Ten slotte
1976-10-29
In enkele artikelen heb ik het een en ander gezegd over het pas opgerichte seminarie. In een laatste wil ik dit gebeuren nog in een wat wijder verband bezien. Ik wil daarbij uitgaan van wat ik in een Overijssels dagblad las. Met grote letters stond n.l. als kop boven een artikel Christelijke Gereformeerden zeer verontrust over oprichting Seminarie. Iedere lezer begrijpt wel wat er daarop volgde. Deze verontrusting onder de Chr. Geref. broeders kan ik volledig begrijpen. En ik sta daarin zoals men gemerkt heeft geheel aan hun zijde. Al is er bij hen en bij mij er uiteraard wel enig verschil in de achtergrond van die verontrusting.- Jaargang 20
- nummer 42
Inderdaad: ik kan die verontrusting van vele christelijke gereformeerden ten volle begrijpen.
Zij hebben allen terdege goed kennis genomen van het feit dat het Convent onzer Kerken meer dan eens aan jonqelui die predikant wensten te worden het advies heeft gegeven in "Apeldoorn" te gaan studeren.
En dat het besluit daartoe steeds met algemene stemmen werd genomen.
Nu lezen ·ze tot hun stomme verbazing van de oprichting van een seminarie! En dat nog wel omdat de bestaande opleidingsinstituten laboreren aan een verheffen van "de" wetenschap boven de Heilige Schrift. Tot die "bestaande" opleidingsinrichtingen behoort uiteraard ook hun "Apeldoorn"! Ze beseffen daarbij dat de kritiek op hun "Apeldoorn" wel zeer ernstig moet zijn. Want het is geen kleinigheid als men in afwijking van wat eerst eenparig werd besloten een seminarie gaat oprichten dat, zal het ook maar op iets lijken. enkele tonnen per jaar zal vragen om maar niet te spreken van een minimaal competent personeel.
Zoals uit het gezegde blijkt is door de oprichting van het seminarie de verhouding van onze kerken tot de chr, geref. in geding gekomen. En wel op een haar frustrerende wijze.
Men weet het: sinds de Vrijmaking van 1944 hebben onze kerken verklaard - en dat deden ze met al de ernst van kerkelijke uitspraken: Wat ons betreft bestaat er geen enkel bezwaar om onmiddellijk een vereniging met de Chr. Geref. Kerken aan te gaan! Onze kerken zagen dat als een goddelijke opdracht. Prof. K. Schilder heeft daarom met alle energie en bewogenheid geworsteld om die vereniging tot stand te zien komen.
Ik heb hem meermalen horen zeggen: Ik heb er twintig jaar kerkelijke moeite en de Kamper Hogeschool voor over. Hij wilde dus de Kamper Hogeschool wel laten verdwijnen "in ruil" voor die kerkelijke vereniging!
Want Schilder "zag" de KERK. En daarom was hem de Kerk liever dan de School. Hij heeft heel zijn leven gevochten tegen de degradatie van de kerk tot een club van gelijkgezinden.
In De Reformatie schreef hij letterlijk: ,.Ik ben vast overtuigd dat God wil. dat de Chr. Gereformeerden en wij gaan samenleven. Die overtuiging heb ik allang vóór de vrijmaking uitgesproken en die zat er juist achter. als ik tegen de m.i. onjuiste tekening van de tussen hen en ons aanwezige situatie fel opponeerde."
En: "Als wij met de Christelijke Gereformeerden vanwege eigenwillige redenen niet willen samenkomen, verbeuren wij het recht onze congregatie aan te dienen als een van God in en voor. ons land met zijn zegen bekroonde en met zijn waarmerk voorzien."
Waar Schilder naar hunkerde. maar wat hij niet heeft mogen zien. hebben wij beleefd en beleven wij elke dag: een al meer groeiende herkenning van Christelijke Gereformeerde en onze kerken van elkaar als kerken van Christus en een elkaar ook metterdaad erkennen van elkaar als zodanig. En moet. mag deze verheugende ontwikkeling. waarin we de werking van de Heilige Geest mogen zien gefrustreerd worden door een tweeërlei opleiding met alle gevolgen van Dien?
En nu zegge men niet: dat was onze bedoeling niet en dat zal zo'n vaart niet lopen! - Wie de geschiedenis van de Kerk, van het begin af. en speciaal van de laatste eeuw wéét, ziet eenvoudig. dat er geen effectiever middel is om richtingen te kweken en scheuringen te veroorzaken dan juist verschil in opleiding van predikanten!
Ik wil in dit verband de kring van belangstelling nog wat wijder maken. Zijn wij er wel van doordrongen dat wij leven temidden van de puinhopen van wat wel het "Calvinistisch Reveil" of "het Wonder van de 19de eeuw" is genoemd?
De tijd dat er een christelijke regering ons land bestuurde is voorbij. Eveneens die waarin een krachtige reformatorische politieke partij in ons land invloed uitoefende.
Er is nu een C.D.A. Maar niemand kan precies zeggen wat de door haar opgeheven leus: evangelische inspiratie betekent! En laat men daarbij niet over het .hoofd zien dat in de tijd waarin de roomse politieke partij gaat samenwerken met de reformatorische.
de rooms-katholieke arbeidersorganisaties fuseren met het godsdienstloze linkse. veelal rode N.V.V. en de rooms-katholieke ondernemersorganisatie met de liberale dito. En uiterst "rechts" opereren maar liefst vier politieke groeperingen - S.G.P., G.P.V.,R-ef. P-olitiek C-ontact en R-ef. P-olitieke F-ederatie die, om het zacht te zeggen, het niet zo best met elkaar kunnen vinden en die uiteraard op de vorming van de regering en het regeringsbeleid geen enkele wezenlijke invloed kunnen uitoefenen. leder weet voorts hoe het met het onderwijs is gesteld. De geschriften van de "Unie School en Evangelie" tonen aan dat er op het terrein van het christelijk onderwijs op alle essentiële punten een diepgaand verschil van opvatting bestaat. Men bestudere maar eens de beide brochures: Een gids - twee wegen" en "Centrum en omtrek". Na meer dan een eeuw christelijk onderwijs is dat uiteindelijk in een identiteitscrisis geraakt die tot in de wortel gaat. En wie zeggen voor authentiek reformatorische onderwijs te strijden gaan alweer in minstens een half dozijn organisaties uiteen!
En moet ik in dit verband nog de Gereformeerde Kerken noemen?
Deze gaan jaar op jaar in ledental achteruit. Juist dezer dagen konden we daar weer van lezen.
Maar dat is niet het ergste. Erger is dat de nieuwe historistische theologie volgens welke het Oude Testament het geloofsgetuigenis van het Joodse volk en het Nieuwe dat van de oude christelijke kerk is en dus de Heilige Schrift wel "bron" maar geen "norm" der waarheid is en de absoluutheid van de christelijke religie en de exclusiviteit van het heil in Christus wordt aangetast steeds verder doordringt. En ten aanzien van de kern van het Evangelie "vrede door het bloed des kruises" werd wel een goede leeruitspraak gedaan maar wordt niet metterdaad gehandhaafd dat deze ook de kern van de prediking moet zijn van allen die een kansel beklimmen.
Hoezeer deze historische theologie doordringt bleek enkele dagen geleden bijzonder duidelijk uit een sympathieke recensie in "Trouw" van een. laat ik maar zeggen. "kinderbijbel". Ze is er een van het boek "Woord voor Woord" van Karel Eykman en Bert Bouman. Het boek geeft 96 verhalen uit het Oude Testament en begint bij de Babylonische ballingschap!
“Trouw" zegt daar dan het volgende van: "Hier zijn de eerste zinnen van deze vertelling. "Toen de mensen daar in Babylonië zaten. hadden ze niets meer. Geen tempel gebouwen. niets. Ze hadden alleen nog maar hun verhalen over God en de mensen. En met hun verhalen hielden ze de moed er in. Ze gingen nu ook meer nadenken over hoe het begonnen was met God en de aarde en hoe het toch kan dat mensen slecht kunnen zijn terwijl ze door God goed bedoeld zijn. Daarover vertelden ze elkaar ook verhalen.
Dat zijn niet verhalen die vertellen wat echt gebeurd was. het zijn verhalen om iets uit te leggen van de manier waarop God met de mensen om wil gaan.
Daarom zijn het zulke belangrijke verhalen. Het zijn trouwens ook mooie verhalen."
Theologen zullen' wel een naam weten voor deze aanpak en beschouwing, ik stel alleen vast dat je op deze manier terstond voorkomt (!!) dat kinderen de bijbel (toch) gaan beschouwen als een veredeld sprookjesboek, en óók dat ze bij het opwassen met de verpakking ook de boodschap weggooien. Er komt bij dat Karel Eykman geweldig goed vertellen kan en dat Bert Bouman geweldig goed kan tekenen. Beide kunstenaars laten heel rechtstreeks merken dat we in de bijbel met lévende mensen te maken hebben, zonder dat ze op een flauwe manier aan 't actualiseren slaan. Ik geef weer een citaat. nu uit het woord vooraf vas Karel Eykman: "Nu is het niet zo, dat het in die verhalen alléén maar over God gaat. Het gaat net zo goed over mensen.
Maar aan die mensen is te merken dat ze hun God hebben leren kennen en over dat soort mensen gaat dit Woord voor Woord-boek. Abraham was een van de eersten die wilden gaan zoeken náár hoe God kan zijn. En na hem waren er telkens weer anderen die erachter wilden komen. Ze deden dat allemaal op hun eigen manier en allemaal ontdekten ze weer iets nieuws. Ze merkten dat God toch anders en ook mèèr was dan ze zich hadden voorgesteld." "
Men merkt dat de "verpakking met inhoudstheorie ten aanzien van de Heilige Schrift nu ook de kinderlectuur heeft bereikt. En door "Trouw" wordt gepropageerd.
Nadat ik had nagedacht over wat ik in dit artikel zou schrijven en ik temidden van alles wat ik memoreerde onze kleine kerkengroep zag met daarin de poging om een "eigen" opleiding te creëren heb ik tot mijn troost nog maar eens Schilders fijnste geschrift doorgelezen: ;. "Ons aller Moeder" Anno Domini 1935". Die brochure is een antwoord op een "roepstem" die van drie Hervormde predikanten - "confessionele"naar de Geref. Kerken uitging na de herdenking van de Afscheiding in 1934. Schilder zegt daarin o.a. dit: "We hoorden de eis stellen, dat de christenheid het ééns zou zijn in de kernbelijdenis: vrede door het bloed des kruises.
"Vrede door het bloed des kruises" Is dat genoeg?
Schrijver dezes sprekende voor zichzelf, antwoordt dadelijk: ja. Met weinig woorden kan men tevreden zijn. Het christendom van vandaag zou gered zijn. als ieder b.v. de twaalf artikelen geloofde. We herzeggen: qe-lóóf-de."