Welk deel heeft een gelovige met een ongelovige?

1976-10-22
  • Jaargang 20
  • nummer 41
Bedreigd door de verbonden legers van Aram en Efraïm zoekt Achaz steun bij Assur. We krijgen niet de indruk dat de koning bij het nemen van een dergelijk ingrijpend besluit er ook maar aan gedácht heeft via priester of profeten te vragen naar Göds wil in dezen. Dat typeert hem! Hij is niet meer dan stadhouder van de hemelse Koning op de troon in Jeruzalem. Maar hij probeert zich op die troon te handhaven met behulp van aardse machten. God beantwoordt deze daad van ontrouw met een betuiging van trouw. Tracht rustig te blijven, Achaz! Geen paniek! Ook voor jou geldt het woord van trouw dat ik eens aan David gaf (2 Sam. 7, 12~16). Maar dat moet je natuurlijk wel geloven. Want wie niet gelooft, wordt niet bevestigd! (vs 9b). Geloof je niet vast, dan sta je niet vast!
Met deze woorden stuit de profeet bij Achaz op een muur van innerlijk verzet. Om echter door deze muur heen te breken doet hij een fantastisch aanbod. Laat Achaz maar een teken vragen dat Jesaja in dit kritieke uur geen verkeerde wegen wijst. God wil de koning wel overtuigen dat Hij achter hem staat met Zijn hemelse macht. Hij mag zelf het teken bepalen. Dan weet hij zeker dat er niet mee geknoeid wordt.
Het mag een teken zijn uit het dodenrijk of uit den hoge, waar God woont; gebieden waar een gewoon mens niet in kan doordringen. En laat Achaz zich niet generen. Vraag een teken van de HEERE, úw God, zegt Jesaja nadrukkelijk. Achaz is immers Gods eigen zoon?
God vraagt hier van Achaz duidelijk een geloofsbeslissing. Als hij kiest voor God, dan kiest hij tegen Assur. Het is het één of het ander. Maar is het werkelijk waar, dat vertrouwen op God een bondgenootschap met Assur uitsluit?
Wie vertrouwt op Gods bescherming blijft toch verantwoordelijk om ook zelf daaraan mee te werken? En waarom kon dat niet via 'n verdrag met Assur? We moeten echter bedenken dat destijds een politiek bondgenootschap tevens een godsdienstig samengaan inhield. Zoals heel het volksleven stond ook de oorlog in het teken van de dienst aan de goden. Voordat het leger uittrok werden offers gebracht. En bij een eventuele overwinning werden de goden bedankt voor hun hulp door hun een deel van de buit aan te bieden. Maar als twee volkeren sámen de oorlog ingingen vereiste dit uiteraard ook een samenwerking tussen de goden van beide bondgenoten. Maar hoe kon nu de Heer van de hemelse legermachten ooit samenwerken met een afgod om Zijn eigen volk te beschermen en te bevrijden?
Welke overeenstemming kan er bestaan tussen de Christus van toen (want dat was Achaz destijds: christus, gezalfde des HEEREN) en Belial. oftewel de macht der duisternis, met wie de koning van Assur in verbinding stond? Het moet Achaz duidelijk en bekend zijn dat een keus vóór Assur een keus tégen de HEERE is.
Zoals ook vandaag christenen en niet-christenen onmogelijk kunnen samenwerken voor de instandhouding van Gods Koninkrijk.
Ook het volk van God dat vandaag leeft, de gemeente van Christus, heeft met grote moeilijkheden te kampen bij de uitvoering van haar taak: het werken aan een samenleving, waarin de mensen niet tegenover elkaar en ten koste van elkaar leven, maar naast elkaar en mét elkaar in een liefdesgemeenschap. Maar hoe vaak wordt vandaag niet gezegd: Laat de kerk alsjeblieft niet denken, dat zij daar alleen voor vecht. Ook humanisten en socialisten en marxisten vechten voor een betere wereld. Waarom niet de handen ineen geslagen om schouder aan schouder te vechten voor een betere samenleving? Worden we niet allen gedreven door hetzelfde ideaal: een toekomst waar we in sterke gemeenschapszin en saamhorigheid zullen samenleven? Wel. als dat het doel is, moeten we nu al laten zien dat het ons ernst is door er sámen voor te vechten.
Het klinkt logisch, maar het is kortzichtig. Want hoe kun je samenwerken met mensen, met wie je het al oneens moet zijn als het gaat om de beantwoording van de meest belangrijke levensvragen? Hoe kan een christen samenwerken met een humanist of een marxist, die geloven dat de mens in wezen goed is i.p.v. radicaal verdorven? Hoe kunnen we orde op zaken stellen met hen, die verwachten dat mensenhanden de toekomstige samenleving van vrede en gerechtigheid tot stand zullen brengen, waar wij geloven dat ze geschapen zal worden door God uit de woestheid en leegheid van ons menselijk bestaan? Hoe kunnen we samenwerken met mensen, die Jezus Christus hooguit een goed voorbeeld willen noemen, maar niet de enige Verlosser? Hoe kunnen wij één span vormen met ongelovigen? Zolang op deze punten geen overeenstemming bestaat is het onmogelijk allerlei wantoestanden aan te grijpen in de wortel. Want juist ten aanzien van die wortel, nl. de macht van de zonde, is er geen gemeenschappelijke overtuiging. Dus kunnen wij alleen maar kiezen met Gods hulp en mèt Zijn Woord alleen, dat ons onze schuld aanwijst èn de weg om die te overwinnen.
Maar Achaz weigert dit isolement.
Zijn antwoord op Jesaja's aanbod is een staaltje van de verharding, die God in cap. 6 voorzegd had. Verharding in een bijzonder vroom gewaad overigens. 'Ik zal de HEERE niet verzoeken', zegt de koning. Een formeel correct antwoord! Achaz citeert Mozes in Deut. 6, 16. Mozes waarschuwde toen het volk niet in ongeloof God te dwingen Zijn aanwezigheid zichtbaar te maken, zoals het bij Massa en Meriba had gedaan. Honderden jaren later citeert Jezus Christus ditzelfde woord tegenover de Satan, die Hem verleiden wil van de tinnen van de tempel af te springen. Theologisch kan Achaz zich in geen beter gezelschap bevinden. Zowel Mozes, de middelaar van het oude verbond, als Jezus, de middelaar van het nieuwe verbond.
hebben zo gesproken!
Maar hoe vroom en orthodox Achaz' antwoord ook mag schijnen, hij heeft daarin de keus tégen God bekend gemaakt. Terwijl Christus dit woord van Mozes gebruikt om de duivel te weerstaan, haalt Achaz het aan om de HEERE te weerstaan! En hoe nerveus hij ook is vanwege de dreiging voor Jeruzalem, hij is zeker genoeg van zichzelf om de verantwoording op zich te nemen.
Hij verkiest te staan op het gladde ijs van politieke berekening en af te zien van de HEERE. Zo vervangt Achaz het geloof door een heidens-qodsdienstiqe deemoedigheid. Hij zweert God niet af.
Maar bij het nemen van politiek-militaire beslissingen moet Hij buiten spel blijven. Alsof dat niet God verzoeken is, als Achaz uitdrukkelijk Gods geboden overtreedt.
Verbood Mozes in dezelfde rede, waarin hij waarschuwde God te verzoeken, niet ook het sluiten van een verbond met andere volkeren (Deut. 7, 2v)? Van zulk spreken wordt de HEERE vreselijk moe. Want Achaz probeert met vrome praatjes Gods knecht aan het lijntje te houden, om ondertussen ongestoord zijn eigen gang te gaan'. Maar dan hoeft Achaz er niet langer op te rekenen, dat de HEERE zijn God is. Tegenover het 'uw God' vim vs 10 staat veelzeggend 'mijn God' in vs 13. Als Achaz zich niet volledig aan de HEERE toevertrouwt zal hij zich niet langer als Gods zoon mogen beschouwen.
Misschien heeft dit Achaz vreselijk revolutionair in de oren geklonken. Mocht hij niet als vanzelfsprekend bij het overnemen van de troon Gods beloften aan David op zichzelf toepassen als een dierbare erfenis uit vroeger dagen? Maar Jesaja legt een bom onder die vanzelfsprekendheid. Als hij God niet vertrouwt, is Hij voor hem niet langer een Vader. Alleen wanneer wij ons afscheiden van niet-gelovigen wil God ons aannemen. Alleen dan wil Hij ons tot Vader zijn en wij zullen Hem tot zonen en dochters zijn, zegt de HEERE, de Almachtige (2 Kor. 6, 17v). Ons leven in het verbond mag nooit ontaarden in een automatisme, maar het moet een levend ons voegen zijn naar de wil van de God van het verbond.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief