Zeg je catechismus eens op! (2)
1976-10-01
Zou een knaap, die het ingewikkelde antwoord 79 van de catechismus over het avondmaal als een machine kan opdreunen daarom ook de disgenoot zijn, die de Here graag aan Zijn tafel ontvangt en die vol vreugde Zijn dood gedenkt?- Jaargang 20
- nummer 38
A!lle respect voor collega's, die zulke antwoorden nog uit het hoofd laten leren. Van de meesten van ons hoeft dat niet meer. Ik voor mij vind het niet passen bij het kind, en niet bij onze tijd. Maar ik hamer er wel in, dat onze Here Jezus Christus Zichzelf aan ons wegschenkt in de tekenen van brood en wijn, en dat z6 werkelijk, dat Hij zegt: DIT IS mijn lichaam. Bij dat "inhameren" gebruik ik in een zo levend mogelijk betoog uit ten treure vaste woordverbindingen, met kernwoorden als: ZOALS en: ZO ZEKER ALS. Het langzamerhand beroemde voorbeeld van de jongen die zichzelf aan het meisje geeft in een bos rozen, zodat je zeggen kunt: "Nou meid, nou heb je hem eindelijk", terwijl hij misschien mijlen ver weg zit - dit voorbeeld gebruik ik zo vaak, dat ze al beginnen te grijnzen als ik nauwelijks begonnen ben. O zo, als ze het maar weten! En zó geeft de Here Jezus Zichzelf als de geofferde aan ons in een stukje brood en zegt: "Hier heb je me! Dit is mijn geofferde lichaam, voor jou!" Dat prent ik er wel in. En ik werk er hard aan, dat ze dat kunnen nazeggen, weergeven, niet als dramkennis, maar ook niet zonder geheugeninspanning. Excusez de eerste persoon enkelvoud in dit verhaal. Ik ben diep overtuigd van mijn zwakheid in het catechiseren. Maar in het kader van dit betoog (voor studenten) viel aan de ik-vorm niet te ontkomen.
Een beroep op het geheugen
De onderwijsvernieuwing die wij op catechisatie nodig hebben laat zich mijns inziens ophangen aan kapstoktermen als: activering, interessecentra, Schriftstudie, leermiddelen (zowel Lernmittel als Lehrmittel ais men Duits verstaat) en integratie in het geheel van het jeugdwerk, Over deze dingen hopelijk later nog iets. Wat ik nu naar voren wil brengen is mijn overtuiging dat we Herbart niet geheel over boord moeten gooien. Voor een diepgaande kritiek op Herbart zie het magnifieke boek van A. Janse "Het eigen karakter van de Christelijke School" 1935, bl. 14 en 15 en verder overal in dit werk.
Herbart was een genie. Hij zei dat alle kennis opkomt uit heldere, duidelijke begrippen. Die begrippen kunnen worden opgeroepen door vaste, duidelijke woordverbindingen. Zodoende werd hij de theoreticus van de drammethode. Janse voert in het boek dat ik noemde een felle strijd tegen Herbarts intellectualistische humanisme.
Hier volgen een paar markante uitspraken van Janse, die ook slaan op het domweg inpompen van de catechismus: "begrippendressuur is niet kinderlijk" (130), "schoolse wetenschap, die ondanks gedurige repetities toch weer vervliegt" (132), "het ideaal van veelweterij" (134), "radicaal durven breken met begrippendressuur als hoofddoel van de les" (137). Op bl. 141 heeft Janse het over "onze Vaderen" tijdens het verval in de 17 e en 18e eeuw", die "de Catechismus er in stampten" en erbij . zeiden: het is "bloot verstandelijke kennis", zo in de geest van: "Er zit op het ogenblik geen bevinding aan", maar dat komt dan hopelijk later wel. Op bil. 142 vinden we deze uitspraak: "Zij die dode begrippen willen inpompen, vinden dat de kinderen van de Chr. school veel te weinig weten van de feiten ... en zij willen ons verleiden om een overzicht van de Bijbelse Geschiedenis er in te pompen of ook om den catechismus 'paraat' te maken". Zo strijdt janse tegen het intellectualisme. Dat wil echter niet zeggen, dat hij valt in het zwaard van de "beleving" of de “persoonlijkheidsvorming". Die worden even krachtig afgewezen. Janse richt zich in zijn onderwijs met levende kennis tot levende kinderen en á' hun functies, inclusief het geheugen. Maar in feite tot hun hart. Hij is er helemaal niet bang voor om de tafels van vermenigvuldiging in te stampen. Maar nooit "domweg". Altijd levend, praktisch, midden in de schone werkelijkheid van Gods wereld van appels en eieren en kippen. Het makkelijk kunnen werken met de tafels van vermenigvuldiging is ook zelf een geschenk van God. En het geheugen evenzeer. Ik heb, voorzichtig gesproken, enigszins de indruk dat moderne leerpsychologen met het oude geheugenwerk niet veel raad weten.
Toch moet er een massa uit het hoofd worden geleerd, bij alle vakken. Denk maar aan woordjes leren bij de talen. Hoe versieren wij nu dat "indrammen" zonder dat het "indrammen wordt"? De magnifieke aanduidingen van Janse zullen we zelf moeten uitwerken. Ik denk aan een gesprek met de jongens over het geheugen, b.v. in vergelijking met de computer. Wat kun je daar een verhaal over opzetten! Denk je noch eens in, dat je in een paar grijze hersencellen, die de Here God geschapen heeft, beelden, woorden, indrukken kunt vastleggen en ,opbergen, die je er elk gewenst moment met een enkele druk op de knop (0 nee,!) uit kunt terugroepen!
Wonderbaarlijk. En soms kost het niet de minste moei te. Het beeld van je meisje! W:oorden uit haar brief! Zo kende de Here Jezus het Woord van Zijn Vader "uit Zijn hoofd". Toen Hij tegen de duivel vocht in de woestijn, zei Hij drie keer: "Daar staat geschreven!".
Je gelooft toch niet, dat Hij toen Zijn Bijbeltje opsloeg? Je gelooft toch ook niet, dat Hij die woorden "domweg" uit Zijn hoofd had geleerd? Hij had die woorden gelezen, gegeten, in Zijn hart gesloten en zo onthouden. En zo kon Hij de duivel verslaan. Begrijpen jullie waar het goed voor is om Gods Woord te "memoriseren"?
Als je dit woord lief hebt zal het haast vanzelf gaan! EN als je er eens een beetje moeite voor moet doen? Daar zijn we toch niet te beroerd voor, als het gaat om te vechten tegen de duivel en voor de Here Jezus? Denk eens aan de uit het hoofd stamperij van de Jehova's getuigen? Dat is dom werk. Maar jullie moeten uit je hoofd zeker drie woorden uit de Schrift kennen, waar zo heel duidelijk staat dat onze Here God een Drie-enig God is. Let eens op de Navigators. Ze hebben het begrepen.
Wij belijden een indachtig miskende genade van de HeiIige Geest. Dat is een machtige genade. Denk aan veel broeders uit Rusland en China die vervolgd worden en geen Bijbel meer hebben, maar Gods Woord meedragen in hun hart. Maar wat zal die indachtig makende genade van de Geest het moeilijk hebben met iemand die nooit heeft gedacht! Wat zou het voor jullie zelf fijn zijn, als je bij voorbeeld antwoord 1 en antwoord 60 van de catechismus bij de hand had. En als je zo maar kon zeggen wat de drie vreugden van Pasen zijn (zondag 17). Niet als dramkennis.
Maar ook niet zonder jezelf als het moet een beetje in te spannen. En de overgang van kale verstandskennis naar levend belijden?
Van deze tegenstelling deugt geen steek. Kale verstandskennis zal er wel zijn, maar màg er niet wezen. Wel de inspanning van !het uit het hoofd lenen en dan de overgang naar steeds blijer belijden. Zie Rom. 10 : 8: "Nabij u is het woord. Het is in uw mond en in uw hart" (= in uw geheugen) En dan vers 9: "Indien gij met uw mond belijdt (= hetzelfde zegt) "Jezus is Heer" en met uw hart geloof...".
Methodische mislukkelingen
Meermalen zijn mijn catechisaties methodisch mislukt. Dat ging dan zo. Ik zou b.v. catechisatie geven over zondag 1: de enige troost in leven en sterven. Ik was daarbij zo gegrepen door heerlijke troostmotieven uit het jesajaboek, dat ik aan de tekst van de catechismuszondag niet toe kwam. Aan het eind van het voorbijgevlogen uur, zei ik nog gauw: "Jullie leren voor de volgende keer zondag 1.".Daar kwam natuurlijk niets van terecht. Of zondag 17 was aan de beu fit. Wat kun je veel en fijn vertellen over alles wat rond de opstanding van de Here Jezus gebeurde. Aan het slot zeg je "Leer zondag 17", De resultaten zijn nihil. Ervaren catechiseermeesters zouden me makkelijk op het rechte pad hebben gebracht. Maar ik tuinde er telkens in. Tot mijn methodische fout me helder voor de geest kwam te staan. Een catechese over zondag 1 via het Jesajaboek kan heel goed zijn. De jongelui leren de Here kennen, als de God die de puinhopen van Jeruzalem troost (hoe actueel!). Maar zo'n uur moet dan toegespitst wonden op enkele van te voren uitgezochte Jesaja-woorden, die er, tijdens de les, al ongemerkt ingeprent wonden door voortduren/ de herhaling, en die aan het eind worden opgegeven. Wil men daarentegen zondag 1 uit het hoofd laten leren, dan moet de “les” helemaal draaien om de vier hoofdzinnen uit dat catechismusantwoord , als een soort "framewerk" (raamwerk). Deze vier:
1. Ik ben met lichaam en ziel het eigendom van mijn Zaligmaker.
2. Hij heeft me met Zijn kostbaar bloed gekocht en betaald.
3. Ik ben zó helemaal van Hem, dat zonder de wil van mijn Vader geen haar van m'n hoofd valt.
4. Daarom werkt Hij met Zijn Heilige Geest in mijn hart.
Geroutineerde catecheten zullen in een levend verhaal deze vier zinnen er al zó kunnen “inprenten", dat de jongelui door hun opbloeiende 'liefde voor zo'n rijke God heen, het al vastpakken, En de uiteindelijke respons een week later zal doorgaans niet moeilijk zijn.
Een wens
Ik zou erg graag een korte "handige” catechismusuitgave geboren zien worden, waarbij de oude tekst in modem Nederlands op de linkerbladzij stond en de klaargemaakte memorisatiestof rechts. Hier en daar zou één en ander verhelderd kunnen worden met een schema, een versregel. En dan vooral: zeer overzichtelijk gedrukt.
Bijvoorbeeld in deze geest: Op de linkerbladzij de tekst van zondag 17. En rechts een ietwat schematische weergave als deze: Wat zijn de drie vreugden van Pasen?
1. TOEN (200 jaar geleden) kwam Jezus uit de dood terug om de bondgenootschappelijkheid, die Hij voor ons verdiend had, bij ons te brengen.
2. NU (vandaag) worden wij door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven.
3. STRAKS (bij Zijn tweede komst) zal Hij ons roepen uit onze graven om ons een nieuw lichaam te geven.
De catechismus zoals die er ligt, in modern Nederlands, is m.i, onmisbaar als leerboek, maar niet geschikt om in het hoofd te worden gezet. Er zal veel moeten worden vereenvoudigd en er zal nogal wat aan moeten worden toegevoegd.
TENSLOTTE: we hopen dat de vraag aan de kop van deze twee artikelen nooit zal worden gesteld. Het gaat er niet om dat de jongens hun catechismus opzeggen, maar dat ze levende antwoorden geven op levende vragen over de HERE en Zijn dienst.