Verborgen in God (2)
1976-09-10
Op 28 augustus overleed pIotseling onze broeder K. Ramondt te Leerdam, secretaris van het zendingswerk van de kerk van Leerdam en samenwerkende kerken.- Jaargang 20
- nummer 35
De familie Het bij de berichtgeving drukken: "Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven". Broeder Ramondt was een zachtmoedige, hetgeen niet wil zeggen dat hij nooit verontwaardigd was. De herinnering aan deze zachtmoedige is goed. De bezoekers van de zendingsvergaderingen zullen zich hem herinneren als een rustig, niet naar voren komende man, Hij was iemand, die graag op de achtergrond bleef, niet veel zei maar rustig zijn werk deed. En in zijn verslaggeving probeerde hij niet alleen de feiten vast te leggen, maar gaf hij tevens op humoristische wijze door wat hij "de vrolijke noot" van de vergadering vond. Die vrolijke noten waren voor hem vaak de beste momenten van een vergadering, want vergaderingen waren voor hem geen liefhebbertje. Nu broeder Ramondt is overleden, meen ik er goed aan te doen dit tweede artikeltje over "Verborgen in God" tevens een herinnering aan. hem te doen zijn.
Gods liefde brandt voor ons. Wij spreken vaak van "stervensgenade", die de HERE moet schenken als Hij de Zijnen wit dit aardse leven wegroept.
Zulk spreken is niet verkeerd, maar we hebben soms grotere genade nodig om te léven dan om te sterven, We hebben hier genade nodig, omdat we zijn in het land van onze vreemdelingschap. Zeker, de wereld is van ons omdat ze van Christus is. Maar praktisch is de wereld van ons niet, gaat de satan er nog rond als een brullende leeuw, De wereld mag dan ons eigendom zijn, ons bezit 15 ze nog niet.
Het is net als met Abraham. Rij krijgt van God Kanaän als het beloofde land, maar als Sara sterft moet hij een stuk grond kopen om haar daarin te begraven (Genesis 23). God is ook hierin wonderbaar. God doet ons léven, maar we kunnen eigenlijk niet léven. We zijn gekortwiekt en geknot door alles wat ons beperkt, tegenhoudt en sloopt. God houdt ons aan een kort lijntje en dat lijntje wordt steeds korter.
We kunnen niet léven, omdat we ons niet uitleven kunnen, omdat Christus in ons leeft. En omdat Christus in ons leeft, vinden we in. deze wereld vaak geen aansluiting; zijn we vreemdelingen.
We kunnen niet léven, omdat dat vreemde, dat 'afstotende er niet alleen is in. de wereld rondom ons, maar ook in ons zelf. We zijn vreemd aan ons zelf. Hebben we al iets begrepen van dat woord uit Romeinen7 : 15: "Want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik."
We zijn een koninkrijk dat tegen zich zelf verdeeld is: de strijd tégen ons eigenlijk tot het laatste moment van leven toe.
We kunnen niet gelóven, want al tijd weer staat daar op wacht, veraf of dichtbij, het afscheid nemen. Het leven is voor ons niet vol, iedere buidel is doorboord, iedere beker heeft een bedriegelijke bodem.
We kunnen niet léven.
En nu roomt het er op aan, dat we in die onmacht vastheid en zekerheid zoeken in het gelovig aanvaarden van het kind zijn van God. Dat is troost. We zijn maar niet een losgeslagen stofje, ergens in de ruimte, iets zonder stuur. Ons leven, dat we eigenlijk niet echt léven kunnen, is verborgen in God. Hij houdt Zijn armen om ons heen.
Dat is lévensgenade! In die genade lopen we niet weg uit dat leven, dat we niet leven kunnen.
In die genade zeggen we: In Gods hoede zijn we goed geborgen.
De laatste vijand die te niet gedaan wordt, is de dood, staat in de bijbel, Zeker, de dood is door Christus overwonnen, Voor erfgenamen is die dood geen betaling voorde zonde, maar een doorgang tot het eeuwig leven, Maar toch - en dat is het wonderlijke - we willen dat leven (dat we dus eigenlijk niet Iéven kunnen) zo graag vasthouden, we zijn er zo vertrouwd mee geraakt, we zijn er niet echt vreemd aan geworden.
De dood is de laatste, vijand, tot biet eind toe een vijand.
Maar ook dan, op dat moment, is God er.
God, onze Vader!
Met Zijn beloften!
Met Zijn trouw!
Ook dood en graf liggen binnen Zijn bereik.
Ook dood en graf liggen binnen Zijn verborgenheid.
God geeft genade om te leven en om te sterven.
En die genade is voor leven en sterven ook echt genoeg.
We kunnen ons van God gekregen leven vaak niet echt léven, we voelen ons beperkt, we voelen ons vaak vreemd, aan deze wereld en aan onszelf.
We kunnen het van God gekregen leven ook zo moeilijk weer aan Hem teruggeven, we kunnen zo moeilijk stèrven, Eén troost. We zijn verborgen - een kostelijk woord, laat het eens op U inwerken - we zijn verborgen in God; Dat is alles. Dat is het raadsel van ons leven èn van ons sterven. Da t we bij God zijn èn bij Hem blijven.
En eens, aas de Zoon des mensen weer naar deze aarde toekomt, zullen zij, die in Christus gestorven zijn, opstaan uit hun graven om samen mèt de dan nog Levenden weggevoerd te worden in de lucht, de Heer tegemoet, En zó zullen zij altijd met en bij de Heer zijn (1 Thess. 4 : 16, 17). Bij de Heer. Dat is: verborgen in Hem.