Bezinning over het ondernemingsraad-werk

1976-09-10
  • Jaargang 20
  • nummer 35
Het laatste jaar is mij nogal eens de vraag gesteld, of ik erg naar mijn pensioen verlangde, dan wel er tegenop zag om er mee op te houden. Op dergelijke vragen heb ik altijd wat genuanceerd moeten antwoorden. Ik heb gelukkig vrij ontspannen kunnen staan tegenover de naderende pensioen datum. Ik heb mijn werk vrijwel altijd met veel Plezier gedaan en dat was het laatste jaar beslist niet minder. Mijn hele leven ben ik trouwens een bevoorrecht mens geweest, want ik heb altijd fijne collega's en medewerkers gehad.

Ik leg mijn werk dus ook niet als een loden last met een zucht van verlichting neer. Integendeel, ik zal er met dankbaarheid en waarschijnlijk ook wel .eens met heimwee aan terugdenken.
Maar ik heb gelukkig ook niet het gevoel, dat ik nu in niemandsland terecht kom. Buiten mijn werk heb ik altijd het een en ander op sociaal gebied gedaan en het lijkt mij dat er nog wel wat voor mij te doen is als ik gepensioneerd ben. Bovendien ben ik de laatste jaren veel tekort gekomen aan tijd voor moderne literatuur en voor studie. Die achterstand kan ik nu allemaal eens fijn inhalen.

En ten laatste, maar niet ten minste, ik zal nu wat meer tijd krijgen voor mijn vrouw, mijn kinderen en mijn kleinkinderen. Wij beginnen met z'n zestienen al direct met een gezamenlijke vakantie. Dus kort gezegd: ik heb rot het laatste toe met veel voldoening mijn werk gedaan, maar ik ga van meet af aan met dezelfde voldoening mijn pensioentijd in.

Een oud ideaal
Toch moet ik hier nog iets aan toevoegen. Het afscheid nemen van het werk voor de ondernemingsraden, waaraan ik de laatste jaren nogal wat tijd besteedde, kost mij wel wat moeite. Degenen, die daarbij betrokken waren, weten dat. De ondernemingsraad is voor mij eigenlijk al een heel oud ideaal. Voor degenen, die het nog niet weten: ik ben als jongeman gevormd op de Gereformeerde Jongelingsvereniging. Dat ging toen bijzonder degelijk we. Er werd niet wat vrijblijvend gekletst, maar er werd gestudeerd, getraind. Daar kreeg ik als jongen van 17-18 jaar bij het 'vak' maatschappijleer met de gedachten van de christelijke sociale beweging te maken. Die boeiden mij en zijn mij blijven boeien. In het bijzonder interesseerde mij wat toen werd genoemd: de bedrijfsorganisatie, waarin de gedachte werd ontwikkeld dat patroon en arbeider (ik gebruik de termen uit die tijd) niet elkaars tegenvoeters, laat stam elkaars vijanden zijn, maar dat zij op samenwerking waren aangewezen binnen de organische eenheid: het bedrijf.
Over dit soort onderwerpen discussieerden en debatteerden wij.

Harde werkelijkheid
Ik werkte al sinds mijn 14e jaar en u kunt zich voorstellen dat mij, die de harde en heel andere werkelijkheid al sinds een aantal jaren aam lijf en ziel ondervonden had, die idealen van de christelijke sociale beweging ver en: vrijwel onbereikbaar toeschenen. Ik denk, dat ook daarom, mij de ondernemingsraad van meet af geboeid heeft.
Ik zag er in het begin van de verwezenlijking van dat oude ideaal in, en ik ben blij dat ik een aantal jaren er aan heb mogen meewerken om een klein stukje verder naar dat ideaal op te schuiven. Niemand behoeft mij te vertellen, dat er nog zoveel aan mankeert, Dat is, denk ik, juist de reden waarom ik met enige weemoed van de ondernemingsraad afscheid heb genomen. Ik had best nog een aantal jaren willen meedoen om het verdere groeiproces in de richting van het ideaal mede te begeleiden. Dat is ook de reden waarom ik van harte hoop, dat de ondernemingsraad door het overlegmodel gekarakteriseerd zal blijven en niet het conflictmodel zal gaan kiezen.
Daarom ben ik niet zó gelukkig met de komende nieuwe wet op de ondernemingsraden, die de polarisatie tussen gekozen en leden en ondememingsleiding eerder zal gaan bevorderen dan verminderen.

Geen echte meningsvorming
Ik heb er best begrip voor gehad, dat de gekozen leden voorafgaande aan de vergadering met elkaar overleg walden plegen. Ik heb echter nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik er ook het gevaar in zie, dat het in de vergadering niet tot een echte discussie en meningsvorming komt, omdat de standpunten van tevoren vastliggen. Wat als een overgangsvorm nog te accepteren is, wordt nu echter permanent gemaakt. De (ongetwijfeld lange) weg naar een echte onderlinge beïnvloeding en een meningsvorming, waarvoor iedere betrokkene de verantwoordelijkheid kan dragen, wordt daardoor, naar ik vrees, geblokkeerd.

Als de wet er komt, zullen wij er mee moeten leren leven. Maar a:lsde nieuwe wetgeving wordt gebruikt om van de ondernemingsraad een machtsinstrument tegenover de directie te maken, dan zetten wij de klok 50 jaar terug. Wellicht dat dan in de krachtsverhoudingen de rollen omgekeerd zijn, maar het zal in elk geval fataal zijn voor de onderneming, waarvan wij tenslotte allemaal afhankelijk zijn.
Hetzelfde geldt voor de groepsvorming naar maatschappijvisie binnen de ondernemingsraad, waarvan wij de laatste tijd horen. Natuurlijk realiseer ik mij wel, dat er verschal in maatschappijvisie is en dat hier weer politieke verschillen achter liggen.

Evenzeer trouwens als ik mij ervan bewust ben, dat een directielid en een ondernemingsraadlid de problematiek soms vanuit een' verschillende invalshoek benaderen.
Maar ik stel wel, dat zowel in de 'verhouding russen voorzitter en ondernemingsraadleden, als in die tussen de ondernemingsraadleden onderling, alleen een vrije, open discussie tot meningsvorming en een beleidsvorming kan leiden, die wezenlijk perspectief 'biedt.
Machtsstrijd biedt geen echte oplossing. "Wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard vergaan", als ik eens uit het evangelie mag citeren.

Goede raad nooit tevergeefs
Nu moet ik stoppen, want anders ga ik de oude wijze man uithangen en ik ben ijdel genoeg om dat nog niet te willen zijn. Niemand mag overigens denken, dat ik over de toekomst van de ondernemingsraad pessimistisch ben. Daarvoor heb ik te goede ervaringen gehad de laatste jaren; het meest natuurlijk in onze COR-Akzo Consumenten Producten, maar ook in de COR-Akzo Nederland. Toch meende ik nog bij dit afscheid een kleine bijdrage te moeten geven aan de bezinning over het ondernemingsraadwerk.
Wanneer ze onverhoopt in de wind wordt geslagen, troost ik mij met dezelfde gedachte die ouders mogen hebben als hun kinderen goede raad verwerpen: die goede raad is niet vergeefs, want zij geven ze weer aan hun kinderen.


* Met toestemming van de redactie overgenomen uit "Team" - personeelsblad voor medewerkers van de bedrijven behorende tot Akzo-Consumenten Producten Nederland b.v.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief