Dan is je ruitje beslagen (1)
1976-10-29
Na de vakantie was de gemeente vacant en de scriba, die van dominees wist en van wanten, selecteerde een kleine schare dienaren der Woords die zondags met zichtbare getrouwheid de lege kansel bestegen als was het een uitverkoren kameel.- Jaargang 20
- nummer 42
Het was in de tijd van de open brief. Die was voor deze dominees een open boek en per week schreef men er een hoofdstuk bij. Gelukkig werd er soms ook gesproken over een boek des Levens, over namen daarin geschreven. Men was aan het woord, soms bracht men het Woord!
Nu was er een dominee bij, naar wie ik maar slecht kon luisteren, hoe gereformeerd ik mijn best ook deed. Vooral in de middagdiensten werd ik overvallen door golven van aardappelmoeheid. Manhaftig vocht ik mij dan naar de laatste psalm toe. Die dominee begon overigens altijd opzienbarend: “Gemeente, ik verkondig u vandaag het Woord over de verloren vrucht in het Paradijs en de gevonden vrucht in Marla's schoot, Ik doe dat in drie punten." Wat dan aan exegese volgde, was voor mij doorgaans niet te doorgronden. Dat gold trouwens van het merendeel van de gemeente. Het was aardig om te zien, die knikkende hoofden en vooral die lichte paniek bij het wakker worden.
Ik geloof niet dat dominee daaronder leed.
Hij zweefde exegetisch te hoog boven het aardappel veld met de wiebelende hoofden, om zich daarover zorgen te maken. Hij zat niet met de vraag van een beginnend collega, die zijn gehoor voortdurend op de horloges zag kijken. Toen hij dat aan een ervaren ouderling vertelde.
bemoedigde deze: “Geeft niets dominee, zolang ze het horloge niet voor hun oor houden om te luisteren of het stil staat. is er niets aan de hand." Tijdens een huisbezoek heb ik dat probleem voorgelegd aan mijn Wijkouderling. Ik vertelde van mijn moeite om juist bij die dominee mijn ogen open te houden. terwijl bij andere dominees dit probleem doorgaans niet aanwezig was. Ik had namelijk de gedachte dat de oorzaak misschien bij die dominee kon liggen. bij zijn manier van verkondigen. Dit pakte echter anders uit. De ouderling keek me vriendelijk aan. “Broeder”, was zijn antwoord, “dat ligt bij jou. Dan is je ruitje beslagen. Je moet maar veel bidden om de Heilige Geest." Beschaamd heb ik toen geknikt. natuurlijk... Mijn ruitje was beslagen. Hoe had ik ooit anders kunnen denken? Ik heb toen nog een stel ruitenwissers gekocht, maar dat zijn onhandige dingen in het gebruik. dus het is bij die dominee een probleem gebleven.
Deze geschiedenis schoot mij te binnen bij het lezen van de voortreffelijke artikelen van dominee Van de Brink over het catechisatieonderwijs. Centraal in deze artikelen staat de vraag hoe het goede en zeer heilige Woord van onze God wordt doorgegeven aan de kinderen van de gemeente. Blijkbaar leven er wat betreft het catechisatieonderwijs de nodige vragen. Als een rode draad loopt door de artikelen de vraagstelling: zijn we met onze catechisatielessen op de goede weg?
De pastor uit Schiebroek signaleert o.a. het verschijnsel dat het catechisatieonderwijs sterk beïnvloed is door de leerpsychologische school van Herbart, die als uitgangspunt had dat veel weten ook veel begrijpen is. Hij waarschuwt voor het intellectualisme, nl. dat weet hebben van iets nog niet wil zeggen dat je het dan ook hartelijk lief hebt. In het dertiende hoofdstuk van de brief aan de Corinthiërs wordt door Paulus over deze zaken klare wijn geschonken. Nu heeft de pastor - niets gebeurt bij geval - enige boeken over didactiek geraadpleegd. Dat is hem blijkbaar niet tegengevallen.
want aan het einde van zijn eerste artikel speelt hij zelfs met de vraag of er onder de broeders didactici zijn. die bij het nadenken over het catechisatieonderwijs misschien een handje zouden kunnen helpen. Wat doet men eigenlijk binnen die didactiek? De didactiek is de wetenschap die bestudeert hoe een boodschap wordt doorgegeven aan een “ontvanger". Een uitvoeriger definitie zegt dat de didactiek de wetenschap is van de systematische, intentionele en continue hulp door leerkrachten verschaft in daartoe gespecialiseerde inrichtingen door middel van het centrumgoed aan zich vormende leerlingen op hun weg tot cultuurwezen 1). Nu is
het met die didactiek een beetje vreemd gegaan. Natuurlijk is er al vele jaren geschreven over allerlei didactische onderwerpen. Zulke onderwerpen zijn b.v. zelfwerkzaamheid, differentiatie, aanschouwelijkheid en totaliteitsonderwljs. Het probleem daarbij is dat dit afzonderlijke onderwerpen zijn, die het onderwijsproces stellig sterk kunnen beïnvloeden, maar dat het totaalbeeld van het onderwijsproces onvolledig is gebleven. Zulke onderwerpen gaan dan een eigen leven leiden, treden buiten hun oevers en lijken door niets en niemand meer te stuiten.
Ze kunnen dat doen omdat het beeld van het gehele (!) didactisch proces vaak ontbreekt. Nu heeft Van Gelder 2) erop gewezen, dat evenals in sociale processen. ook in het didactisch proces een doel, een beginsel, een keuze van werkwijze, een uitvoering en een bepaling van resultaten onderscheiden kan worden. Dit proces heeft hij als volgt geschematiseerd:
I. Doelstellingen.
II. Beginsituatie; kennisniveau ervaringsniveau
III. Onderwijsleersituatie
III. 1. Leerstof; keuze en ordening
III. 2. Didactische werkvormen; leer- en hulpmiddelen
lIl. 3. Leerpsychologie leeractiviteiten
IV. Uitvoeringsprocedures
V. Het bepalen van resultaten.
Het lijkt erop dat dit model de didactiek uit haar geïsoleerde vraagstellingen verlost, anders gezegd: de didactiek van de didactiek begint vorm te krijgen. Van Gelder wordt zelfs optimistisch als hij stelt: "Deze behoefte aan verscherping van de problemen treedt in het bijzonder op bij didactische experimenten en bij scholenexperimenten. De hulpmiddelen voor de verscherping van de problemen vatten we samen onder de methode van de didactische analyse. Doordat te weinig aandacht is besteed aan het verzamelen, beproeven en systematiseren van deze middelen van de didactische analyse, lijkt het, of de didacticus over onvoldoende hulpmiddelen beschikt. Een beknopt, systematisch overzicht geeft ons echter zoveel materiaal, dat op dit punt aan. de toekomstige ontwikkelinq van de didactiek niet getwijfeld hoeft te worden."
3) Het is duidelijk dat hij dit model beschouwt als een uitgangspunt voor verder empirisch en theoretisch onderzoek.
De verleiding wordt nu wel erg groot om het röntgenapparaat van deze didactische analyse te plaatsen op de smalle (7) borstkas van ons catechisatieonderwijs. We kunnen dan beoordelen of het optimisme van deze hoogleraar gerechtvaardigd is. Tevens kunnen we dan bezien of er ooit eens een werkgroepje gevormd moet worden om verder te denken over het catechisatieonderwijs, eventueel met behulp van het genoemde model.
De Heer Coenraads is als docent didactiek verbonden aan de Lerarenopleiding voor het Landbouwonderwijs te Dronten.
Noten
1) A. de Block. Algemene didactiek. p. 28.
2) L. van Gelder. Didactische analyse, p.20.
3) L. van Gelder. Didaktische analys, p.24.