Wijsheid is een groot bezit

1976-11-12
  • Jaargang 20
  • nummer 44
Het bezit van wijsheid is een grote gave. Wijsheid is nog wat anders dan kennis. Iemand die veel gestudeerd heeft en over grote kennis beschikt, is zonder meer nog niet wijs. Er zijn voorbeelden te over, ook in het kerkelijk leven, van kundige en knappe mensen, die door hun ondoordacht geschrijf, hun ontactisch reageren, door hun onverstandige raadgevingen of hun ontijdig ingrijpen, het gemeenschapsleven kwade diensten hebben bewezen.
Niet iedere theoloog, met erkende wetenschappelijke gaven gesierd, is voor kerkelijk pre-adviseur in de wieg gelegd.
Om wijs te zijn, moet men de dingen zien en beoordelen, zoals de Here wil dat men ze zien en beoordelen zal, en ook een vaste weg volgen om tot het door God gewilde doel te geraken. Een wijs mens verstaat de kunst om een goed woord ter rechter tijd te spreken. Hij ziet de verhoudingen. Hij onderkent de mogelijkheden.
Hij zal in de kerk zijn broeder of zuster wel met beslistheid, maar toch met vriendelijkheid en zachtmoedigheid tegentreden. Hij laat zich niet verleiden tot twistige samensprekingen. Hij drijft zijn eigen standpunt en mening niet door. Hij is bereid de minste te willen zijn. In het kort: hij zal zich gedragen naar uitwijzen van het Evangelie. Daarbij tracht hij in praktijk te brengen wat Jakobus in zijn brief noemt (3: 17) de wijsheid die van boven is, en die hij omschrijft als 'vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeglijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd'.
De achtergrond van al die wijsheid is het ontzag voor God, wat in de bijbel aangeduid wordt als de vreze des Heren. Wij zouden ook kunnen zeggen: het metterdaad beleven van het God liefhebben boven alles en de naaste als zichzelf. Handelen naar de regel der liefde, zoals we haar in 1 Corinthe 13 door Paulus omschreven zien.
Iemand, die zich met aandacht stelt onder de tucht van die wijsheid, verwerft zich daardoor het ware levensinzicht en de echte levenskunst. Hij brengt zich daardoor onder de heilzame tucht van Gods Woord, welke ook zelftucht inhoudt, te weten de bereidheid om zich telkens weer terecht te laten wijzen. Want welk mens is er, die zich tegenover de Here en zijn broeders el! zusters niet meermalen kwam te ontgaan.
Wij moeten om die wijsheid in het gemeenschapsleven maar veel bidden. God wil ze aan iedereen geven zonder voorbehoud en verwijt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief