Strijd (1)

1976-09-17
  • Jaargang 20
  • nummer 36
Onze bespreking van Gal. 5 Liep uit op het motief van de strijd.
Er is geen bevrijdingsbeweging denkbaar zonder strijd.
Het gaat hier, zo zagen we, om de strijd tussen vlees en Geest, een strijd, die we tot het einde toe hebben te voeren.
Vandaar de keuze voor de tweede bijbelstudie, aansluitend op de eerste, voor Efeze 6.


Tegen welke vijand gaat onze strijd? Liever: voor welke vijand zullen we op onze hoede moeten zijn? Daarom eerst iets over de typering van de vijand, Niet: tegen vlees en bloed. Dáártegen zouden we ons kunnen verweren met vlees en bloed. Vuist tegen vuist. Geweld tegen gewekt Hoewel de vijand de gedaante van vlees en bloed kan aannemen en vaak zal gebruiken, is de eigenlijke vijand, die er achter zit een andere: de duivel, de overheden, de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, de boze geesten in de hemelse gewesten. In Ef. 2 : 2 noemde Paulus de duivel reeds de overste van de luchtmacht, de geest, die werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid.
In een veelvoudige betiteling wordt in Ef. 6 : 12 iets weergegeven van de indrukwekkende organisatie van het rijk der duisternis.
We moeten dat maat niet onderschatten. We hebben niet met een ongeorganiseerde bende rebellen te doen. Ze hebben invloed op de loop dezer wereld, 2 : 2,de gang van zaken op aarde en in de geschiedenis: ze worden wereldbebeersers genoemd, d.w.z. dat ze vanuit het rijk der duisternis ingrijpen op wat in de rijken dezer wereld aan de gang is.
Met die machtige organisatie gaat gepaard een uitermate sluwe verleidingstactiek.
In vers 11 gebruikt de Griekse tekst het woord "methode".
De misleidingen en aanvallen van de boze verlopen buitengewoon planning.
Onderschat daarom de vijand niet! En overschat uzelf niet!


Dan iets over de situering van de vijand. Paulus situeert de vijand in de lucht. In de hemelse gewesten (zie Kol. 1 : 16). In het toenmalige werelddeel onderscheidde men: de hemel als woonstede Gods de sterren/hemelen de luchthemel.
De laatste behoort eigenlijk bij de aarde, als onzichtbare hogere invloedssfeer, vanwaar uit mensen en volken en gebeurtenissen op aarde worden beïnvloed en geleid.
Ook wij zeggen nog: it is in the air, het zit in de lucht.
Prof. Berkhof, aan wiens boekje over Christus en de machten we een en ander ontlenen, schreef in dit verband: "Zelf heb ik in mijn Berlijnse studietijd, in 1937, bijna lijfelijk ervaren, dat zulke machten in de lucht zaten. We hebben toen ervaren, hoezeer deze machten zich als een blok schuiven tussen het Woot1d Gods en de mensen.
Ze gedroegen zich als laatste werkelijkheden en eisten een verering als waren ze de goden der kosmos". Vandaar dat de strijd met het 3e Rijk als veel meer gezien is dan een strijd tegen vlees en bloed, mi. als een ideologische strijd.
Daarmee is wel ongeveer in een hedendaagse term uitgedrukt wat Paulus bedoeld zal hebben met zijn situering van de vijand.

Hoe maken we ons nu sterk tegen deze vijand?
"Weest krachtig in de Heer en in de sterkte zijner macht", zegt Paulus.
Hier vinden we de aansluiting aan wat voorafging in deze brief aan de Efeziërs.
Paulus laat ons in deze brief immers zien de zeer nauwe gemeenschap tussen Christus in de hemel en zijn gemeente op aarde.
Hij is haar Hoofd, zij is zijn lichaam. Zijn kracht werkt in haar zwakheid. Dank zij die gemeenschap met en in Christus kunnen de gelovigen zeggen: itk vermag alle dingen in Christus, , die mij kracht geeft. Filip. 4 : 13. Let wel: niet maar "door", maar "in" Christus, die mij kracht geeft. De zo vaak voorkomende paulinische uitdrukking "in Christus", of "in de Heer" doet ons zien, waarin de kracht en overwinning van het geloof gelegen is: in Christus; alleen als Hij in ons en wij in Hem leven, zoals ons Avondmaalsformulier mooi en kernachtig zegt, zijn we opgewassen tegen de vijand, krachtig in de Heer. Dat is tegelijk belofte en opdracht: wéést krachtig in de Heer. Wij hebben niet onze éigen strijd tegen de boze machten, maar we zijn opgenomen in de strijd van Christus en mogen daarom ook zeker zijn van zijn overwinning. Zie ook Ef. 1 : 19-23!

Daar hangt direct mee samen het spreken van Paulus over de wapenrusting Gods.
Dat kan betekenen: de wapenrusting die God ons biedt. Maar waarschijnlijker is te denken aan de wapenrusting, die God zélf gebruikt in zijn strijd met de machten. Verschillende onderdelen van de wapenrusting uit Ef. 6 vinden we nl. terug in de wapenrusting van God, Jes. 59 : 17 en van zijn Messias, Jes. 11 : 5.
Wij kunnen alleen staande blijven in de strijd als we geen andere wapenen gebruiken, dan die waarmee God en Christus strijden. David kon niets beginnen in de wapenrusting van Saul. Alleen in de kracht en mogendheid van zijn God trad hij Goliath tegemoet. In zijn alledaagse pakje, met zijn staf en slinger ... voor Goliath een belachelijke vertoning...
maar zó ging David in de wapenrusting Gods en was hij krachtig in de HERE.
Terwijl Saul en zijn leger dachten dat ze de strijd hadden tegen vlees en bloed, zag David in dat het ging tegen de geestelijke boosheden in de lucht.
De HERE verlost niet door zwaard en speer, want de strijd is des HEREN en Hij geeft de vijand in onze macht, 1 Sam. 17 : 47. De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten verpletteren, Rom, 16 : 20.
Onder ónze voeten. Maar Gold zal het doen. De strijd is des HEREN. Doet dan aan Zijn wapenrusting om te kunnen standhouden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief