De Tien Geboden in de GKV

2005-01-14
  • Jaargang 49
  • nummer 1
Bij alle liturgische discussies in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt was tot nu toe, voorzover ik weet, één ding buiten schot gebleven: in elke morgendienst worden, meestal aan het begin, soms aan het eind, de Tien Geboden gelezen. Ik zal niet de enige Nederlands Gereformeerde predikant zijn aan wie ‘de Vrijgemaakten’ op dit punt ooit als lichtend voorbeeld zijn voorgehouden. Echter: in de Gereformeerde Kerkbode (Groningen - Fryslân - Drenthe) van 26 november meldt ds. Jaap Ophoff (GKV Roden) zijn bezwaren tegen deze vanzelfsprekendheid. En dat liegt er niet om. De wet verandert een mens niet drastisch, stelt hij; wat doet de wet wel? Zij leert je je zonde kennen, en brengt je zo bij Christus (Rom. 7). Dat is de winst van de mens die door de wet zijn zonden heeft leren kennen. Maar, vervolgt hij:

om de volle winst te boeken moet je niet bij de Sinaï blijven staan.
Degenen die zeggen, dat de lezing van de tien geboden bedoeld is om je zonde te leren kennen, hebben een punt. Maar dat is het dan ook. En die zondekennis neemt alleen maar toe als ik Jezus Christus ontmoet en naar zijn woorden luister. Dus, even voor de helderheid: de tien geboden in de morgendienst zijn niet bedoeld om er voor te zorgen, dat jij je best gaat doen. Ze worden niet voorgelezen om je aan te jagen tot een heilig leven.
Tenminste, dat zou niet mogen. () De wet verandert geen mens. Ook al maakt het velen niet uit op welke plek de tien geboden staan: er is wel degelijk een groot punt in geding: heb ik alles in Christus of word ik toch aangezet tot eigen inzet?
En dat brengt mij bij een kernpunt.
Wij staan niet meer aan de voet van de Sinaï. En dat is niet bedoeld als flauw grapje, want dit is bloedserieus.
De hele Galatenbrief gaat hierover.
Om van de brief aan de Hebreeën nog maar te zwijgen. God is namelijk niet bij de Sinaï blijven staan. Hij is meegegaan naar Kanaän, maar hij heeft ook volgende stappen gezet. De wet en Kanaän hebben geen succes gehad. En alle profeten konden het niet voor elkaar krijgen. Het is het fiasco van het oude verbond.
Opnieuw: dat lag niet aan Gods verbond.
Kijk eens naar de hemelse glans bij de Horeb. Het onderstreept op buitengewoon pijnlijke wijze, en ik hoop, dat u het voelt in uw eigen hart, hoe slecht en bedorven de mens is. Wat voor aanwijzingen hij ook krijgt: het leidt niet tot verandering.
En hoeveel profeten de Here ook stuurt: ze krijgen die omwenteling niet van de grond. Dat is een heel indringend element in één van de gelijkenissen van de Here Jezus: tenslotte stuurde de eigenaar van de wijngaard zijn eigen zoon, de erfgenaam.
God stuurt Jezus als onze redder.
En door hem is de grote verandering gekomen. Jezus Christus verandert mensen.
God noemt dat zelfs een nieuw verbond (Jeremia 31, Hebreeën, 2 Kor. 3).
Niet een verbond van vele offers, maar van het ene offer van hem die zichzelf offerde. Niet het verbond van de letter, maar van de Geest. Niet het verbond van de wet, maar van de genade.
De voorlezing van de tien geboden in de morgendienst doet net alsof er sinds de Sinaï niets gebeurd is. Maar de tien geboden zijn geen wet die je tijdloos op elk moment en in elke cultuur zo kunt lezen. Elke (onbedoelde) suggestie, dat wij door middel van de wet ons verdienstelijk kunnen maken bij God, elke gedachte dat de wet bijdraagt aan een heiliger leven en innerlijke verandering is in strijd met het woord van God. () We staan niet meer aan de voet van de Sinaï. Waar dan wel? Ik hoop eigenlijk, dat dat al duidelijk is geworden.
Wij zijn in Christus.
Persoonlijk en als gemeente. Met hem gekruisigd, gestorven en met hem opgestaan. () Door hem hebben wij vrede met God. Door hem ontvangen we vergeving en heiliging. () Waarom krijgen we daar in onze kerken soms zo weinig van te zien?
Waarom kunnen er scheuringen zijn?
Om verschillende redenen, maar de volgende reden kom ik te weinig tegen: omdat de gemeente elke zondagmorgen na de groet van God bijna direct onder de wet wordt geplaatst. Onder het oordeel. Terug naar af! En omdat we elkaar te weinig zien in Christus. Waar het van letters, van de wet, van menselijke regels wordt verwacht, daar blijven mensen hangen. Maar waar Christus met zijn macht en overwinning alle eer krijgt voor wie en wat wij door en in hem mogen zijn, dáár gaat wat gebeuren. En dat zie ik ook in de kerk. Je kunt het zo aanwijzen: christenen die eigenlijk nog een bedekking op hebben en daarom niet tot uitbundige bloei komen en christenen die vrij zijn in de Geest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief