in haar woordkeus vanzelfsprekend modern is en dus voor oudere poëzieminnaars,ie o.a. gewend zijn aan het rijm, wrat moeilijk te volgen. Maar eenmaal over die barrière heen, is het betreden veld vol verrassingen.

Haar verzameling noemde ze: zoeken naar sonde en sieraad. Deze allitererende titel is veelzeggend. Een sonde is een peilstift waarmee artsen o.a. een wonddiepte meten. AIs de dichteres dus op zoek is naar sonde en sieraad, dan speurt ze naar een mogelijkheid om de wonden die het leven slaat te leren kennen en als het kan, te helen. Daarnaast kijkt ze uit naar alles wat mooi is en het leven mooi maakt. Maar de titel suggereert meer. Want dat woord "sonde" doet direct denken aan "zonde" en daardoor zegt de titel ook dat het zoekend door de wereld, door het leven gaan, vol gevaar is. Want je stuit niet alleen steeds weer op de gebrokenheid van het leven, maar je draagt ook een hart mee dat, 0 zo gemakkelijk, valt en opgaat in het mooie of ondergaat in de ellende.

Het eerste gedicht luidt:

ik lach
jij lacht
hij lacht
wij lachen
jullie lachen

We leven en hebben ons plezier in een wereld waar de dood het laatste woord heeft. Van dat ongevoelig in het leven staan, spreekt ook:

vandaag is net als gisteren
we spinnen ons ijzeren ratioweb
hebben ons onbereikbaar
onkwetsbaar face opgezet
op sluipzolen huichelachtig
gehandschoeid omzichtig fluitend
verscholen achter rouwfloers
maar daarbij juichend ons
hart vasthoudend zien we
weer iemand geveld


Er verandert niets in de wereld. Vandaag is net als gisteren. We zorgen door onze rationele activiteiten dat we het goed hebben en dragen daarbij ons welwillendheidsmasker, Pinken een traan weg bij de crematie van een concurrent en zijn blij dat we hem kwijt zijn.
Van het gebrek aan openheid in de onderlinge verhouding geeft ook het volgende gedicht een pregnante tekening:

we spelen
verstoppertje
in haast je over
of een
potje zwijgen
jij in jouw klein hoekje
en ik in 't mijn


Ik doe hier en daar maar een greep uit de bundel om een indruk te geven hoe scherp en verrassend deze sensibele mens haar gevoelens in woorden weet door te geven.
Soms wondt alles haar te veel. Als ze dan net ook nog van kamer verwisselt is er de fanatieke onrust.

ik heb een bank
in elkaar geslagen
en de kussens eraan gestrikt
ik heb een kleed
aan de grond genageld
en de pers erop gevlijd
ik heb een kast
besohroefd gemoerd
en de boelken erin gestreeld
nu heb ik
een muur
om mijn hart
gebouwd
en verwacht de vlag
op het toppunt
van de modderschuit

In dit gedicht valt vooral het suggestieve woordgebruik op. Je voelt de gejaagdheid, Er is telkens iets: een bank, een kleed, een kast.
Eerst wordt er fanatiek aan gewerkt, maar als er wat af is, is er een zekere rust om er de laatste hand aan te leggen. Totdat alles klaar is, dan is er de muur, de eenzaamheid. Wat geweldig leek is in wezen een flop.
Tenslotte, de geloofsstrijd blijft natuurlijk ook niet ongezegd.

heer
als wij ieder van ons weg zien gaan
alles om ons heen
leeg zien worden
we ons totaal verloren voelen
blijf bij ons
als alles zwart is
uw wereld ons verstikt
wij geen uitweg meer zien
heer blijf bij ons
verbreek de verbinding niet
al willen wij soms graag
dat u het touw loslaat
laat ons uw lioht zien
ons bij u geborgen weten


Gelukkig valt er voor haar die haar Heiland kent ook dankbaarheid uit te zeggen. Na een gedicht dat eindigt met deze strofe:

vandaag wil ik u vragen heer
omdat u bent mijn-heiland
onttrekt u mij aan satans macht
en breng mij in uw heil-land


volgt er ook een lied dat getuigt van haar vaste vertrouwen op Gods beloften.
Er staat boven: mijn goedheid zal van 11 niet wijken en het verbond van mijn vrede zal niet wankelen, Jesaja 54 vers 10.

met blijdschap deelt de heer ons mee
over zijn vredefeest
dat hij als mens geboren werd,
is voor ons heil geweest

hij, kwam als mens hij stierf als mens
met goddelijke kracht
en juist donkere eenzaamheid
bewees zijn vredernacht

gods goedheid wend aan ons beloofd
jesaja zei het al
genade staat voor puinhopen
omdat god helpen zal!

zo mogen we het nieuwe jaar
vertrouwen op de heer
dwalen we in een doolhof rond
hij is er keer op keer

Tot zover. Ik hoop dat het gelezene u een indruk gegeven heeft van het werk dezer dichteres.
Helaas kan ik u niet verwijzen naar de boekhandel om meer van haar werk te lezen en te genieten. De bundel is nog niet bij een uitgever aangeboden. Ik hoop dat het spoedig gebeuren zal en dat ik het u dan kan doorgeven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief