Cirkelredenering?
1976-09-10
32 en 33- Jaargang 20
- nummer 35
Op de vraag, waarom wij nog goede werken moeten doen, antwoordt de catechismus in zondag 32: "...Daarna ook dat elk bij zichzelf van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij ... ". Op de vraag, wat goede werken zijn, antwoordt de catechismus in zondag 33: "Alleen die uit waar geloof...geschieden...". Iemand die erg logisch is aangelegd neemt daar vlot aanstoot aan. Wat is dat nu voor een cirkelredenering? Vanuit de werken word ik verzekerd van mijn geloof. Maar... die werken "tellen" alleen maar als het geloof er bij voorbaat in meespreekt, als ze uit het geloof vóórtkomen!
Voordat ik de geloofsverzekering ontvang moet ik dus weten, dat dat geloof er was voordat het tot de goede werken kon komen! Wat helpt me dat eigenlijk?
Lijkt dat niet een beetje op die akelige onderscheiding tussen een volle en een niet-volle doop, waarbij je eerst moest weten of je wel "echt" gedoopt was voordat die doop je tot versterking van het geloof kon gaan dienen? En ga je bij deze redenering niet heel eng lijken op de bekende graaf von Münchhausen, die zichzelf uit het moeras redde door zich aan zijn eigen haren eruit te hijsen?
Eigenlijk zit die vreemde cirkel al in zondag 32 zelf, als daar niet maar van de wèrken maar van de "vruchten" gesproken wordt, Vruchten van het geloof! Een vreemde samenhang als je die zondagen 32 en 33 eens tegelijk bekijkt. Ergerlijk voor een redeneermens!
Geïsoleerde toepassing
Toch mogen we Mij, zijn met de samenhang van die beide zondagen.
Anders loop je de grote kans dat je vooral bij zondag 32 een verkeerde koers gaat varen. Ik heb zoiets wel eens meegemaakt, waarbij zondag 32 overigens niet eens met zoveel woorden aan de oppervlakte kwam. Dat was op een huisbezoek bij een paar mensen die niet aan het Avondmaal kwamen. Op een gegeven moment werd de kernvraag gesteld: Gelooft u in de Here Jezus Christus? Gelooft u zijn eigendom te zijn in leven en sterven? Na die vraag kwam er een tijdje niets, Maar daarna werd nogal heftig gereageerd: Hoe konden wij eigenlijk zoiets vragen! En dat aan mensen die nota bene twee maal per zondag in de kerk kwamen! Hier moesten we wel een verkeerde toepassing van zondag 32 vermoeden.
We reageerden daarop met ...zondag 33! Ook de kerkgang valt immers onder het daar genoemde.
Is het een vrucht van het ge/loof, dat de gemeenschap van de bruidegom begeert, of hebben we te doen met een sleurgang? Ook de kerkgang moet uit het geloof zijn. Echte vruchten vind je alleen aan een lévende boom! Daarbuiten heb je met kunstvruchten te doen.
Maar op dat gebied bestaat dan ook een gróte industrie!
Maar dan komt de vraag temeer op je af wat je dan eigenlijk met zondag 32 aan moet. En wat je er eigenlijk aan hebt. Blijkbaar kun je toch niet aan de cirkel ontsnappen.
Blijf je niet altijd lijken op die zotte graaf von Münchhausen?
In geleerde verhandelingen over de catechismus komen we het antwoord tegen! We hebben hier niet met een lógisch maar met een praktisch syllogisme te doen! Maar ook als we weten dat syllogisme zoveel als ,,sluitrede", "conclusie", betekent lijkt dat antwoord nog op een modern beeldhouwwerk... Je moet er de hele dag een man bij laten staan om te vertellen wat het eigenlijk voorstelt. Ik zal trachten die man te zijn.
Eénheid van geloof en levenspraktijk
De catechismus wijst in zondag 32 met nadruk op de Heilige Geest en zijn werk in de gemeente: de vernieuwing tot het evenbeeld van Christus.
ls op Golgotha het woordje "vóór" beheersend - het werk van de Christus in zijn schuldbetaling voor ons, ten behoeve van ons, in onze plaats, op de Pinksterdag kwam het woordje "in" naar voren. De kracht van Christus wordt in de gemeente en in haar leden uitgewerkt. De samenhang van Hoofd en leden.
Men kan niet de Heer van Goede Vrijdag losmaken van de Heer . van Pinksteren, Dat betekent 'eenvoudig: Men kan niet geloven in de Christus , die ons zo uitnemend heeft l:iefgeh ad, zonder dat men zèlf gaat liefhebben ... Hem en de broeders, Men kan niet geloven in de Heer van de Opstanding zonder dat men in zijn kracht opstaat uit een bestaan dat door zonde gebonden was. In de kracht van zijn opstanding staan wij immers op tot een nieuw leven, Het uitgangspunt is en blijft het geloof (zond. 33) en daar mogen we nooit 'n vraagteken van maken!
Neen, we blijven van het geloof uitgaan, Maar als we dan in dat geloof vruchten voortbrengen, dan mogen we erváren dat het evangelie waar is en dan wordt het evangelie van Christus in ons leven bevestigd. Dat is geloofservaring - een ervaring die met het geloof begint, die in het geloof worde genoten, die op het geloof uitloopt. Daarentegen geeft een slordige levensvoering de duivel alle kans ons all liegend te zeggen, dat Christus' dood "kennelijk" een machteloze aangelegenheid is, dat Christus' opstanding "kennelijk" iets onwerkelijks is en dat Pinksteren ,,kennelijk" een ijle nevel is die boven ons lieven blijft zweven zonder daar ooit echt in binnen te kunnen komen. En "ten bewijze" van dit alles dient dan onze slordigheid, traagheid, boosheid, kortom... de treurige welstand van onze "oude mens".
Dan moet de ellendige duistere vraag. komen of het allemaal wel waar is.
Verbanden
Wanneer de geloofszekerheid kwijnt en de Mijdschap is gaan ontbreken, dan stelt zondag 32 ons een merkwaardige vraag, die ogenschijnlijk weinig met de zaak te maken heeft. Ben je ook "bedroefd heengegaan" als de rijke jongeling, toen Christus je geld vroeg voor de arme broederschap?
Heb je misschien ook naast Christus de zondebagage van je wrok tegen een broeder willen aanhouden? Zulke dingen maken aanvankelijk wel indruk op je gemoed.
Je gaat immers bedroefd heen! Maar het raakt alras vergeten en versleten! De positieve pijn van het begin wordt tot iets negatiefs.
Zoiets als een zwart gat... ergens in de vage grenslijn van je herinnering. Maar door dat gat komt de luisteren!de leugen binnen, de leugen die de Christus voor ons vervormt tot een groot vraagteken.
Voor ons haast vergeten zaken blijven gaten voor Satan! Het is goed, dat zondag 32 ons die concrete baan opbrengt. En zondag 33 verbiedt ons de gemàkkelijke oplossing! "Dan maar gauw een fikse gift! Dan maar gauw een algemeen verbroederend gebaar!" Neen, het geloof op Christus gericht! Zo zijner twee polen: De levende Heer die het gelóóf vraagt en het concrete front dat onze áánval vraagt, En zo mogen we in die schijnbare cirkel omhóóg komenl Heeft dit met het kerkelijke leven te maken? Hoeveel ellende is er niet ontstaan doordat we dachten dat het er niets mee te maken had! Dat je "privé" je wel zorgen moest maken om je "persoonsgerechtigheid", maar dat je kerkelijk alleen maar "zaakgerechtigheid" moest kunnen claimen.
Achan's verborgen hebzucht, die de donkere vrucht van diefstal voortbracht, had alles te maken met het "kerkelijk leven" van zijn dagen.
Wat is er "onder water" al ontzaglijk veel misgegaan, vóórdat de "merktekenen der kerk" (art. 29 NGB) duidelijk in geding komen!