Gereformeerde Oecumenische Synode - Kaapstad 1976 (2)
1976-11-12
Dubbel lidmaatschap- Jaargang 20
- nummer 44
Wie de agenda had gelezen, had er zich al van kunnen overtuigen dat de GOS zich met de zelfde materie zou moeten bezighouden die al op voorgaande vergaderingen uitvoerig besproken was geweest, namelijk de zaak van het dubbele lidmaatschap. Dat betekent de vraag of een kerk aangesloten kan zijn bij de Wereldraad van Kerken en tegelijkertijd bij de GOS. Meer dan eens was het advies al geweest: dat kan niet, het past niet bij onze Gereformeerde overtuiging om bij de Wereldraad aangesloten te zijn. Dat was duidelijk uitgesproken ten overstaan van de Gereformeerde Kerken-Synodaal van Nederland die sinds 1971 daarbij zijn aangesloten en tegelijk lidkerk zijn bij de GOS.
Behalve deze kerken die ik nu maar aanduid - zo als ter synode gedaan werd - als GKN, zijn er nog een paar Indonesische kerken die via hun Nationale Raden bij de Wereldraad zijn aangesloten. Het agenda bevatte brieven van de Chr. Geref. Kerken in Nederland, de Reformed Presbyterian Church van Ierland, de Evanqelical Presbyterian Kerk van Ierland, de Reformed Churches van Nieuw Zeeland welke hun banden al gedeeltelijk met de GKN verbroken hadden, zoals die Gereformeerde Kerk in S.A. ook al gedaan had, en van de Presbyteriaanse Kerk van, Oost-Australië, die allemaal op de één of andere manier hun verontrusting uitspraken over de ontwikkeling in de GKN in het algemeen maar ook in het bijzonder over het dubbele lidmaatschap. De al genoemde kerk van Australië vroeg zelfs de GOS zover te gaan om de GKN op staande voet buiten te sluiten. Fel en lang is er gediscussieerd.
Het was opvallend dat de meeste kerken van westerse oorsprong veel feller tegen het dubbele lidmaatschap te velde trokken dan de zwarte kerken die pragmatischer ingesteld, wel allerlei gevaren signaleerden maar niet van onverzoenbaarheid willen weten.
N iet analytisch denkend als het Westen, maar synthetisch en pragmatisch vinden vele zwarte broeders dat er welkome hulp te verkrijgen is van de Wereldraad.
Uit Gereformeerde schoot geboren wordt wel aangevoeld dat er leerstellig heel wat mis is en er gevaren' dreigen, maar zover gaan als absolute onverzoenbaarheid wil men niet graag. Daarbij zullen we niet mogen vergeten dat het juist de Wereldraadkerken zijn die gaarne paraderen als de vrienden van de arme wereld en de bevrijders van de verdrukten.
We mogen hier met misleiding te doen hebben, maar ik heb al. ook buiten deze GOS, ondervonden hoe deze opstelling indruk maakt. Het zou goed zijn wanneer onze kerken in Nederland zich realiseerden, dat bij het aangaan van oecumenische contacten op voor ons vreemde denkcategorieën wordt gestuit, Ik geloof te mogen zeggen dat de G KN er dank zij de zwarte kerken gemakkelijk zijn afgekomen. Weliswaar was het besluit puntiger en scherper dan dat van de vorige GOS; het woord 'inconsistent' dat 'onverenigbaar' betekent, wordt gebruikt voor het dubbele lidmaatschap maar het is nu wat afgezwakt met een nadere verklaring.
Bij herhaling zeiden de afqevaardlgden van de GKN: U moet ons met uw scherpe resoluties niet heen sturen. waarop geantwoord werd: niemand spreekt van wegsturen maar U vat een besluit dat het dubbel lidmaatschap uitsluit, vanzelf op als een afscheid aan ons omdat het niet bij U opkomt met de Wereldraad te breken. Uw hart ligt in de Wereldraad, niet hier bij ons. Ik laat hieronder het voornaamste deel van het besluit volgen: "De Synode herbevestigt het advies door elke vergadering van de GOS van 1953 af gegeven aan ledenkerken om niet bij de Wereldraad aan te sluiten, en verklaart nu in overeenstemming met het advies dat lidmaatschap van' de Wereldraad onverenigbaar is met lidmaatschap van de GOS". Hierna volgt een lange zin die verduidelijkt dat het woord 'onverenigbaar' geen onmiddellijke onverzoenbaarheid inhoudt.
Dan wordt het Interim Comité nog opgedragen om tijdig met de GKN contact op te nemen te dezer zake. Tenslotte wordt de GKN opgeroepen het dubbele lidmaatschap in heroverweging te nemen, en hierover aan de volgende vergadering te rapporteren.
Groeiend onbehagen over Gereformeerd Nederland
Het was in het begin bij de verkiezing van het Moderamen al duidelijk, zei men, dat men zich in GOS-kringen liever wat van GKN wil distantiëren. Dat had uw waarnemer niet direct door.
Er is - vooral in het beginwel het één en ander dat een waarnemer niet waarneemt. Wel viel het op dat prof. Runia die naar men zei de beste voorzitter was geweest die de GOS ooit had opgeleverd, elke keer weer afviel bij de stemming voor leden van het moderamen. Afgevaardigden zeiden onder de koffie: dat gaat niet tegen prof. Runia, maar we zijn moe van het Nederland van de GKN. Een Engelse krant schreef dan ook met grote letters: No votes for Netherlands. Als voorzitter werd nu gekozen de zeer bekwame ds John P. Galbraith, zendingssecretaris van de Orthodox Presbyterian Church van de Ver. Staten. Hij vroeg mij later of ik van de kerken was van dr: Greet Rietkerk, wier naam verschillende keren in Opbouw voorkwam i.v.m. zending in Ethiopië.
Toen ik bevestigend antwoordde, zei hij dat mijn afkomst dan in elk geval niet slecht was! Oecumenische contacten lopen niet altijd volgens een officieel papiertje!
De vergadering wilde dus blijkbaar van het begin aan duidelijk maken dat hij niet gediend was van teveel GKN-invloed. Zoals eenmaal gezegd werd in de discussies: U bent niet slechts lid van de Wereldraad. maar we hören in uw preken ook de Wereldraad.
De hele politiek van de Wereldraad kwam in het woord van dr L. Schuurman mee die in de voltallige vergadering zei: De Wereldraad steunt de verdrukten, de 'have-nots' en de 'underdogs' van de maatschappij. Wie zich tegen de Wereldraad opstelt schept daardoor op zijn minst de indruk tegen deze misdeelden te zijn, en ook tegen Jezus die met de armen tegen het Joodse establishment vocht. Daarom gaat het niet om vóór of tegen de Wereldraad maar om de keuze vóór of tegen de establishment.
Het zijn deze en dergelijke uitlatingen van een veranderd theologisch klimaat welke een groeiend onbehagen veroorzaken. Ongerustheid over de theologische ontwikkelingen in Nederland had dan ook een aantal stukken op tafel doen belanden, met name over de publicaties van H. M. Kuitert en H. Wiersinga.
Theologische ontwikkelingen In de GKN
Ondanks protesten van sommige afgevaardigden van de GKN werd deze zaak toch in behandeling genomen. Men zei namelijk: wij handelen nog met beide Ieraars in onze kerken. de zaak is sub judice. Daarom vroeg dr P.J. Kunst namens de GKN-delegatie de volgende verklaring in de Acta te laten afdrukken: "wij verklaren dat de G KN getrouw kerkelijke tucht uitoefent in de zaak van prof. Kuitert en in de zaak van dr Wiersinqa". Op een vraag waarom het toch allemaal zo lang duurt eer gehandeld wordt, antwoordde een afgevaardigde dat naar Gereformeerd kerkrecht een Synode geen recht tot schorsen of afzetten heeft in het Wiersinqa-qeval. Hier kan alleen de plaatselijke kerk van Amsterdam handelend optreden.
Ik kon niet helpen terug te denken -- met anderen zoals mij later bleek -- aan 1944. Toen kon het wel! De broeders van de Christian Reformed Church van Amerika verklaarden dat hun zorg grotendeels was weggenomen na een bezoek aan Nederland, maar de Ieren zeiden: de zaak ligt zo eenvoudig; in het ene geval gaat het om de betrouwbaarheid van het spreken van God, en in het andere om de leer van de genoegdoening van Christus. Moet dat zo lang duren? Een andere bijdrage tot het debat in de Algemene Vergadering was: de benadering van de GKN is fenomenologisch en sociologisch slechts, maar niet theocentrisch. U tracht de vrede te redden maar verliest de waarheid. De naam van K. Schilder viel ook enkele malen o.a. toen vanuit Amerika gezegd werd: als er voor Schilder geen ruimte was, hoe kunt U in de G KN deze leraars dan maar aanvaarden, en één van hen zelfs als preadviseur op Uw Synode? De G KN~afgevaardigden voelden zich nogal met de zaak verlegen en vroegen steeds om tijd.
Enkele zwarte broeders uit Afrika klaagden: hoe zullen wij oordelen?
Het is voor het eerst dat wij van deze Nederlandse mannen horen! In bloemrijke taal merkte één van hen op: als de olifanten vechten, wordt het gras warm. En een ander: wat helpt het te praten en GKN te waarschuwen voor een spook dat wij wèl zien maar zij zelf niet? Met grote eenparigheid werd tenslotte een motie aangenomen waarin er bij de G KN op werd aangedrongen om met gepaste haast met de kerkelijke tucht voort te varen, en te beseffen dat wanneer de plicht van de kerk om het volk van God voor afval te bewaren niet de hoogste prioriteit heeft, het resultaat is dat de 'GKN zal verliezen de merktekenen van de ware kerk'.
Tenslotte wordt aan de GKN gevraagd om het Interim Comité op de hoogte te houden van de gemaakte voortgang in deze zaken.